Aminosuiker

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Structuurformule van α-D-glucosamine, een voorbeeld van een aminosuiker.

Een aminosuiker of aminokoolhydraat is een suiker waarvan een hydroxylgroep is vervangen door een aminogroep (NH2-groep). Vrije aminosuikers zijn sterk basisch en komen in de natuur niet voor.

Ook bepaalde derivaten, zoals N-acetylglucosamine en sialinezuur, worden tot de aminosuikers gerekend, hoewel ze geen NH2-groep bezitten.

Algemeen worden 2-desoxy-2-amino-aldosen zoals D-glucosamine (afgeleid van glucose) en D-galactosamine (afgeleid van galactose) beschouwd als de belangrijkste aminosuikers. Overige voorbeelden van aminosuikers zijn: fructosamine (afgeleid van fructose) en mannosamine (afgeleid van mannose).

Functies en betekenis[bewerken]

In de natuur[bewerken]

Aminosuikers zijn in zeer uiteenlopende organismen als bestanddeel van de celtructuur van belang:

Toepassingen[bewerken]

Een groot aantal glycosidisch gebonden aminosuikers zijn karakteristiek voor aminoglycosiden, welke als antibiotica dusdanig op de proteïnebiosynthese van bacteriën inwerken, dat deze daarna foutieve proteïnen produceert. Daarnaast worden sialinezuuranalogen als neuraminidaseremmers voor de bestrijding van virusziekten zoals griep ingezet, alleen zijn deze zelf geen suiker. Daarnaast wordt de fysiologisch in de mestcellen geproduceerde cofaktor van het stollingsremmende antitrombine III, heparine, als anticoagulans ingezet.

Zie ook[bewerken]