Alpine skiuitrusting

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Op deze pagina wordt zowel de uitrusting besproken voor het alpine skiën door de amateur die niet aan de competitie deelneemt, als voor de competitieskiër, en de reglementen die zijn materiaal beheersen.

Beoefenaars van borstelskiën, zandskiën, freestyle en speedskiing gebruiken allemaal gelijkaardig materiaal

Inhoud

[bewerken] Ski's

[bewerken] Voor de amateur en de vakantieganger

[bewerken] Huren of kopen

Er is geen aftiklijstje waarvan de uitkomst op voorhand vastligt, om te bepalen of je het best ski's huurt of koopt.
Voor wie meer dan eens per jaar gaat skiën of in totaal voor meer dan 2 weken per skiseizoen weggaat, lijkt het voordeliger om te kopen :
4 seizoen x huuprijs > koopsom + onderhoud
het blijft tenslotte de gebruikers eigen materiaal, en dat heeft zo zijn voor en nadelen die niet in geld zijn uit te drukken en dan blijft de vraag welke van die voor- en nadelen wegen het zwaarst.
Gebruikers moeten gebruik op borstelpistes niet meerekenen. Daarvoor is het aan te raden de huurski's van de piste te gebruiken, op indoor-pistes kan de gebruiker ook zijn eigen materiaal inzetten zonder vrees te moeten hebben voor overmatige slijtage.


Voordelen Nadelen
Huren
  • geen eigen onderhoud
  • steeds mogelijkheid ander materiaal te kiezen
  • mogelijkheid nieuwste materiaal te proberen (hangt af van de verhuurders)
  • steeds andere ski's
  • niet altijd zelfde kwaliteit bij verschillende verhuurders
  • geen routine opbouw op een (soort) ski
Kopen
  • men wordt ski's gewoon => verbetert uw prestaties, vertrouwen in de ski
  • niemand anders gaat er brutaal mee om
  • materiaal moet steeds mee op reis = lastig tijdens een reis met gemeenschappelijk vervoer middel (bus, trein, vliegtuig)
  • onderhoud

[bewerken] Proberen en testen

Het is geen sinecure om ski's te testen, en zeker niet als je zelf niet exact weet wat je wil bereiken en waarvoor het moet gaan dienen. Laat testen dus over aan de doorgewinterde skiërs. Gebruik de in magazines gepubliceerde testen om een keuze te te maken. Hou er wel rekening mee dat de testers doorgewinterde, vaak Staatlich opgeleide skileraren zijn, die de eigenschappen van een ski anders kunnen interpreteren dan de toeristische skiër.
In België het VSSF en in Nederland de NSV publiceren jaarlijks in hun magazine of via hun website skitests.
Het Franse magazine SKI publiceerde een van de meest complete tests.
Jaarlijks organiseren de grote skimerken diverse testavonden op indoorbanen in Nederland waar je zelf alle eigenschappen van een ski kan testen. Voor meer informatie kan je contact opnemen met de indoorbanen die meedoen aan de tests (Den Haag, Zoetermeer en Landgraaf). Bedenk ook dat als een huurski goed bevalt deze vaak overgenomen kan worden voor een zacht prijsje.

[bewerken] De keuze

Kies een speciaalzaak: niet elke sportzaak is een ski-speciaalzaak, zoek hulp bij een skiclub, en vraag om advies.
Vertel de adviseur eerlijk op welk niveau je nu kan skiën (het is geen schande beginner te zijn), wat je binnen 4 seizoenen wilt kunnen doen met het materiaal dat je nu wilt aankopen. Zijn of haar advies zal je een set opleveren waaraan je echt plezier zult beleven.

