Algemeen verbindend voorschrift

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Algemeen verbindend voorschrift (afgekort AVV) is een term uit het Nederlandse recht. Met de term wordt een door de overheid op basis van haar regelgevende bevoegdheid uitgevaardigde, normstellende maatregel aangeduid, waarvan naleving krachtens de wet afgedwongen kan worden; het AVV kan eventueel strafbepalingen of sancties bevatten. Een algemeen verbindend voorschrift bevat algemeen verbindende rechtsnormen oftewel rechtsregels. In het recht wordt een algemeen verbindend voorschrift ook wel aangeduid als een wet in materiële zin. De aanduiding "algemeen" geeft aan dat de maatregel niet op een specifiek geval is gericht, maar belang heeft voor allerlei burgers.

Strafbepalingen staan gewoonlijk wel in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), maar niet in bestemmingsplannen, de bekendste voorbeelden van AVV's.

Koninklijke besluiten waarbij algemeen verbindende voorschriften worden vastgesteld, worden gepubliceerd in het Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden.

Toepassing[bewerken]

Algemeen verbindende voorschriften worden vanwege het Rijk niet op andere wijze vastgesteld dan bij:

Naast de rijksoverheid kunnen gemeenten, provincies en waterschappen AVV's uitvaardigen. De meeste provinciale verordeningen vallen in deze categorie.[1] Zeer uiteenlopende zaken kunnen op deze manier geregeld worden. Bekende voorbeelden zijn de maatregelen waarin gemeenten koopzondagen en het parkeerbeleid vastleggen. Ook verplichtingen die voortvloeien uit de beginselen van behoorlijk bestuur hebben vaak de rechtskracht van een AVV, mits die verplichtingen vastgelegd en openbaar gemaakt zijn. Een minder voor de hand liggende AVV is een algemeen reglement voor Volksraadplegingen (provincie Gelderland)[1].

Het wijzigen van een AVV heeft dezelfde reikwijdte als het uitvaardigen van een nieuwe AVV; een besluit tot het intrekken van een AVV kan echter geen AVV zijn. Verder is een AVV naar buiten gericht: zo kan een overheidsorgaan niet het reglement van orde voor haar eigen vergaderingen als AVV aanmerken. Wel kan een overheidsorgaan in sommige gevallen beslissen om het uitvaardigen van AVV's te delegeren, zie bijvoorbeeld artikel 152 van de Provinciewet.[2][1]

Bezwaar[bewerken]

Procedures tegen een AVV zijn mogelijk door het starten van een civielrechtelijke procedure wegens onrechtmatige daad tegen de instantie die de AVV heeft uitgevaardigd. Dergelijke procedures zullen moeizaam zijn en zelden succes hebben, wellicht met uitzondering van bepalingen waarin een overheidsorgaan zijn omgang met de samenleving regelt, zoals bij AVV's die inkoop- en aanbestedingsbeleid regelen.

Beroep tegen een AVV op grond van de Algemene wet bestuursrecht is anno 2012 niet mogelijk, zoals blijkt uit Artikel 8:3 van deze wet, hoewel op deze regel in bijzondere wetten uitzonderingen gemaakt kunnen worden, zoals in de Wet ruimtelijke ordening (artikel 8.2) gedaan is voor bestemmingsplannen.[3] Hierin verschilt een AVV van een CB, en belanghebbenden zullen een onwelgevallig besluit dan ook als CB proberen aan te merken, zie bijvoorbeeld een pleitnota tegen het parkeerbeleid van het Amsterdamse stadsdeel Zuideramstel.[4] Artikel 8:2 zal echter op een nader te bepalen tijdstip komen te vervallen.

Bezwaar tegen beschikkingen[bewerken]

Hoewel het dus niet mogelijk is in beroep te gaan tegen het AVV als zodanig, is er wel een bestuursrechtelijk beroep mogelijk tegen beschikkingen die gebaseerd zijn op AVV's. Vaak kan men verzoeken een beschikking te ontvangen waartegen men in beroep kan gaan. Deze beschikking kan in voorkomende gevallen inhoudelijk vrijwel identiek zijn aan de AVV. Ook is het mogelijk om ontheffing te vragen van de bepalingen uit het AVV; bij afwijzing ligt de gang naar de bestuursrechter open.

