Alliance Démocratique

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Politiek in Frankrijk

Politiek in Frankrijk
Bestuurlijke indeling
Regering van Frankrijk (huidige)
President (lijst)
Premier van Frankrijk
Ministers van Buitenlandse Zaken
Ministers van Binnenlandse Zaken
Ministers van Defensie
Ministers van Financiën
Ministers van Justitie
Senaat (lijst)
Assemblée Nationale (lijst)
Politieke partijen
Secretaris-generaal Élysée

Portaal  Portaalicoon  Politiek
Portaal  Portaalicoon  Frankrijk

De Alliance Démocratique (Nederlands: Democratische Alliantie) was een Franse centrum-rechtse partij gevormd in 1901. De AD was een laïcistische en klassiek liberale groepering die - samen met de Parti Radical-Socialiste - de meeste regeringen in de latere periode van de Derde Franse Republiek (1901-1940) domineerde. Na de Tweede Wereldoorlog verloor zij aan betekenis, maar werd pas in 1978 formeel ontbonden.

De AD was geen echte politieke partij - een strakke organisatie ontbrak - maar had meer weg van een losjes bijeengehouden vereniging. Tijdens haar bestaan stond zij bekend onder meerdere namen:

  • Alliance Républicaine Démocratique (ARD, Democratische Republikeinse Alliantie) 1901 - 1911
  • Parti Républicain Démocratique (PRD, Republikeins-Democratische Partij) 1911 - 30 juni 1920
  • Parti Républicain Démocratique et Social (PRDS) 30 juni 1920 - november 1926
  • Alliance Démocratique (AD) november 1926 - 1940/1978[1]

Geschiedenis[bewerken]

1901-1940[bewerken]

De AD (onder de naam ARD) werd op 23 oktober 1901 opgericht door aanhangers van de vroegere premiers Léon Gambetta, Jules Ferry en Léon Say, zoals Adolphe Carnot (broer van de in 1894 vermoordde president Sadi Carnot), Raymond Poincaré (de latere president) en Paul Stapfer (lid van de Ligue des droits de l'homme). Onder de oprichters vonden zich vooral leden van de haute bourgeoisie (rijke burgerij) en grootstedelijke intellectuelen. De partij ondersteunde het beleid van premier René Waldeck-Rousseau (1899-1902) en zelfs dat van diens opvolger Émile Combes (1902-1905). Na het uiteenvallen van het Bloc des Gauches (ARD, PRS en Socialistes Indépendants) in 1907 streefde de AD naar de vorming van een Bloc des Démocrates van de republikeinse partijen en de PRS, maar zonder de socialisten.

Van oorsprong was de AD een centrum-linkse partij, gekant tegen de monarchisten en rechtse republikeinen (Fédération Républicaine, Jules Méline, Alexandre Ribot) en voorstander van de invoering van laïcistisch onderwijs en een strikte scheiding van kerk en staat. Ook was de partij voorstander van samenwerking met de Parti Radical-Socialiste (PRS, Radicaal-Socialistische Partij) en uiteindelijke naar een herstel van de eenheid van republikeinse partijen, zoals die in de negentiende eeuw bestond. Na de realisering van de meeste programmapunten van de AD in de eerste jaren na de oprichting[2] en het verdwijnen van monarchistisch rechts[3] schoof de AD als gevolg van de opkomende socialistische (SFIO) en communistische (SFIC) partijen - maar ook door de opmomst van centristische partijen (zoals de Parti Démocrate Populaire) - op naar rechts.

In 1906 werd Armand Fallières en in 1913 werd Raymond Poincaré tot president gekozen.

Na de Eerste Wereldoorlog vormden de AD (PRD), de Fédération Républicaine, de Katholiek-liberale Action Libérale Populaire, de Radicaux Indépendants en andere conservatieve partijen het Bloc Nationale ("Nationaal Blok") dat met patriottische en anti-bolsjewistische leuzen de verkiezingen van 1919 inging. Bij de parlementsverkiezingen van 1919 behaalde het Bloc National een zege, hoewel de AD het als zelfstandige partij binnen het Bloc niet zo goed deed (61 zetels, -5 ten opzichte van 1914). De regeringen van het Bloc bleven tot de verkiezingsoverwinning van links in 1924 aan de macht (Poincaré was van 1922 tot 1924 premier). Van 1926 tot 1929 vormden de AD en de PRS de spil van de centrum-rechtse kabinetten. Bij de parlementsverkiezingen van 1928 behaalde de AD een beperkte winst die men in de jaren '30 (crisisjaren) zag verdampen.