[bewerken] Materiaalaanbod

Zowat alle ski's die nu nieuw verkocht worden voor algemeen gebruik zijn carve-ski's.
Elke ski heeft van de makers een typering meegekregen: Dames, Heren, Junior (bedoeld voor kinderen tot max. 15 jaar), en de meeste geven ook een gewichtsklasse mee, dat is een minimum- en maximumgrens van het gewicht van een gebruiker waarbinnen de ski optimaal rendeert. Sommige makers geven ook een lichaamslengte mee, maar als algemene regel kan gesteld worden dat je een carve-ski niet groter koopt dan je eigen (lichaamslengte - 12 cm) of zolang de ski niet hoger komt dan het topje van je neus.
Competitieskiërs gebruiken meestal de kleinst mogelijk maat: dat zegt heel veel over hun wijze van kiezen.

Houd er rekening mee dat er een wisselwerking bestaat tussen de lengte van de ski en stabiliteit op de lange of snelle stukken (schuss). Ben je eerder een bochtenskiër die graag alle hoeken van de piste bekijkt of ben je een razer die zo snel mogelijk beneden wil zijn? De bochtenmaker kiest de korte, en de snelheidsduivel de lange ski's.
Buiten-piste skiën stelt zo zijn eigen vereisten aan een ski, maar in wezen hoe breder hoe beter.

[bewerken] Type ski's

  • Alpine ski's: dit soort ski's zijn gemaakt voor de harde - door machines onderhouden - pistes. Dit zijn precisie-instrumenten, hard, snel en ze volgen "de bevelen van de skiër zeer nauwkeurig" op. Dit soort ski's zijn bedoeld voor de niveaus zeer gevorderde skiër tot racing. Deze ski is geen competitie ski, ze is er dikwijls wel op gebaseerd, en sommige skiërs doen er ook mee aan competitie.
  • Freeride ski's : zijn een soort all-mountain werkpaarden die de moeilijkste omstandigheden niet uit de weg gaan. Ze drijven in de "poeier" (powder snow, poudreuse), ze snijden hun bochten als een diamantzaag door de harde sneeuw en glijden als warme messen door de slush (natte lente sneeuw). Men kan deze ski's in gelijke mate voor on-piste en voor off-piste gebruiken. Deze skis zijn bedoeld voor de wel gevorderde skiër tot de expert en de raceskiërs.
  • Bandits / Skicross : All-mountain, all-terrain ski, deze ski vraagt minder expertise dan de Freeride skis. Ze kunnen gemakkelijk off-piste, en geven een lekker gevoel on-piste. Deze ski is voor U als uw gebruik 70% on-piste en 30% off-piste is. Deze skis zijn bedoeld voor de gevorderde en de expertskiërs.
  • Trailblazers / Comfort en Sport : All-mountain trailblazers dit is een comfort ski gemakkelijk draaien op de piste, Carvers die houden van blauwe rode en zwarte pistes, voor onbezorgd vakantiegenot. Deze skis zijn bedoeld voor skiërs die beginnen tot de gevorderde skiërs.
  • Cruisers : de ski die je probleemloos door de bochten brengt voor beginner tot gevorderde skiërs. Perfect voor cruising op de blauwe en de groene pistes.
  • Carvaholics : dit is de carveski voor de echte gavanceerde carver : kort, fun en extreem zijn de sleutelwoorden. Voor de expertskiërs.
  • Nu School : (spreek uit new school) dit is cool, the funky stuff - zoals twin tips, ski boards en jumping skis. Het gereedschap voor de skiër die niet weg te branden is uit het funpark, de half-pipe, de slides, en de tricks zijn hun domein. This puts a smile on your face, als je gewoonlijk meer dan 50 cm plaats om je heen hebt in de rij naar de lift.

[bewerken] Fun-ski's en andere buitenbeentjes

Eerst en vooral zijn er de ski's met slechts 1 lat: de monoski of de sqwail (ook wel skwal genoemd)

  • de monoski : dit is een ski ter grootte van een snowboard meestal niet langer dan 165 en gewoonlijk weinig getailleerd, de skiërs staat met beide voeten naast elkaar in de lengte van de ski.
  • de skwal : is een iets smallere ski gewoonlijk iets meer getailleerd en de skiër staat met beide voeten achter elkaar.

