Alice van Saksen-Coburg en Gotha

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Alice van Engeland (1843-1878)

Alice Maud Mary van het Verenigd Koninkrijk (Londen, 25 april 1843Darmstadt, 14 december 1878) was lid van de Britse koninklijke familie. Ze was het derde kind en de tweede dochter van koningin Victoria van het Verenigd Koninkrijk en de prins-gemaal Albert van Saksen-Coburg en Gotha. Ze was als echtgenote van Lodewijk IV van Hessen-Darmstadt groothertogin van Hessen en aan de Rijn. Ze was een lid van de Duitse familie Saksen-Coburg en Gotha.

Prinses Alice wordt in de geschiedenis vooral genoemd als de dochter van koningin Victoria en de moeder van tsarina Alexandra Fjodorovna. Ook was ze de overgrootmoeder van Prins Philip, de echtgenoot van koningin Elizabeth II. De plaats Alice in Zuid-Afrika is naar haar genoemd.

Jeugd[bewerken]

Prinses Alice (rechts) met haar oudere zus, Prinses Victoria (links). De foto werd gemaakt te Osborne House op het eiland Wight.

Prinses Alice werd in de eerste ochtend uren van 25 april 1843 te Buckingham Palace geboren als de tweede dochter van koningin Victoria van het Verenigd Koninkrijk. Als dochter van de regerende vorstin kreeg Alice de titel "Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Alice van het Verenigd Koninkrijk". Haar naam Alice had ze te danken aan eerste minister William Lamb, Lord Melbourne, de eerste Britse premier onder koningin Victoria. Hij had ooit tegen koningin Victoria gezegd dat Alice zijn favoriete vrouwen naam was. De naam Maud is de oudengelse vorm van Mathilde, en die kreeg ze van prinses Sophia Mathilde van Gloucester een dochter van prins Willem van Gloucester die weer een jongere broer was van koning George III. Sophia Mathilde stierf in 1844. De naam Mary werd gekozen omdat ze op de zelfde dag was geboren als prinses Mary, Hertogin van Gloucester, een dochter van George III.

Ze werd op 2 juni 1843 gedoopt in de privé-kapel van Buckingham Palace door William Howley, Aartsbisschop van Canterbury. De doopgetuigen waren koning Ernst August I van Hannover, erfprins Ernst II van Saksen-Coburg en Gotha, prinses Sophia van Gloucester (een nicht van koning George III) en prinses Feodora zu Hohenlohe-Langenburg (een dochter van Hermann zu Hohenlohe-Langenburg).

Alice had niet veel contact met haar ouders en werd opgevoed door kinderjuffrouwen en privé-leraren. Ze had een goede relatie met haar broers en zussen. Ze kreeg les met haar oudere zus Victoria, met wie Alice ook vaak kattenkwaad uithaalde, en ze was in het bijzonder gehecht aan haar broer Albert Edward. Na prinses Victoria's huwelijk met keizer Frederik III van Duitsland was Alice de oudste, thuiswonende dochter en werd ze de steun en toeverlaat van haar moeder. Toen haar vader in december 1861 tyfus kreeg, verzorgde de 18-jarige Alice hem tijdens de laatste weken van zijn leven, zodat de koningin zich met staatszaken bezig kon houden. In de avond van 14 december 1861 stierf hij.

Broers en zussen[bewerken]

Prinses Alice bouwde in haar jeugd een zeer goede band op met haar oudere broer, Albert Edward, en haar oudste zus, Victoria, de Princess Royal. Alice was zeer verdrietig toen Victoria in 1858 trouwde met de Pruisische kroonprins.

Huwelijk en gezin[bewerken]

Prinses Alice met haar man en hun oudste twee kinderen (Victoria en Elizabeth)

De familie was nog in rouw, toen Alice op 1 juli 1862 in Osborne House op het Isle of Wight met groothertog Lodewijk IV van Hessen-Darmstadt in het huwelijk trad. Bij het huwelijk kreeg Lodewijk van koningin Victoria het predicaat "Koninklijke Hoogheid" en de titel "Ridder in de Orde van de Kousenband". Het predicaat was alleen in het Verenigd Koninkrijk geldig, in Duitsland droeg hij nog steeds het predicaat van "Groothertogelijke Hoogheid". Het paar ging in de Duitse stad Darmstadt wonen. Het was geen gelukkig huwelijk: Alice en Lodewijk hadden geen enkel raakvlak en voerden weinig gesprekken.

Tijdens de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog merkte prinses Alice op dat de zorgomstandigheden voor gewonde soldaten zeer slecht waren. Daarom richtte ze de Alice-Frauenverein (ook wel Vrouwen Unie genoemd) op. Deze organisatie leidde verpleegsters en hulpverleensters op. Op deze manier raakte de prinses bevriend met Florence Nightingale, een bekende, Britse verpleegster. In Darmstadt richtte de prinses het Alice-Hospital op, dat - anno 2008 - nog steeds bestaat.

Op 13 juni 1877 volgde prins Lodewijk zijn oom op als groothertog van Hessen en aan de Rijn, waardoor prinses Alice de titel van groothertogin kreeg.

Kinderen[bewerken]

Prinses Alice was een draagster van hemofilie, waaraan één van haar zoons overleed en waarvan meerdere dochters ook draagster werden. Ze kreeg in totaal zeven kinderen met Lodewijk:

Haar overlijden[bewerken]

In november 1878 kreeg Alice' oudste dochter, Victoria, difterie. Enkele dagen later bleken ook Alix en May ziek te zijn en binnen korte tijd had iedereen, behalve Elisabeth, de ziekte onder de leden. Prinses Alice besteedde al haar tijd aan het verzorgen van haar echtgenoot en kinderen. Op 16 november stierf prinses Maria. Om het herstel van de anderen niet te belemmeren met de schok van Maria's dood verzweeg Alice haar overlijden tot de andere kinderen naar hun zusje begonnen te vragen. De kinderen herstelden uiteindelijk, maar Alice was erg verzwakt door het verzorgen van haar gezinsleden en liep toen zelf difterie op. Op 14 december stierf prinses Alice op 35-jarige leeftijd. Ze werd begraven met de Engelse vlag op haar kist in het groothertogelijke mausoleum te Rosenhöhe bij Darmstadt.

Titels[bewerken]

  • Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Alice van het Verenigd Koninkrijk
  • Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Lodewijk van Hessen en aan de Rijn
  • Hare Koninklijke Hoogheid De Groothertogin van Hessen en aan de Rijn