Amrita

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kurma, the tortoise incarnation of Vishnu.jpg

Amrita is de onsterfelijkheidsdrank uit de hindoeïstische mythologie. De Asura's wilden hun macht misbruiken tijdens het gezang bij het karnen van de hemelzee. Vishnoe gaf de goden nieuwe kracht door de wonderdrank te schenken.

De goden gooiden de berg Mandara in de zee en met de slang Vasuki als trekkoord lieten ze hem rondtollen. De berg boorde zich in de bodem van de aarde en als incarnatie Kurma (een schildpad) zorgde Vishnu dat het karnen wat beheerster kon verlopen. Vasuki leed erg en scheidde een gif af, wat Vishnu inslikte. Vishnus keel verbrandde en hij krijgt een blauw litteken in zijn hals.

De zee verandert in melk en boter en de heilige koe Surabhi komt uit de zee tevoorschijn. Na Surabhi volgden Varuni (de godin van de wijn), Parijati (de paradijselijke boom), de zon, de maan en Lakshmi (de godin van rijkdom en geluk). Daarna verscheen Dhanvantari (de goddelijke arts) met Amrita.

Volgens een versie van het verhaal kreeg de demon Rahu de Amrita en dronk ervan. Vishnu sloeg zijn kop af, maar deze bleef onsterfelijk. Een andere versie vertelt dat de drank wel door het lichaam van Rahu werd opgenomen en de demon werd in stukjes gehakt door Vishnu. Hij plaatste de stukjes weer tussen de sterren, maar de andere demonen gingen er met de Amrita vandoor. Vishnu nam de gedaante van een mooie vrouw aan en verleidde de demonen. Hij nam de Amrita mee terug en de goden dronken ervan, waarna ze de demonen versloegen.

Zie ook[bewerken]