Amnestie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Amnestie is het vrijstellen of herroepen van strafvervolging voor bepaalde daden door het hoogste gezag van een staat. Het woord amnestie komt van het Griekse amnestia, vergetelheid. Iemands daden worden door een amnestieverlening als het ware aan de vergetelheid prijsgegeven en daarmee volledig uitgewist. Een collectieve amnestieverlening wordt ook wel een generaal pardon genoemd.

Er kan amnestie verleend worden aan bepaalde individuen of aan allen die een bepaald strafbaar feit hebben gepleegd. Amnestie kan zelfs betrekking hebben op alle strafbare daden die in een bepaalde periode of in verband met bepaalde omstandigheden gepleegd zijn.

Verschil tussen amnestie, gratie en sepot[bewerken]

Onder gratie wordt verstaan: het kwijtschelden, verminderen of veranderen van straffen die door de rechter zijn opgelegd, hetzij op basis van een individueel verzoek, dan wel in de vorm van een collectieve gratie. Gratie is geen vrijspraak, de persoon is niet onschuldig.

Amnestie onderscheidt zich van gratie doordat bij amnestie een persoon voor volledig onschuldig wordt gehouden. De strafbare feiten zijn volledig uitgewist. Amnestie kan ook plaatsvinden voordat er sprake is van een veroordeling of proces.

Ook bij een seponering wordt iemand niet bestraft voor zijn daden, maar er zijn grote verschillen tussen de begrippen seponering en amnestie:

  • Een sepot is een beslissing van een gewone openbaar aanklager. Deze beslissing kan worden teruggedraaid als een hogere instantie alsnog tot vervolging besluit, bijvoorbeeld na een klacht van het slachtoffer. De reden voor een sepot is meestal dat de autoriteiten andere prioriteiten hebben, of dat ze verwachten dat het bewijs onvoldoende zal blijken te zijn.
  • Een amnestie is altijd een beslissing van regering en parlement, en wordt meestal om politieke redenen gegeven.

De juridische basis van amnestie[bewerken]

Nederland[bewerken]

De mogelijkheid van amnestie is geregeld in artikel 122 tweede lid van de Nederlandse Grondwet.

Amnestie geschiedt altijd bij of krachtens een op zichzelf staande formele wet. Dat houdt in dat de vaststelling van een amnestiewet geschiedt door regering en Staten-Generaal gezamenlijk.

Ook hierin onderscheidt amnestie zich van gratie: gratie wordt verleend krachtens de Gratiewet door de minister van Justitie, zonder dat hiervoor goedkeuring van het parlement vereist is. Wel is de minister van Justitie in geval van gratieverlening achteraf verantwoording schuldig aan het parlement, voortvloeiende uit het recht van interpellatie.

Reden voor amnestie[bewerken]

In de geschiedenis werd vaak amnestie verleend bij het normaliseren van de verhoudingen na een politieke omwenteling, burgeroorlog en dergelijke. In het proces van verzoening kan de overwinnende partij amnestie verlenen aan degenen die zich tijdens de onlusten tegen die partij verzet hebben. Daarbij wordt vaak een uitzondering gemaakt voor de leiders van de tegenpartij, of voor plegers van bijzonder ernstige (oorlogs)misdaden.

Een andere reden kan zijn, een veranderend inzicht in de mate van verwerpelijkheid van bepaalde daden. Als men de strafbaarheid van een delict afschaft, of de maximale straf verlaagt, kan men ook de reeds veroordeelden amnestie verlenen.

Voorbeelden[bewerken]

Amnestieverleningen kunnen controversieel zijn. In 1949 en in 1954 werd in Duitsland amnestie verleend, die volgens sommigen in strijd waren met het principe van denazificatie.

Zie ook[bewerken]