Almere (meer)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het Almere ontstond door afslag uit het Flevomeer.
Het Flevomeer in de eerste en het Almere in de tiende eeuw

Het water Aelmere (later ook: Almere) was in de middeleeuwen een meer of binnenzee ongeveer waar thans in Nederland het IJsselmeer ligt.

Ontstaan[bewerken]

In het Subatlanticum bestond er op de betreffende plek al een merencomplex, dat door Pomponius Mela, een Romeins geograaf, in zijn De Chorographia in 44 na Christus nog Lacus Flevo (Flevomeer) werd genoemd. Andere bronnen spreken over Flevum, dat 'vliestroom' betekent. Het Flevomeer ontwikkelde zich na de Romeinse tijd door de afslag van de oevers tot het Almere. In het midden hiervan lag het eiland Flevo, waaruit later Urk en Schokland zijn ontstaan. Dit merencomplex was toen nog verhoudingsgewijs klein en stond in verbinding met de zee door een riviermonding of misschien een nauwe zeearm, waarschijnlijk het Vliestroomkanaal, tussen wat later de eilanden Vlieland en Terschelling zouden worden. Het latere Marsdiep was toen nog een riviermonding (fluvium Maresdeop). Het Flevomeer ontwikkelde zich na de Romeinse tijd door de afslag van de oevers tot het binnenmeer dat Aelmere werd genoemd.

Naam[bewerken]

Het Aelmere wordt voor het eerst genoemd in een heiligenleven over de Angelsaksische bisschop Bonifatius.[1] Daar wordt vermeld dat deze Ierse bisschop (in 754 bij Dokkum vermoord) in 753 vanaf de Rijn komende over een water genaamd 'Aelmere' richting het huidige Friesland voer. Rond het jaar 1000 wordt in een schenkingsakte over het eiland Urk gesproken als ‘Urk in (het) Almere’.[2] In dit document uit 966 van keizer Otto I aan het Sint-Pantaleonsklooster te Keulen luidt het: cuiusdam insulae medietatem in Almere, que Urch vocatur, 'de helft van een zeker eiland in (het) Almere, dat Urch genoemd wordt'.

Volgens sommigen is ‘Almere’ een Germaanse naam voor ‘groot meer’, waarbij het woorddeel ‘mere’ een vroegere vorm is van het moderne ‘meer’. Het Germaanse ‘ala’ is voorloper van ons woord ‘al’, dat ‘geheel’ betekent (vergelijk: 'een en al', 'geheel en al'), en in samengestelde woorden ‘groot’ of ‘erg’. Volgens een nieuwere opvatting is het woorddeel al (in de oudere vorm ael) echter een verwijzing naar een ander woord voor paling, het moderne aal.[3]

De naam van de stad Almere is van de naam van dit meer afgeleid.

Overgang naar Zuiderzee[bewerken]

Vermoedelijk was het water in het Almere in de tijd dat het zijn naam kreeg (in de vroege middeleeuwen) zoet tot zwak brak. De Utrechtse kerk bezat visrechten in het Almere.[4]

Het ontstaan van de Zuiderzee uit het Almere gedurende de middeleeuwen, had waarschijnlijk meerdere oorzaken:

Bronnen, noten en/of referenties

Referenties

  1. (en) Willibald, Vita Bonifatii, hoofdstuk 8: 'Eventually he reached the marshy country of Frisia, crossed safely over the stretch of water, which in their tongue is called Aelmere, [i.e. the Zuider Zee] and made a survey of the lands round about, which up till then had borne no fruit.'
  2. Dit is ook de oudst bekende vermelding van de naam 'Urk'.
  3. N. van der Sijs (2002, tweede druk), Chronologisch woordenboek: De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, blz. 121 en 124, Veen, Amsterdam / Antwerpen, ISBN 9020420453
  4. W. Prummel (1978), Vlees, gevogelte en vis, in: Spiegel Historiael, Dorestad, blz. 292, april 1978 nummer 4, Fibula- Van Dishoeck, Haarlem
  5. J. Buisman en A.F.V. van Engelen (2000), Duizend jaar weer, wind en water in de lage landen, deel 1 tot 1300, blz. 361, Uitgeverij Van Wijnen, ISBN 90-5194-075-0