Almere (meer)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het Almere ontstond door afslag uit het Flevomeer.

Het water Almere was een meer of binnenzee grofweg waar heden het IJsselmeer in Nederland ligt. Het wordt genoemd in een heiligenleven over de Angelsaksische bisschop Bonifatius.[1] Deze voer in 753 over het Aelmere (waarbij ael mogelijk een ander woord is voor paling[2]). Vermoedelijk was het water in het Almere in deze periode zoet tot zwak brak. De Utrechtse kerk bezat visrechten in het Almere.[3] De naam van de stad Almere is van de naam van dit meer afgeleid.

Ontstaan en einde[bewerken]

Door Pomponius Mela, een Romeins geograaf, werd in zijn De Chorographia het water in 44 na Christus nog Lacus Flevo (Flevomeer) genoemd. Andere bronnen spreken over Flevum, dat vliestroom betekent. Het Flevomeer ontwikkelde zich na de Romeinse tijd door de afslag van de oevers tot het Almere.

Een aantal factoren zorgden er waarschijnlijk voor dat gedurende de middeleeuwen uit het Almere de Zuiderzee ontstond:

Bronnen, noten en/of referenties

Referenties

  1. (en) Willibald, Vita Bonifatii, hoofdstuk 8
  2. N. van der Sijs (2002, tweede druk), Chronologisch woordenboek: De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, blz. 121 en 124, Veen, Amsterdam / Antwerpen, ISBN 9020420453
  3. W. Prummel (1978), Vlees, gevogelte en vis, in: Spiegel Historiael, Dorestad, blz. 292, april 1978 nummer 4, Fibula- Van Dishoeck, Haarlem
  4. J. Buisman en A.F.V. van Engelen (2000), Duizend jaar weer, wind en water in de lage landen, deel 1 tot 1300, blz. 361, Uitgeverij Van Wijnen, ISBN 90-5194-075-0