Een groot succes behaalde de AD bij de presidentsverkiezingen van 1932 toen Albert Lebrun tot president van Frankrijk werd gekozen.

De AD verzette zich fel tegen de linkse Volksfrontregeringen en schoof verder op naar rechts.

1940-1978[bewerken]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte de AD. Op 10 juli 1940 stemden de meeste AD-parlementariërs vóór het verlenen van volmachten aan generaal Philippe Pétain. Het idee van een krachtige staat en een verzwakking van de wetgevende macht (Franse parlement) sprak veel AD'ers aan. Vervolgens werden de politieke activiteiten van de AD gestaakt, maar individuele partijleden bleven politiek actief. Zij steunden het Vichy-bewind van Pétain en steunden met name de regering van Vichy-premier Pierre-Étienne Flandin (1940-1941). Flandin richtte een Nationale Raad op bestaande uit 78 vroege parlementariërs, waaronder AD-leden, die als adviesorgaan van de regering optrad.

Niet alle AD'ers steunden de Vichy-regering, sommige hadden op 10 juli tegen het verlenen van volmachten aan Pétain gestemd (zie: Vichy 80) en een aantal AD'ers namen deel aan het verzet.

Na de Tweede Wereldoorlog probeerde Joseph Laniel, een verzetsheld, de AD - die haar politieke activiteiten medio 1944 hervatte - te hervormen. Hij stuitte echter op fel verzet van de oppermachtige behoudende vleugel die in de jaren kort na de Tweede Oorlog de partijleiding overnam van de hervormingsgezinden. Van 1946 tot 1949 maakte de AD deel uit van het Rassemblement des Gauches Républicaines (RGS, Groepering van Linkse Republikeinen) - ondanks de naam doet vermoeden een uitsterst conservatieve groepering. In 1949 ging de Alliance Démocratique deel uitmaken van het conservatieve Centre National des Indépendants et Paysans (CNIP, Nationaal Centrum van Onafhankelijken en Boeren). In 1950 werd Flandin tot voorzitter van de AD binnen het CNIP gekozen.

De AD integreerde volledig binnen het CNIP, maar bleef desondanks officieel tot 1978 voortbestaan. Tot 1978 werden er nog keurig "partijcongressen" gehouden in vorm van etentjes en biljartavonden in republikeinse clubs.

De AD'ers in de Kamer van Afgevaardigden (Chambre des Députés) zaten aan de linkerkant van de Kamer en vormden de fractie van Républicains de Gauche (Linkse Republikeinen).

Verkiezingsresultaten 1906-1936[bewerken]

Jaar Zetels
1906 90
1910 113
1914 66
1919 61
1924 78
1928 64
1932  ?
1936  ?

Voorzitters van de AD[bewerken]

Persoon Periode
Adolphe Carnot 1902 - 1920
Charles Jonnart 1920 - 1921
Joseph Noulens 1921 - 1923
Charles Jonnart 1923
Antony Ratier 1923 - 1933
Pierre-Étienne Flandin 1933 - 1940
Marcel Ventenat 1944 - 1949

Geleverde presidenten[bewerken]

Persoon ambtstermijn
Émile Loubet 1899 - 1906
Armand Fallières 1906 - 1913
Raymond Poincaré 1913 - 1920
Paul Deschanel 1920
Albert Lebrun 1932 - 1940

Literatuur[bewerken]

  • Pierre-Etienne Flandin, Paix et liberté (L’Alliance démocratique à l’action), Paris, Flammarion, 1938

Zie ook[bewerken]

Verwijzingen[bewerken]

  1. De partij ontplooidde tijdens de Tweede Wereldoorlog geen activiteiten
  2. Laïcering van het onderwijs: 1903, scheiding van kerk en staat: 1905
  3. In 1901 achtte Paus Leo XIII het wenselijk dat rooms-katholieke monarchisten zich met de republiek te verzoenen en het streven naar herstel van de monarchie zouden afzweren