Amsterdam als homohoofdstad
Amsterdam als homohoofdstad beschrijft hoe Amsterdam in de tweede helft van de 20e eeuw enkele decennia lang als de homohoofdstad, oftewel Gay Capital, van de Europa gold. Door een liberaal politiek klimaat en het feit dat één op de zeven bewoners van het oude stadscentrum homo is, was de homocultuur in Amsterdam prominent zichtbaar. Zo zijn er in totaal meer dan honderd cafés, discotheken, boekwinkels en andere voorzieningen die zich speciaal op homoseksuele mannen en vrouwen richten.[1] Mijlpalen waren de oprichting van het COC in 1946, de bloei van de homohoreca in de jaren '80 en '90, de Gay Games van 1998 en de sluiting van het eerste homohuwelijk in 2001.
Inhoud |
[bewerken] Emancipatie
Op 7 december 1946 werd in Amsterdam door Niek Engelschman (alias Bob Angelo), Jaap van Leeuwen en Jo van Dijk de Shakespeareclub opgericht. Aanvankelijk nog verkapt als toneelgezelschap is dit één van de oudste verenigingen van homoseksuelen in Nederland. Deze werd in 1949 omgedoopt tot Cultuur- en Ontspannings Centrum (C.O.C.) en heet sinds 1971 officieel Nederlandse Vereniging tot Integratie van Homoseksualiteit COC.
In de eerste decennia stond de integratiegedachte centraal: homo's moesten zich niet afzonderen van de samenleving, maar zich aanpassen aan hun heteroseksuele omgeving. Pas sinds midden jaren '70 ging het COC meer een eigen plaats voor homoseksuelen opeisen, naast die van heteroseksuelen en met behoud van de eigen identiteit.
Aanvankelijk was het COC dan ook geen voorstander van een demonstratieve Gay Pride Parade naar voorbeeld van die in New York. Mede daarom vond in Amsterdam pas in 1977 de eerste grote homodemonstratie plaats, niet vanwege de binnenlandse situatie, maar uit internationale solidariteit en met name tegen de antihomo-campagne van de Amerikaanse puritiste Anita Bryant. Dit werd een jaarlijks evenement, dat sinds 1979 Roze Zaterdag heet. Vanaf 1981 vond deze echter niet meer in Amsterdam plaats, maar elk jaar in een andere stad en kreeg toen ook thema's die betrekking hebben op de Nederlandse samenleving.[2]
Een tegenslag voor de homo-integratie was de ziekte aids, die vanaf 1983 ook in Nederland toesloeg. Met name in Amsterdam werd aids de belangrijkste doodsoorzaak voor homomannen tussen de 25 en 40 jaar, van wie enkele duizenden binnen korte tijd kwamen te overlijden. Binnen de homogemeenschap leidde dit tot sterkere onderlinge solidariteit, maar door buitenstaanders werd aids vaak als typische homoziekte gezien.[3]
Ter herdenking van van alle homoseksuelen die zijn vervolgd vanwege hun geaardheid en om homoseksuele mannen en vrouwen te inspireren en te steunen in hun strijd voor erkenning, en tegen onderdrukking en discriminatie werd op 5 september 1987 het Homomonument onthuld. Dit werd ontworpen door Karin Daan en bestaat uit drie roze driehoeken van graniet op de Westermarkt, aan de voet van de Westerkerk. Dit was het eerste en lange tijd ook het enige homomonument ter wereld.[4]
Op 1 april 2001 werden door burgemeester Job Cohen de eerste paren van gelijk geslacht getrouwd. Dit was het allereerste homohuwelijk ter wereld. In 2009 woonden er net zoveel homoparen in Amsterdam als in de drie andere grote steden samen. De emancipatie van homoseksualiteit in de samenleving leek voltooid en het tolerante Amsterdam kreeg de titel Gay Capital van Europa.[1]
Later bleek het eerste homohuwelijk een voorlopig laatste hoogtepunt te zijn geweest. In de jaren daarna was steeds vaker sprake van een toename van geweld en intolerantie jegens homo's en lesbiennes. Voor Amsterdam wordt dat vaak toegeschreven aan jongeren van Marokkaanse komaf, maar uit onderzoek is gebleken dat de oorzaak niet zozeer bij de Islam ligt, maar vooral bij de macho- en straatcultuur.[5]
[bewerken] Homohoreca
Naast de bovenbeschreven maatschappelijke emancipatie van homoseksuelen, kon door het liberale klimaat van Amsterdam ook een uitgebreide en gevarieerde homohoreca ontstaan, die al sinds de jaren 50 homotoeristen vanuit de hele wereld aantrok.[6]
De eerste permanente bar waar ook homo's en lesbiennes welkom waren, Café 't Mandje aan de Zeedijk, werd al geopend in 1927. Al gauw volgden meer zaken, maar de grote doorbraak kwam midden jaren 50. De sociëteit die het COC onder de naam De Odeon Kelder (DOK) in 1953 aan het Singel 460 was begonnen, werd twee jaar later onder leiding van Lou Charité de eerste en grootste homodiscotheek van Europa.