De bindingen voor dit soort ski zijn gewoonlijk licht aangepaste ski-bindingen zoals op een alpijnse ski. Dat zijn andere dan bindingen/clips voor een snowboard of een surf.

Dan zijn er de kleintjes: de bigfoots en de snowblades.

  • Bigfoots zijn extra korte ski's (<70 cm) waar in plaats van een ski binding, gebruik wordt gemaakt van een clip waarmee je je schoen vastzet.
  • Snowblades zijn korte ski's (<100 cm) met een gewone binding.


Dan zijn er de specials : De ZAG.
De designer van de Nidecker snowboards (Zag) had het lumineuze idee om skiërs de "sensatie" van het boarden te geven door hen in essentie 2 smalle snowboards onder de voeten te schuiven. Dat is de Zag. Een zeer brede ski aan de uiteinden, een grote oppervlakte (nadeel bij platte stukken want veel wrijving) maar een ski die onder alle omstandigheden zeer stabiel aanvoelt. Lekker op de piste, en buiten de piste, wendbaar in de halfpipe en op de buckels.

[bewerken] Bouw en Werking van ski's

Er zijn verschillende manieren om een alpine ski op te bouwen.

De meest gebruikte technieken zijn:

- Sandwich Constructie (waarbij verschillende lagen op elkaar geperst worden) - Schaal Constructie (dit zijn vaak de 'goedkopere' ski's, hierbij wordt er een schaal over de kern van de ski geperst waardoor constructie kosten relatief laag blijven)

[bewerken] Zool of Belaag

De onderzijde van een ski heet de zool of het belag. Het is een kunststoflaag bestaande uit een soort poriën, waarin diverse verschillende structuren geslepen kunnen worden. Door er enkele malen met bijvoorbeeld een strijkijzer wax (een op paraffine wasachtige substantie) op aan te brengen vullen deze poriën zich (zie Skionderhoud). De wrijving tussen de wax en de sneeuw veroorzaakt een microdunne waterfilter waarop de ski glijdt, welke weer wordt afgevoerd door de structuur in het belaag. Het is dus voor wedstrijdskiërs van groot belang de juiste combinatie tussen de wax en de structuur van het belaag enerzijds, en de temperatuur en structuur van de sneeuw anderzijds te vinden om zo snel mogelijk te gaan. Na een paar weken zullen de poriën in het belaag zich gevuld hebben met vuil, waardoor bij een speciaalzaak het belaag behandeld moet worden. Aangezien de zool dient om te glijden, moet deze vlak zijn en geen schade vertonen. Wanneer de zool niet goed onderhouden is zal de ski stroppen alsof je op schuurpapier staat of blijft er zelfs sneeuw aan kleven.

[bewerken] Zijkanten

Langs de kunststof zool zit een metalen rand, de kant(naar het Duits), het mes of de quart(naar de Franse benaming) genoemd. Het mes moet regelmatig geslepen worden (zie Skionderhoud). Een goed geslepen kant zorgt voor het gemakkelijk nemen van bochten.

[bewerken] Bovenbouw

De bovenbouw van een ski bevat een lichaam dat in deels in kunststof wordt gemaakt. Uiteraard zijn de bovenste lagen (met de tekening) kunststof maar de binnenste lagen kan/kunnen uit verschillende stoffen gemaakt zijn : kunststof, hout, metaal en elke combinatie van deze materialen.

In een aantal gevallen wordt er ook een booster of plaat op de ski gemonteerd om de binding hoger en gemakkelijk vast te zetten. De tekening geeft aan op welke wijze krachten verdeeld en bewegingen gemakkelijker door de ski gevolgd worden. Voor alle skis zonder geïntegreerde plaat, kunnen onderplaten gemonteerd worden.

De bouw van de bovenlaag is essentieel voor de reactiewijze van de ski. De ski wordt gebogen gemaakt, als je een ski op een vlakke tafel legt dan raakt enkel de tip en de staart de tafel, in het midden (waar de binding zit en de voet komt vast te zitten) zal de ski hoger staan. Dat is de flexibiliteit in rust van de ski.

  • Flexibiliteit

Als de ski nu met de staart op de grond wordt gezet kan je de flexibiliteit testen door op de binding te duwen en de punt naar je toe te trekken. Hoe harder de ski hoe meer kracht je moet zetten om de ski te plooien. Beginners gebruiker soepele skis en racers gebruiken harde skis.

  • Torsie-weerstand

De bouw van het lichaam bepaalt ook de weerstand van de ski aan torsie krachten. Torsie is de kracht die de top of staart van de ski in een roterende beweging laat draaien ten opzichte van het midden van de ski. Deze weerstand bepaalt de mate waarin de ski accurraat reageert op het maken van een bocht. Voor de gebruiker valt torsie weerstand het meest op wanneer een ski op een piste waarop de skiër gewoon aan hoge snelheid rechtdoor kan skiën gaat klapperen. Een soepele ski klappert sneller dan een harde ski.

Voorbeelden hoe sommige merken het torsieprobleem aanpakken

[bewerken] Vormgeving

Zoals op het bovenaanzicht van deze ski te zien is, zijn de uiteinden van de ski duidelijk breder dan het midden. Dit wordt de taillering van de ski genoemd. Het midden van de ski is gewoonlijk niet smaller dan 60mm de tip is ongeveer 100mm breed. Verticaal gezien hebben de zijkanten dus een ronding waarvan de straal voor race ski's hun gebruik bepaald (min 11m voor slalom en min 45m voor afdaling). Ook voor de gewone gebruiker is die straal (die ook wel radius genoemd wordt) belangrijk :

  • hoe kleiner de straal hoe gemakkelijker en hoe korter de bochten kunnen worden genomen maar gewoonlijk resulteert die ook in een ski die algemeen korter is van bouw en ook hoe onstabieler de ski op de snelle stukken
  • hoe groter de straal hoe langer de bochten moeten worden genomen, gewoonlijk wordt de ski dan ook langer en hoe stabieler de ski op de lange stukken

[bewerken] Werking van de ski

Op de tekening kan men duidelijk zien hoe een ski zich gedraagt in een bocht.

  • de ski wordt gekant, met andere woorden de ski wordt gekanteld door de voet (en de knie) naar binnen te bewegen.
  • de top en staart grijpen in de sneeuw
  • doordat de skiër loodrecht op de ski staat, werkt zijn gewicht in op de verticale flexibiliteit van de ski, hierdoor wordt het centrum onder de binding doorgeplooit tot de hele kant in de sneeuw staat.
  • de radius van de kant van de ski (zie vormgeving hierboven) is nu het loop vlak de ski maakt een bocht

Wat de tekening niet laat zien is het gedrag van de sneeuw. In de meeste gevallen zullen de sneeuwkristallen [1] in elkaar schuiven en zich vastzetten. Daardoor hoopt de sneeuw zich onder het belaag op en krijgt niet alleen de kant maar ook het belaag steun om de bocht te maken. Uitzondering is wanneer de sneeuw vervormt is tot ijbolletjes die als zand over elkaar heen rollen

[bewerken] Bindingen

Dit is de constructie die de schoen op de ski vastgrijpt. Vaak wordt in het uitzoeken van de ski en de skischoen veel tijd gestoken, maar wordt de binding vergeten. Dit is niet geheel terecht. De binding brengt elke beweging die de skiër met zijn skischoen maakt over op de ski, en bepaalt daarmee dus mede de reactie van de ski. Tevens bepaalt de kwaliteit van de binding of, hoe en wanneer de ski uitschiet bij een ongeluk. En nog belangrijker in het geval van goede skiërs, zoals de wedstrijdsporters, bij welke onverwachte beweging de binding juist wel moet houden.

[bewerken] Producenten

[bewerken] Externe links

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren