Allopatrische soortvorming

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De vier vormen van soortvorming: Allopatrische soortvorming, peripatrische soortvorming, parapatrische soortvorming en sympatrische soortvorming.

Allopatrische soortvorming is een manier van soortvorming waarbij dochtersoorten ontstaan uit een vooroudersoort, als er een duidelijk aanwijsbare ruimtelijke scheiding is tussen de dochterpopulaties en de oudersoort die wordt veroorzaakt door geologische verschijnselen of migratie. Door die scheiding kunnen de dochterpopulaties zich op den duur ontwikkelen tot aparte soorten. De dochtersoorten ontstaan dus in een ander (allos) (vader-)land of gebied (patris). Dit in tegenstelling tot sympatrische soortvorming waarbij de soorten ontstaan zonder ruimtelijke scheiding.

Volgens de Wet van Hardy-Weinberg zal de frequentie van allelen stabiel blijven in een (oneindig) grote populatie. Omgekeerd zal in een kleine populatie de frequentie van allelen snel kunnen veranderen.

De (kleine) afgescheiden populatie zal niet alle genetische variatie bevatten die de (grote) hoofdpopulatie heeft. Hierdoor zullen na enkele generaties reeds verschillen optreden tussen de oorspronkelijke en de afgescheiden populatie. Ook kunnen (nieuwe) mutaties zich in een kleine populatie sneller en beter verspreiden dan in een grote populatie. Daarnaast kan de afgescheiden populatie onder een andere selectiedruk staan dan de oorspronkelijke populatie, waardoor natuurlijke selectie andere varianten zal voortbrengen.