De leercultuur van homo's met een leerfetisj deed zijn intrede in 1961, toen Hotel Tiemersma in de Warmoesstraat geopend werd. Als een dependance werd in 1965 de leerbar Argos geopend in de Heintjehoeksteeg. Deze buurt, vlak achter De Wallen, waar zich een concentratie van heteroseksuele prostitutie bevindt, is sindsdien het centrum van de Amsterdamse leatherscene.[7] Rondom de leerbars vindt sinds 1996 jaarlijks, in het eerste weekend van november, de Amsterdam Leather Pride plaats.[8]
In de Kerkstraat was al in 1951 Hotel Unique geopend als eerste van meerdere homohotels, vele homobars en een homosauna. Gelegen halverwege het DOK en De Schakel, de nieuwe dancing van het COC aan de Korte Leidsedwarsstraat 49, was de Kerkstraat lange tijd dé homostraat van Amsterdam. Begin jaren 80 werd deze positie overgenomen door de Reguliersdwarsstraat.[9]
In die straat opende in 1970 Coffeeshop Downtown als eerste openlijke homocafé van de stad. Deze zaak werd eind 1979 overgenomen door Frans Monsma en Guus Silverentand, die in 1981 even verderop in de Reguliersdwarsstraat Café April openden. Dit was het beroemdste homocafé van Amsterdam en genoot alszodanig wereldwijde bekendheid.[10] Vandaaruit werden spraakmakende feesten georganiseerd, zowel op straat, als in discotheek Flora Palace in de Amstelstraat (de latere iT).
In 1982 waren er in Amsterdam 62 bars en cafés, 4 sauna's, 10 restaurants, 14 hotels en 10 sekshuizen gericht op homoseksuelen. Dit was een kwart van het totale aantal homo-ontmoetingsplaatsen in Nederland. Anders dan elders in het land is deze hoofdstedelijke homohoreca meer op toeristen gericht en meer commercieel van aard.[11]
Vanaf eind jaren '80 tot eind jaren '90 werd de voorhoede van het homo-uitgaansleven gevormd door Danscafé Havana in de Reguliersdwarsstraat en de discotheken RoXY aan het Singel en de iT van Manfred Langer in de Amstelstraat. De zeer extravagante feesten in deze disco's trokken homo's en hetero's vanuit binnen- en buitenland naar Amsterdam. Het Franse blad Gai Pied roept Amsterdam in 1989 dan ook uit tot Gay Capital van Europa.[12]
Minder groots en internationaal, maar meer lokaal en volks van karakter zijn de homocafés langs de Amstel en de feesten die vanouds op Koninginnedag door de homohoreca georganiseerd worden. In dezelfde sfeer kwam sinds 2007 ook het noordelijke deel van de Zeedijk weer op als homostraat.
