Amman (functie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De amman is de opperrechter die de hertog van Brabant vervangt bij de uitvoering van de hoogste jurisdictie. Het ambt bestond meer bepaald in de stad Brussel. Aan de Grote Markt staat nog steeds het "Huis van de Amman" ("de Sterre", hoek Karel Bulsstraat, afgebroken en gewijzigd weer opgebouwd), en het verblijf van de amman was daartegenover gelegen ("Ammanskamerke", hoek Haringstraat). De ammans waren meestal getrouwen van de hertog, door hem benoemd en afgezet, waardoor het ambt spoedig belangrijker werd gemaakt dan het erfelijke ambt van burggraaf.

Omdat de amman in wezen een hertogelijke bevoegdheid waarnam, werd hij door de hertog van Brabant zelf benoemd. Dit werd vervolgens in een oorkonde bevestigd door de kanselier van Brabant. De amman van Brussel stond in de juridische hiërarchie op gelijke voet met de drossaard van Brabant, de hoofdmeier van Leuven en de hoofdschouten van Antwerpen en s'Hertogenbosch. In het graafschap Vlaanderen is zijn ambt te vergelijken met de grootbaljuws.

De amman stond boven de rechtspraak waargenomen door de plaatselijke schepenbanken en zelfs hun hoofdbanken. Hij was tevens bevoegd over het beheer van de hertogelijke gevangenissen (de Vroente, Steenpoort en Treurenberg). Hij diende in het bijzonder op te treden bij grote financiële delicten en bij de uitvoering van lijf- en doodstraffen.

Als teken van zijn waardigheid droeg de amman een witte staf van zes voet lang. Dit was meteen ook een controlemiddel van het maatwezen.

Binnen de stad Brussel werd hij voor politionele taken bijgestaan door zes sergeanten (gezworen knapen genoemd, of Ammans cnaepen). In het Landcharter van Brabant [1] worden hem 5 knapen tors (te paard) en 10 te voet toegekend. Daarnaast was hij in de stad Brussel ook bevoegd voor de registratie van de poorters.

Ten tijde van hertog Jan IV van Brabant werd het ambt van luitenant-amman in het leven geroepen (1421/1422). Dit was een stadhouder, die over alle bevoegdheden van de amman beschikte wanneer deze om een of andere reden onbeschikbaar was.

De uitoefening van dit aantrekkelijk (in wezen inhoudsloze, maar politiek zeer invloedrijk) ambt was bijzonder gewild onder leden van het stedelijk patriciaat en de adel. Het ammanschap werd veelal waargenomen door een persoon voorgedragen uit de kringen rond de hertog; vanaf de 15e-16e eeuw vrijwel altijd door iemand uit de Geslachten van Brussel.

De historische bevoegdheden van de amman zijn nu verdeeld over verscheidene rechterlijke functies, zoals rechters en parketmagistraten.

De Amman is misschien terug te vinden in de familienamen Amman, Dammans en Damman, zie Els Amman

Lijst van ammans van Brussel [bewerken]

Zie Alexandre Henne en Alphonse Wauters, Histoire de la ville de Bruxelles, deel 2, pagina 506.

Datum Amman Opmerking
1125 Ascelijn
1133 Walter de Anselier
1134 Franc minister
1179 Walter praeco
Datum Amman Opmerking
1201,1209,1212,1213 Hendrik
1224 tot 1226 Gregoire ridder
1220 Lodewijk avoué van Leefdaal
1227 tot 1231 Gregoire ridder
1234 tot 1235 Hendrik ridder
1240 tot 1244 Hendrik van Leefdaal ridder
1245 tot 1247 Hendrik Grols
1249 Hendrik van Leefdaal ridder
1269 Godfried de Poirtere
1271 tot 1277 Godfried van de Paeyhuysen
1279 Jan Lose
1282 en 1286 Hendrik Lenken
1288 Arnoul d'Yssche ridder
1289 Walter van Coeckelberghe ridder
1294 Vandenpechove
1295 Ada
1297 Libert de Trajecto (de Trajecto = van Tricht?)
Bronnen, noten en/of referenties