Wie schade lijdt door een AVV of de toepassing daarvan, kan schadevergoeding claimen, hetzij in een civielrechtelijke procedure, hetzij bestuursrechtelijk, op grond van Artikel 8:73 of 8:75 van Awb.[5] Als laatste optie kan men, door het overtreden van het AVV, een proces uitlokken. De overtreder ontvangt dan een belastende beschikking die aan te vechten is op grond van het bestuursrecht, dus in bezwaar, beroep en hoger beroep.

Referendum[bewerken]

Terwijl bezwaren van individuele burgers niet ontvankelijk zijn, kan een overheidsorgaan wel toestaan dat een referendum vooraf gaat aan een AVV. Daarbij kan het overheidsorgaan initiatief van de bevolking afwachten (raadgevend referendum) of zelf initiatief nemen (raadplegend), maar het kan ook een van de twee vormen uitsluiten. Een referendum kan echter niet bindend zijn, omdat de wet dit niet toestaat: een afwijzende stem van het volk verplicht slechts tot heroverweging van het beoogde besluit. Het is wel voorgekomen dat een college van B & W verklaarde zich te zullen conformeren aan de keuze van de bevolking, en dit heeft anno 2008 niet tot moeilijkheden geleid, maar zo'n college begeeft zich op juridisch onontgonnen terrein.

Beschikbaarstelling van teksten in geconsolideerde vorm[bewerken]

Geconsolideerd wil zeggen dat alle in de loop van de tijd aangebrachte wijzigingen in de tekst van de wet zelf zijn doorgevoerd.

Sinds 1 januari 2011 zijn decentrale overheden wettelijk verplicht alle algemeen verbindende voorschriften (vaak verordening genoemd) op overheid.nl beschikbaar te stellen.[6] Een minderheid van decentrale overheden houdt hier zich nog niet aan.[7]

Anderzijds stellen veel overheden langs deze weg soms ook andere besluiten ter beschikking, zoals beleidsregels en interne regelingen. Dat is niet verplicht. Ruimtelijke plannen zoals bestemmingsplannen vindt men op de website Ruimtelijkeplannen.nl.

Overgangsregeling[bewerken]

Wanneer een wet wordt vastgesteld of gewijzigd duurt het soms nog enige tijd voordat deze ingaat, waardoor alle betrokkenen er rekening mee kunnen houden. Soms verloopt er ook nog tijd tussen de vaststelling van de wet zelf en de vaststelling van de ingangsdatum. Theaterproducenten hebben in 2010 juridische stappen tegen de regering aangekondigd wegens een op te korte termijn ingaande btw-verhoging.

Soms wordt in één keer een stapsgewijze invoering, wijziging of afschaffing vastgesteld. Dan geldt het genoemde tijdsverloop in ieder geval voor de vervolgstappen.

Bovendien wordt soms een overgangsregeling vastgesteld, waarbij nadelige aspecten voor bepaalde bestaande situaties verzacht of uitgesteld worden.

Voorbeelden:

Soms wordt de uitdrukking "eerbiedigende werking" gebruikt.

Een overgangsregeling (net als andere regelingen die betrekking hebben op bepaalde toekomstige jaren) kan tussentijds gewijzigd worden en is dus geen garantie. De regeling bepaalt slechts wat geldt indien later niet anders bepaald wordt.

De wetgever is minder bereid tot een overgangsregeling als de wijziging dient om belastingontwijking te bestrijden die de wet onbedoeld mogelijk maakte.

Soms bepaalt de rechter dat de overheid een overgangsregeling moet treffen. Naar aanleiding van zo'n geval heeft de regering besloten om in een wetsvoorstel zelf niet meer de datum van inwerkingtreding op te nemen, zodat die zo nodig naar een later moment dan eerst de bedoeling was kan worden verschoven, bijvoorbeeld als de behandeling langer duurt dan voorzien.[8]

Zie ook Overgangsregeling in de sociale zekerheid en legaliteitsbeginsel.

Zie ook[bewerken]

Referenties