Ammonieten (volk)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Ammonieten waren een Semitisch volk dat woonde tussen de Syrische woestijn en de Jordaan. De Ammonitische beschaving duurde ongeveer zeven eeuwen, van de 13e eeuw tot de 6e eeuw voor onze jaartelling. Rabbah Ammon, het huidige Jordaanse Amman, was de hoofdstad.

Kaart met de verschillende koninkrijken rond 830 v.Chr.

Volgens het Bijbelboek Genesis waren zij afstammelingen van Ben-Ammi, de zoon die door Lot was verwekt bij zijn jongste dochter. Zij zijn verwant met de Moabieten, afstammelingen van Moab die door Lot was verwekt bij diens oudste dochter.

De Ammonieten voerden veel oorlogen met de Israëlieten en in de 10e eeuw leden ze een grote nederlaag tegen koning David, die hen in werkkampen stopte. Na de val van het koninkrijk Israël in 721 v.Chr. vestigden de Ammonieten zich langs de oostkant van de Jordaan. Hun autonomie waren ze echter kwijt en in de eerste eeuw voor onze jaartelling was ook hun gebied volledig opgegaan in het Romeinse Rijk.

Twee eeuwen later is het Ammonitische volk opgegaan in de Arabische stammen die er zich kwamen vestigen.

De taal van de Ammonieten was nauw verwant met die van de Hebreeërs.