In 2011 telt Amsterdam 38 cafés (36 homo, 2 lesbisch), 3 clubs, 2 sauna's, 1 seksclub, 13 (seks)winkels, 6 restaurants en 11 hotels gericht op homoseksuelen.[13]
[bewerken] Amsterdam Gay Pride
Voor het eerst sinds 1980 vond in 1994 de Roze Zaterdag weer in Amsterdam plaats. Dit viel samen met de derde EuroPride, die door ca. 67.000 bezoekers werd bijgewoond. De Europride werd echter een financieel debacle en de rijdende stoet van versierde opleggers werd door menigeen aanstootgevend gevonden. Dit gold ook voor de jaarlijkse (heteroseksuele) Wasteland-parties die vanaf 1994 vanuit discotheek Richter in de Reguliersdwarsstraat werden gehouden en waarbij vanaf de straat expliciet seksuele activiteiten te zien waren.
Om de goede naam en faam van Amsterdam als homohoofdstad hoog te houden werd in 1996 eerstmaals de Amsterdam (Gay) Pride gehouden. Deze was bedacht en georganiseerd door Gay Business Amsterdam (GBA) onder leiding van Siep de Haan. Anders dan Gay Pride Parades elders in de wereld, was die in Amsterdam ook niet bedoeld als demonstratie of protest, maar puur als feest om de vrijheid en diversiteit te vieren. Om het een feest voor iedereen te laten zijn moesten de deelnemers aan de botenparade zich wel enigszins decent gedragen.[14]
Tegelijk met de Gay Pride vond van 1 t/m 8 augustus 1998 ook de vijfde editie van de Gay Games in Amsterdam plaats. De openingsceremonie werd gehouden in de toen net nieuwe Amsterdam ArenA en werd door bijna 1 miljoen mensen op televisie gevolgd. Aan 29 verschillende sportdisciplines deden zo'n 14.000 deelnemers uit de hele wereld mee en met in totaal ca. 250.000 bezoekers was dit het grootste homo-evenement dat tot dan toe in Nederland was gehouden.[15]
Na het succes van de Gay Games werden ook aan de jaarlijkse Amsterdam Gay Pride sport- en culturele activiteiten toegevoegd. Dit naast de straatfeesten en de carnavaleske botenparade, de Canal Parade. Het bezoekersaantal daarvan liep in de loop der jaren op tot enkele honderdduizenden, waarmee dit één van de grootste openluchtevenementen van de stad is geworden. In 2006 werd de organisatie van de Gay Pride overgenomen door de stichting ProGay onder leiding van Frank van Dalen. Sinds 2008 organiseert ProGay bovendien in december een Pink Christmas.
Hoewel de Gay Pride nog altijd een succesvol evenement is en Amsterdam een groot en gevarieerd aanbod van homohoreca en homofeesten heeft, wordt algemeen aangenomen dat de stad haar positie als Gay Capital sinds het eind van de jaren 90 geleidelijk aan is kwijtgeraakt aan steden als Barcelona, Londen en Berlijn.[16] In een poging het tij te keren zijn er met name vanuit de gemeente en de lokale politiek diverse initiatieven en plannen gelanceerd om Amsterdam weer als homohoofdstad op de kaart te zetten.[17]
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Externe link
- Anna van den Breemer, "Ik ben homo en ik ben NIET netjes", op vk.nl, 5 augustus 2010
[bewerken] Literatuur
- Gert Hekma e.a., De roze rand van donker Amsterdam, De opkomst van een homoseksuele kroegcultuur 1930-1970, Amsterdam 1992.
- Jos Versteegen, Roze Amsterdam, Een culturele gids, Bloemendaal 1998.
- Thijs Bartels en Jos Versteegen, Homo Encyclopedie van Nederland, Amsterdam 2005.
Noten
|
| Zie de categorie Amsterdam Gay Pride van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
| Zie de categorie Homomonument in Amsterdam van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |