Sociale zekerheid (Nederland)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Sociale zekerheid is in Nederland het publieke stelsel dat bedoeld is om inkomen en/of verzorging te garanderen voor natuurlijke personen ten tijde van pensioen, ziekte, arbeidsongeschiktheid, overlijden of werkloosheid.

Het sociale-zekerheidsrecht regelt, als onderdeel van het bestuursrecht, de rechten en verplichtingen van degenen die een rol hebben met betrekking tot sociale zekerheid (werkgevers, werknemers, werklozen, arbeidsongeschikten, ouderen en zelfstandigen).

Sociale zekerheid in Nederland bestaat uit sociale verzekeringen en sociale voorzieningen.

Inhoud

[bewerken] Sociale verzekeringen

De sociale verzekeringen worden in de regel onderverdeeld in de zogenoemde volksverzekeringen en de werknemersverzekeringen.

[bewerken] Volksverzekeringen

Volksverzekeringen in het Europese deel van Nederland zijn onder meer:

Volksverzekeringen in het Caribische deel van Nederland zijn onder meer:

De volksverzekeringen gelden onder meer voor alle ingezetenen van Nederland. De volksverzekeringen worden gefinancierd door inkomensafhankelijke premies en belastingen.

[bewerken] Werknemersverzekeringen

Werknemersverzekeringen in het Europese deel van Nederland zijn onder meer:

Er is een maximumloon waarover premies worden geheven en uitkeringen worden berekend: in juli 2011 is het maximum dagloon (ook geschreven maximumdagloon) € 190,32. Per jaar (260 dagen) is dit € 49.483.

Werknemersverzekeringen in het Caribische deel van Nederland zijn onder meer:

De werknemersverzekeringen gelden uitsluitend voor werknemers en met hen gelijkgestelden. De werknemersverzekeringen worden gefinancierd door inkomensafhankelijke premies.

[bewerken] Woonlandbeginsel

De regering stelt voor de hoogte van diverse uitkeringen te verlagen als de uitkeringsgerechtigde of het betreffende kind woont in een land buiten Europa met een lager prijspeil (woonlandbeginsel). Het betreft de Algemene Nabestaandenwet, de kinderbijslag en deels de Werkhervattingsregeling Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten (alle met ingangsdatum 1 juli 2012), en het kindgebonden budget (met ingangsdatum 1 januari 2013).[1]

Op termijn wil de regering de kinderbijslag en het kindgebonden budget voor kinderen die buiten de Europese Unie wonen helemaal stoppen. Dit kan pas later worden gerealiseerd omdat daarvoor eerst sociale zekerheidsverdragen met landen moeten worden aangepast.[1]

[bewerken] Sociale voorzieningen

De sociale voorzieningen zijn in het Europese deel van Nederland:

In tegenstelling tot de sociale verzekeringen zijn ter zake van de sociale voorzieningen door de verzekerde en/of zijn werkgever geen premies verschuldigd. De sociale voorzieningen worden uit de algemene middelen van het Rijk gefinancierd. Om die reden wordt de kinderbijslag (AKW), hoewel formeel een volksverzekering, soms ook wel tot de sociale voorzieningen gerekend.

Een sociale voorziening in het Caribische deel van Nederland is onder meer:

De sociale voorzieningen gelden in de regel voor alle ingezetenen van Nederland. De sociale voorzieningen worden uitsluitend gefinancierd door belastingen.

[bewerken] Passende of algemeen geaccepteerde arbeid

Wanneer men algemeen geaccepteerde arbeid moet accepteren dan is dat in sommige gevallen een zwaardere eis dan het moeten accepteren van passende arbeid. Met algemeen geaccepteerde arbeid wordt werk bedoeld dat algemeen maatschappelijk aanvaard is. Niet algemeen geaccepteerde werkzaamheden, zoals prostitutie, illegale arbeid en arbeid voor onder minimumloon zijn uitgesloten. Ook werkzaamheden die ingaan tegen de integriteit van de persoon, zoals werkzaamheden die gewetensbezwaren oproepen, zijn uitgesloten.

Wat onder passende arbeid wordt verstaan kan ruimer zijn naarmate men langer een uitkering heeft, zie ook de voorwaarden tijdens de uitkeringsperiode WW.

Zie ook onder.

[bewerken] Boetes en maatregelen

Op overtreding van verplichtingen in socialezekerheidswetten moet het UWV, respectievelijk de SVB een maatregel of een bestuurlijke boete opleggen.

[bewerken] Boetes

Het Boetebesluit socialezekerheidswetten regelt bestuurlijke boetes

[bewerken] Maatregelen

Het Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten regelt de maatregelen, behalve voor de WWB, IOAW, IOAZ en WWIK, omdat de gemeenten hier budgetverantwoordelijkheid voor dragen, en in verband daarmee zelf bij verordening regels stellen met betrekking tot de maatregelen (een zogeheten afstemmingsverordening) en voor de bestrijding van fraude. Weliswaar hebben gemeenten ook budgetverantwoordelijkheid voor de Bbz 2004 voor wat betreft startende ondernemers, maar voor de Bbz 2004 worden de regels voor alle ondernemers gelijk gehouden. [2]

De overtredingen zijn ingedeeld in categorieën, naar de verplichtingen waar zij betrekking op hebben. Per overtreding wordt verwezen naar de wetten en artikelen waar ze betrekking op hebben. Voorbeelden:

Eerste categorie:

  • Het tijdig aanvragen van de uitkering WW/WAO/WIA/WAZ/Wajong.
  • Het tijdig doen van aangifte van werkloosheid en het tijdig melden van ziekte bij WW/ZW.
  • Het naleven van vastgestelde controlevoorschriften die noodzakelijk zijn voor een juiste uitvoering van WW/IOW/ZW/WIA/Wajong/TW/AOW/Anw/AKW.
  • Het binnen de vastgestelde termijn gevolg geven aan een verzoek om alle feiten en omstandigheden mede te delen waarvan redelijkerwijs duidelijk is dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering, of het bedrag dat wordt betaald, bij WW/IOW/ZW/WIA/WAO/WAZ/Wajong/TW/AOW/Anw/AKW. Onder uitkering wordt tevens verstaan toeslag in de TW, ouderdomspensioen en toeslag in de AOW, en kinderbijslag in de AKW, en onder feiten en omstandigheden wordt onder meer verstaan informatie in het kader van re-integratie.
  • Het onverwijld op verzoek inzage verstrekken in een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht, bedoeld in artikel 55, tweede lid, van de Wet SUWI.

Tweede categorie

Derde categorie:

  • Het voorkomen werkloos te zijn of te blijven door in onvoldoende mate te trachten passende of algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen of door in verband met de te verrichten arbeid eisen te stellen die het aanvaarden of verkrijgen van passende of algemeen geaccepteerde arbeid belemmeren bij WW/IOW. (Zie ook boven.)

[bewerken] Toeslagen

Er zijn naast de toeslagen die de Toeslagenwet regelt nog een aantal inkomensafhankelijke toeslagen:

De Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) bevat algemene bepalingen hierover. De regelingen worden uitgevoerd door Belastingdienst/Toeslagen.

De Awir definieert het toetsingsinkomen als het op het berekeningsjaar betrekking hebbende inkomensgegeven, waarbij het berekeningsjaar het kalenderjaar is waarop de tegemoetkoming betrekking heeft. Artikel 20 bepaalt dat op herziening van het inkomensgegeven altijd herziening van de tegemoetkomingen volgt.

Elke toeslag is een niet-stijgende functie van inkomen. Hoe de toeslag van het inkomen afhangt verschilt per toeslag: het kan zijn een gebroken lineaire functie, een kwadratische functie, of op basis van een tabel met inkomensklassen. Bedragen lager dan €24 per jaar worden niet uitbetaald. Bij de huurtoeslag is deze functie een gedeelte van een kwadratische functie (de dalende tak van een bergparabool), die echter nul wordt vanaf een inkomen ruim lager dan dat waarvoor de kwadratische functie nul wordt. Hierdoor maakt deze toeslag (en dus ook inkomen plus toeslag) als functie van inkomen bij dit maximum inkomen een sprong naar beneden die veel groter is dan de genoemde €24 per jaar. De kinderopvangtoeslag is slechts gedeeltelijk afhankelijk van inkomen, d.w.z., hij daalt niet naar nul bij stijgend inkomen.

[bewerken] Hulpmiddelen

Bij hulpmiddelen wordt vanaf 2012 onderscheid gemaakt tussen twee categorieën[3][4]:

Als een hulpmiddel werken of het volgen van een opleiding mogelijk maakt kan het UWV dat verstrekken of vergoeden.

[bewerken] Rechtsbijstand

De Wet op de rechtsbijstand (Wrb) bepaalt dat rechtsbijstand wordt verleend aan hen wier inkomen per jaar € 24.600 of minder bedraagt, indien zij alleenstaand zijn, dan wel, indien zij met één of meer anderen een gemeenschappelijke huishouding voeren, ten hoogste € 34.700. In afwijking hiervan wordt geen rechtsbijstand verleend, indien de rechtzoekende beschikt over een vermogen dat meer bedraagt dan het heffingvrij vermogen. Hoe hoger het inkomen, hoe hoger de eigen bijdrage. In de Wrb worden eisen gesteld aan de hoogte van de vordering en de kans van slagen. De kans bestaat bovendien dat de particulier bij het verliezen van een procedure de daaruit voortvloeiende kosten moet betalen.

[bewerken] Uitvoering

Uitvoerders zijn:

[bewerken] Rechtsbescherming

De burger moet veelal een bestuursrechtelijk traject volgen om zijn recht te halen. Het gaat immers over geschillen met de overheid.

  • Premiegeschillen werknemersverzekeringen, uitkeringsgeschillen en Ziekenfondswet:
  1. Bezwaarprocedure
  2. Rechtbank (sector bestuursrecht)
  3. Centrale Raad van Beroep
  4. Hoge Raad
  1. Bezwaarprocedure bij de belastinginspecteur
  2. Gerechtshof (belastingkamer)
  3. Hoge Raad
  1. Bezwaarprocedure
  2. Rechtbank (sector bestuursrecht)
  3. Centrale Raad van Beroep
  1. Bezwaarprocedure
  2. Gerechtshof
  3. Hoge Raad
  • Grote fraudezaken:
  1. Rechtbank (strafrechter)
  2. Gerechtshof (strafrechter)
  3. Hoge Raad (strafkamer)
  • Klachten:
  1. Klachtencommissie van de uitkeringsinstantie
  2. Nationale Ombudsman

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Externe links

Referenties
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren