Altamont Free Concert

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Altamont Free Concert was een gratis optreden van The Rolling Stones op 6 december 1969, gehouden op de Altamont-racebaan in Tracy, niet ver van Livermore, in de Amerikaanse staat Californië. Het festival wordt door zijn bloedige afloop door velen gezien als het einde van het hippietijdperk van peace, love and understanding.

Het Woodstock van het westen[bewerken]

Nadat eerder op 15, 16 en 17 augustus nabij New York het Woodstockfestival had plaatsgevonden, werd er in San Francisco gedacht aan een gelijksoortig, doch gratis evenement. Al snel werd het Golden Gate Park in San Francisco uitgekozen om als locatie te dienen voor het festival dat als het Woodstock van het westen de geschiedenis in zou moeten gaan. Ondanks de massale opkomst voor Woodstock, rekenden de organisatoren toch maar op een 20.000 bezoekers. Als meewerkende artiesten werden Grateful Dead en Jefferson Airplane aangekondigd. Ook Santana, Crosby, Stills, Nash & Young, en de Flying Burrito Brothers zouden spelen. Zij alle zouden het voorprogramma vormen voor de Rolling Stones, geënt op het eveneens gratis Hyde Park optreden ("The Stones in the Park"), eerder dat jaar.

Naar de Altamont Raceway[bewerken]

Toen Mick Jagger echter aankondigde dat ook de Rolling Stones zouden spelen, kwamen er ongeveer 300.000 mensen af op het festival. De Stones waren bezig geweest met een Amerikaanse tournee, die door velen bekritiseerd werd vanwege de hoge toegangsprijzen; nu wilden ze dus een gratis show organiseren. De organisatoren moesten daardoor dringend een andere locatie zoeken omdat de stad San Francisco weigerde om zo'n grote massa op te vangen. Eerst werd er onderhandeld met Sears Point Raceway, maar omwille van moeilijkheden met de filmmaatschappij van de Stones (zie later onder Gimme Shelter) werden deze onderhandelingen stopgezet en werd dan de Altamont Raceway (op de Altamont Pass) als locatie gekozen. Dit werd enkel toegelaten door de eigenaar omdat dit hem meer publiciteit zou opbrengen en niet omdat hij achter de hippie-idealen stond.

Nu de locatie vast stond moest echter met nog meer problemen afgerekend worden. De bevoorrading, de beveiliging, de slaapplaatsen waren allemaal onvoldoende. En de organisatoren moesten snel oplossingen zoeken. Daardoor komt het dat de meeste oplossingen amateuristisch of zelfs onbestaande waren.

Hells Angels als security[bewerken]

Een van de belangrijkste problemen was dat van de beveiliging. De oorspronkelijke security kon nooit instaan voor de veiligheid van het 15-voudige van de verwachte mensen. Daarom werd er snel naar een oplossing gezocht. Omdat Grateful Dead al eerder had gewerkt met Hells Angels als security werd aan de plaatselijke chapter gevraagd op te treden als veiligheidsdienst. Deze stemde toe en zodoende dacht men dat het probleem opgelost was. De Stones hadden in Hyde Park ook reeds gebruik gemaakt van de 'diensten' van de Engelse Hells Angels.

De Angels, die betaald werden met gratis bier ter waarde van $500, waren in grote mate verantwoordelijk voor de onlusten die ontstonden tijdens het concert inclusief het neerslaan van Marty Balin van Jefferson Airplane. Hoewel de onlusten begonnen waren vanaf het moment dat de Angels arriveerden, werden ze nog veel erger toen zij hun voertuigen dwars door het publiek heen reden en voor het podium stalden.

Het drama van Altamont[bewerken]

Dit alles leidde tot wat later het drama van Altamont zou worden genoemd. De massa hippies kon niet goed worden opgevangen. Bovendien hadden deze veel drugs meegenomen en werd er ook veel gedeald, onder meer door de would be security. Daardoor kreeg men een oncontroleerbare mensenmenigte. Door het geweld en de angstsfeer kampten veel bezoekers met bad trips. Geïnformeerd door Michael Shrieve (van Santana) over de mishandeling van Marty Balin, weigerde Grateful Dead op te treden. De Rolling Stones hadden de gewoonte om altijd lang te wachten eer ze uiteindelijk opkwamen. Dit verbeterde de sfeer niet en de mishandelingen bleven voortduren. In alle vechtpartijen speelde de 'security' de beslissende rol. In de EHBO tenten wemelde het van de mishandelde jonge meisjes.

Toch vonden de Stones dat ze moesten spelen. Ze begonnen aan hun set en al gauw raakte het publiek in een enthousiaste stemming. Toen Mick Jagger en co het nummer Under My Thumb speelden (en dus niet Sympathy For The Devil, zoals later veel verteld zou worden) ging het echter dodelijk fout. Na reeds herhaaldelijk door de Hells Angels gemolesteerd te zijn toen hij (onder de invloed van methamfetamine) probeerde op het podium te komen, haalde Meredith Hunter, een 18-jarige Afro-Amerikaanse student die met zijn blanke vriendin gekomen was, een (ongeladen) revolver te voorschijn en hierop kwam een zekere Alan Passaro, een van de Angels, in actie. Met een dolk stak hij Hunter neer en nadat men hem ook geruime tijd daarna nog had mishandeld en onbehandeld had laten liggen, stierf Hunter uiteindelijk ter plekke. "Ik wilde niet op je schieten", schijnen zijn laatste woorden te zijn geweest. (Voor de moord werd Passaro nooit vervolgd omdat hij zich kort na Altamont liet arresteren voor een klein vergrijp. Later oordeelde de rechter dat hij had "gehandeld uit zelfverdediging". In 1985 werd zijn lijk opgevist uit het kanaal van een afgelegen natuurgebied.) Na de moord was de vechtlust van de Angels ietwat gedempt. De Rolling Stones maakten direct gebruik van deze situatie. Nerveus en gedreven voltooiden ze hun set, volgens kenners een van hun beste optredens ooit.

In het latere gewoel kwamen nog drie andere mensen om; twee werden al slapend overreden, en een persoon verdronk in een irrigatiekanaal.

Einde van de hippiecultuur[bewerken]

In het drama van Altamont zien de meesten het einde van het onschuldige hippietijdperk, na het hoogtepunt Woodstock. Ook wordt de link naar de latere, gewelddadige punkcultuur veel gelegd. Als er een eindpunt moet worden gevonden voor de golden sixties wordt Altamont ook regelmatig aangewezen.

Gimme Shelter[bewerken]

Altamont is voor vele artiesten de inspiratie geweest voor nummers, met Grateful Dead als belangrijkste. Hun nummer "New Speedway Boogie" verwijst naar dit incident. Toch is het belangrijkste document over dit drama de film Gimme Shelter, waarin men de moord kan zien. Het filmen hiervan wordt ook vaak gezien als één van de aanleidingen van de massale opkomst.

Referenties[bewerken]

  • Wolfgang Tilgner: Open Air. Monterey-Woodstock-Altamont (Berlijn, 1988)
  • Ethan A. Russell (uitg.): Let It Bleed: the Rolling Stones, Altamont and the End of the Sixties (New York, 2011)

Zie ook[bewerken]