Alleenstaande-ouderkorting

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De alleenstaande-ouderkorting is één van de heffingskortingen in de Wet inkomstenbelasting 2001. Ze is bedoeld voor één-oudergezinnen.

In 2011 zijn voorgenomen beperkingen verzacht om de armoedeval niet te verergeren.

De alleenstaande ouderkorting bedraagt in 2012 € 947. Als voorwaarde voor de korting mag de belastingplichtige geen partner of huisgenoot hebben en moet deze een kind in huis hebben dat jonger is dan 18 jaar.

Indien men aan de bovenstaande voorwaarden voldoet, maar er is een kind jonger dan 16 jaar, en men heeft in het fiscale jaar inkomsten uit tegenwoordige arbeid, dan krijgt men een aanvullende korting. De aanvullende korting bedraagt in 2012 4,3% van deze inkomsten, met een maximum van € 1319.

Toekomst[bewerken]

Aanhangig is de Wet hervorming kindregelingen volgens welke de korting en de aanvullende korting worden vervangen door de alleenstaande-ouderkop.