Amsterdamsche Wisselbank

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

(Doorverwezen vanaf Amsterdamse Wisselbank)
Ga naar: navigatie, zoeken
Het oude raadhuis van Amsterdam, waarin in 1609 de Wisselbank gevestigd werd. Pieter Janszoon Saenredam, 1657.
Het oude raadhuis van Amsterdam, waarin in 1609 de Wisselbank gevestigd werd. Pieter Janszoon Saenredam, 1657.

Met de oprichting van de Amsterdamsche Wisselbank in 1609, bedoeld om alle kassiers en wisselaars door één kassiers- en wisselkantoor te vervangen, werd een poging gedaan om aan de chaotisch toestand in het muntwezen een einde te maken. In Middelburg werd in 1615 de tweede Wisselbank opgericht. De Rotterdamse Wisselbank werd opgericht in 1635.

De Amsterdamsche Wisselbank heeft veel meer dan een lokale betekenis. In haar bloeitijd genoot de Amsterdamse Wisselbank een wereldreputatie. De bank was een girobank: tegenover het gestorte bedrag bracht zij geen bankpapier in omloop, maar stond een giraal tegoed, het bankgeld. Kredietverlening lag niet in haar opzet: het disconteren van wissels, de gebruikelijke vorm van koopmanskrediet, was haar niet toegestaan. Bijzondere bepalingen hadden ten doel de aantrekkelijkheid van een rekening voor potentiële houders te vergroten. De stad Amsterdam was garant voor het gestorte bedrag en het bankgeld kon niet in beslag genomen worden.

Van grote betekenis was de bepaling, dat alle wissels van minimaal drienhonderd gulden te Amsterdam getrokken en verhandeld, of elders getrokken en te Amsterdam betaalbaar, via de Wisselbank moesten worden betaald. Vooral door deze bepaling werd de Wisselbank de algemene kassier van de Amsterdamse handel. De Wisselbank had al snel het vertrouwen bij de burgerij. De stad was namelijk zelf aansprakelijk voor de deposito’s en de gedeponeerde gelden konden niet in beslag worden genomen. Daarnaast waren de verleende diensten door de wisselbank gratis of goedkoop. De winst kwam dan ook hoofdzakelijk voort uit het handelen met edelmetaal. Dit was overigens officieel door de staat verboden.

Het stadhuis op de Dam in 1668 door Jan van Kessel
Het stadhuis op de Dam in 1668 door Jan van Kessel

De Wisselbank had een grote staf van ambtenaren. Tot 1686 waren er drie commissarissen, daarna vier. Het waren vaak oud-schepenen en vroedschapleden. Twee van de commissarissen moesten dagelijks op het kantoor aanwezig zijn. Zij hadden het toezicht over vier boekhouders, die samen twee klerken en één kamerknecht hadden, vier contraboekhouders, drie ontvangers met samen één knecht, bodes en een essayeur. Laatstgenoemde was een belangrijk figuur. In de assaykamer deed hij onderzoek naar het gehalte van specie en materiaal. Meestal kocht hij ook het edelmetaal in en bestelde hij bij de muntmeester bepaalde geldspeciën.

Elk van de boekhouders had zijn eigen specifieke taak; de eerste nam de schriftelijke opdrachten tot betaling in ontvangst, de tweede hield het journaal bij, de derde het balansboek en de vierde het grootboek.

In 1794 kwam naar buiten dat de Amsterdamse Wisselbank voor miljoenen guldens illegaal blanco krediet had verstrekt aan de VOC. Dat was het begin van de val van de bank en in 1820 sloot de bank voorgoed de deuren. De sluiting van de bank was ook het zichtbare bewijs dat Amsterdam niet meer het financiële centrum was van de wereld.


[bewerk] Externe Link

 
Persoonlijke instellingen
in andere talen