Alia (jodendom)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Alia (ook wel alijah of aliyah, meervoud aliyot; letterlijk opgang) is als term voor de Joodse emigratie naar Israël geadopteerd, maar is van oorsprong een algemene Tenachische term.

De betekenis, namelijk opstijging, is het stijgen in heiligheid. Het Heilige Land is heiliger dan andere landen, en dus heet het zich verplaatsen van buiten het Land naar binnen het Land alia. Daarnaast kan het woord ook betrekking hebben op personen die in het Land wonen maar niet in Jeruzalem, en die naar Jeruzalem komen. Deze betekenis komt bijvoorbeeld voor in de gebeden van de joodse feestdagen.

Later werd de term in de rabbijnse literatuur gebruikt om immigratie naar het Heilige Land mee aan te duiden. Er worden verschillende grote aliot, grote immigratiegolven, onderscheiden. De eerste vier aliot, bestonden met name uit grootschalig emigrerende Oost-Europese Joden.

Prezionistische alia[bewerken]

Al voor de opkomst van het zionisme in de 19e eeuw vonden aliot van kleine Joodse groepen plaats. Een noemenswaardige alia is de alia van een groep Hongaarse Joden circa tweehonderd jaar geleden. Hun afstammelingen, die nog altijd in Jeruzalem wonen, waren in de jaren dertig van de 20e eeuw de oprichters van de extreem antizionistische beweging Neturei Karta.

Joodse immigranten in het toenmalige Palistina, 1912

Eerste alia[bewerken]

In de 19e eeuw leden Joden onder nationalisme en hiermee gepaard gaande discriminatie van de landen waar ze woonden. Weliswaar hadden Nederland, Frankrijk en Engeland alle antisemitische wetten geschrapt, maar in het Russische rijk en vele andere staten bestonden ze nog. Daarnaast kwam ook in de West-Europese landen antisemitisme onder de bevolking voor. Veel joden wilden daarom graag naar een eigen land emigreren, een land waar ze hun geloof konden belijden zonder gediscrimineerd te worden. Rond 1880 begonnen de eerste Joden naar Palestina te migreren en de eerste alia was een feit.

Overlevenden van Buchenwald komen aan in Haifa

Tweede alia[bewerken]

Na de inspanningen van Theodor Herzl en het Zionistisch Congres had men niet alleen besloten dat er een "nationaal tehuis" voor de joden moest komen, maar ook dat dit "tehuis" zich in Palestina zou moeten bevinden. Rond 1905 volgde hierdoor een tweede alia. Toch waren de eerste twee aliot maar zeer klein. De overgrote meerderheid van de joden verkoos Amerika boven Palestina.

Rond 1900 waren de Joden in Palestina van misschien enkele procenten van de bevolking tot circa 10 à 15% opgeklommen. Zij kochten vaak land van Arabische grondbezitters, en wel op een zodanige wijze dat de stukken gekochte grond blokken vormden. Hier bouwden zij hun huizen, boerderijen, scholen, synagogen en uiteindelijk steden en universiteiten. In het begin ging men uit van het kibboets-model: grotendeels autarkische leefgemeenschappen. Het leven in de kibboetsen en in Palestina in het algemeen was erg hard. Joden die in hun vorig leven dokter of advocaat waren geweest, moesten nu met hun handen werken. Men moest weer helemaal opnieuw met het leven beginnen. Daarnaast was de sfeer grimmig: in 1907 vond de eerste openlijke joods-Arabische confrontatie plaats. Tijdens de aliot is dan ook altijd sprake geweest van spijtoptanten die in tegengestelde richting of naar Amerika vertrokken omdat ze niet konden aarden in Palestina.

Derde alia[bewerken]

In 1918 stortte de Ottomaanse heerschappij in en initieerden de Engelsen een mandaat. Dit werd door zowel de joden als de Arabieren als een klap in het gezicht gezien: "We worden gekoloniseerd!" Het was echter de bedoeling dat de Engelsen het gebied te zijner tijd zouden opgeven, bovendien hadden ze in 1917 de joden een nationaal tehuis beloofd (Balfour-verklaring). In de periode 1918-1940 ontstond dan ook een derde alia, die beduidend groter was dan de eerste twee. Dit waren vooral idealistische migranten en vanaf 1933 ook Duitse joden. De Britten knepen ten slotte de stroom af. Om de Arabieren tegemoet te komen, werden steeds kleinere aantallen Joodse migranten toegelaten.

Vierde alia[bewerken]

Na de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog vonden steeds meer Joden dat ze niet meer zonder een eigen staat konden. In 1945-1948 trok een enorme stroom joden uit het verwoeste Europa naar Palestina, en vormde de vierde alia. In 1948 waren de Joden ten slotte een krappe meerderheid gaan vormen in Palestina.

Vijfde alia[bewerken]

Na de stichting van de staat Israël in 1948 vonden in de meeste Arabische landen represailles tegen de joodse minderheden daar plaats. Dit resulteerde in een vijfde (grote) alia.

Later vonden meerdere grote aliot plaats, waarbij grote groepen joden uit de diaspora naar Israël immigreerden. Een prominent voorbeeld zijn is massale alia uit Rusland die vijftien jaar geleden begon en nu langzaam eindigt, en de alia van de Ethiopische joden.

Zie ook[bewerken]