Anaconda (slang)
| Anaconda (slang) | |||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Een drie meter lang exemplaar van het campusterrein van de Braziliaanse Universidade Federal do Pará. |
|||||||||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||
|
|||||||||||||||
| Soort | |||||||||||||||
| Eunectes murinus Linnaeus, 1758 |
|||||||||||||||
| Anaconda (slang) op |
|||||||||||||||
|
|||||||||||||||
De anaconda[1], ook wel reuzenanaconda, gewone anaconda of groene anaconda (Eunectes murinus) is een slang uit de familie boa's (Boidae).[2]
De anaconda heeft een groene tot bruine kleur met grote ronde en donkere vlekken over het gehele lichaam. De slang is een bewoner van vochtige regenwouden in noordelijk Zuid-Amerika. Het is een waterminnende soort, vooral de oudere exemplaren bewegen zich voornamelijk voort door te zwemmen. De habitat bestaat uit de oevers van grote rivieren, rivierarmen en er is een duidelijke voorkeur voor moerassen. De slang komt in delen van het verspreidingsgebied nog algemeen voor.
De anaconda kan grote prooidieren aan zoals herten en krokodilachtigen. Het voedsel bestaat uit allerlei dieren zoals zoogdieren, vogels en andere reptielen. Volwassen exemplaren hebben geen natuurlijke vijanden meer. De soort wordt bedreigd door de mens, de huid en het vlees van de slang zijn veel geld waard.
De anaconda is niet de allerlangste slang maar van alle slangen wel de grootste soort ter wereld door de relatief enorme omvang. De soort is levendbarend en de jongen komen levend ter wereld, ze zijn dan al 70 centimeter tot een meter lang.
Inhoud |
[bewerken] Naamgeving en taxonomie
De anaconda wordt ook wel groene anaconda, gewone anaconda of waterboa genoemd. De naam anaconda is afgeleid van anaikolra en komt uit het Tamil, en betekent olifantendoder. Omdat Sri Lanka een heel eind van Zuid-Amerika ligt is deze naam waarschijnlijk ooit gegeven aan de netpython en wordt nu gebruikt voor deze soort, die ongeveer even lang wordt.[3] Ook in Suriname is de anaconda een veel voorkomende slang en wordt daar aboma of dagwe genoemd.
De anaconda werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Carolus Linnaeus in 1758. Oorspronkelijk gebruikte Linnaeus de naam Boa murina, de slang is later ook beschreven onder de namen Boa aquatica en Boa gigas. Later werd de soort tot het geslacht Eunectes gerekend en veranderde de soortnaam van murina naar murinus, wat de correcte Latijnse uitgang is.
Het geslacht [[Anaconda's|Eunectes) waartoe de anaconda behoort kent nog drie andere soorten, waarvan de bekendste soort de dwerganaconda (Eunectes notaeus) is. Deze soort heeft een gele basiskleur en blijft veel kleiner. Eunectes deschauenseei komt voor in noordoost Brazilië en Frans-Guyana en Eunectes beniensis tenslotte is de meest onbekende soort. Deze slang is endemisch in Bolivia. Omdat Eunectes beniensis pas in 2002 wetenschappelijk werd beschreven wordt deze soort in veel literatuur nog niet vermeld.[2]
Veel dieren die een groot verspreidingsgebied hebben kennen verschillende variaties die soms tot erkende ondersoorten worden gerekend. Ondanks het enorme verspreidingsgebied heeft de anaconda echter geen ondersoorten.
[bewerken] Verspreiding en habitat
De anaconda komt voor in delen van noordelijk en centraal Zuid-Amerika ten oosten van de Andes. Het verspreidingsgebied strekt zich uit van ongeveer 10 graden noorderbreedte tot 26 graden zuiderbreedte, in het verleden zijn er waarnemingen bekend tot 30 graden zuiderbreedte.[4] In het noorden komt de slang voor in Venezuela en het zuidelijkste deel van het verspreidingsgebied is gelegen in Paraguay.[1] Op de verspreidingskaart rechts zijn alle landen weergegeven waar de slang voorkomt. Het toont dus niet het exacte verspreidingsgebied. De anaconda komt voor in de landen Bolivia, Brazilië, Colombia, Ecuador, Frans-Guyana, Guyana, Paraguay, Peru, Suriname, Trinidad en Tobago en Venezuela.[4]
Over de precieze verspreiding is wat discussie, bijvoorbeeld over het voorkomen in Suriname. De Reptile Database, veel gebruikt als bron voor de verspreiding van reptielen, vermeld Suriname niet als deel van het verspreidingsgebied, terwijl de anaconda zowel in 2002 als 2003 is aangetroffen als wijdverspreide bewoner van de rivierdelta's aan de kust. Van de exemplaren uit Suriname is bekend dat ze langs de kust in de zee kunnen worden aangetroffen wat duidt op een zekere tolerantie voor zout water.
Er is een beschrijving bekend van een exemplaar uit Argentinië, maar algemeen wordt aangenomen dat de anaconda hier niet voorkomt.
Het verspreidingsgebied kan ook beschreven worden als het geheel van de riviersystemen waarin de slang is aangetroffen. De anaconda komt voornamelijk voor in het stroomgebied van de rivieren de Amazone en de Orinoco, maar ook in veel rivieren die hierin uitmonden. In Bolivia is de anaconda voornamelijk te vinden langs de rivieren die noordwaarts stromen en uitmonden in de Amazone. In het rivierenrijke Brazilië is de anaconda vrijwel in alle deelgebieden van het land aan te treffen. In Colombia komt de soort voor in de rivieren die naar de Amazone leiden, en komt niet voor in het noordwesten van het land. In Ecuador is de anaconda alleen bekend in de omgeving van de rivieren Napo en Tiputini, in het oostelijke deel van het land ten oosten van de Andes.[4] In Trinidad en Tobago komt de anaconda alleen voor op Trinidad, en alleen in laaggelegen, moerassige delen. In Guyana is de anaconda bekend van de rivieren Essequibo en Takatu.
[bewerken] Habitat
Het deel van Zuid-Amerika waar de anaconda leeft wordt het neotropisch gebied genoemd. De habitat van de slang bestaat uit vochtige, tropische loofbossen, maar alleen in de zeer vochtige delen van het bos in de nabijheid van water. Ook moerassen zijn een geschikte habitat en zelfs graslanden -mits deze een groot deel van het jaar onder water staan. De anaconda leeft altijd in de buurt van water, grotere exemplaren van meer dan enkele meters lang zijn simpelweg te zwaar om zich nog over grotere afstanden op het land te verplaatsen. Hierdoor is de slang alleen in laaggelegen gebieden te vinden, en nooit in hogere delen zoals bergbossen.[5] De slang wordt soms aangetroffen in de nabijheid van menselijke bewoning, er is bekend dat de anaconda op pluimvee jaagt.
[bewerken] Uiterlijke kenmerken
De anaconda heeft een bruingroene basiskleur met grote, ronde zwarte vlekken. De vlekken aan de flankzijde hebben in het midden vaak een gele kleur kleur zoals op de buikzijde van het lichaam, de vlekken aan de rugzijde zijn geheel donker. De buikzijde is lichter tot witgeel van kleur en heeft vele donkere vlekjes die veel kleiner zijn dan de dorsale vlekken. Door het vlekpatroon heeft de anaconda een goede camouflage in het water maar ook als het dier op de oever ligt te zonnen. De Tsjechische herpetoloog Zdeněk Vogel omschreef een groot exemplaar eens als een bruingroene modderhoop met zwarte vlekken.
De slang heeft een grote driehoekige kop die altijd een geprononceerde zwarte streep heeft aan iedere zijkant van de achterzijde van het oog naar de achterzijde van de bek. De bek is zeer breed, de schubben aan de lip bevatten geen groeven met warmtereceptoren zoals die bij andere boa's voorkomen. De ogen zijn relatief kleine en oranjebruin van kleur, ze hebben een verticale pupil. De ogen zijn duidelijk meer aan de bovenzijde van de kop gepositioneerd in vergelijking met andere slangen en dit geldt tevens voor de neusgaten die eveneens aan de top van de snuitpunt gelegen zijn. Deze kenmerken komen ook voor bij krokodilachtigen, en dienen om boven water te kunnen zien en ademen, terwijl de rest van het lichaam onderwater kan worden gehouden. Hierdoor kan het reptiel ongezien zijn prooi besluipen en een verrassingsaanval uitvoeren.
De gemiddelde lengte van de anaconda is ongeveer drie tot zes meter, maar de soort kent een sterke seksuele dimorfie waarbij het vrouwtje twee keer zo groot wordt als het mannetje. De mannetjes bereiken een lichaamslengte van ongeveer drie meter maar de vrouwtjes worden gemiddeld 5 tot 6 meter lang. Het lichaamsgewicht van de mannetjes is aanzienlijk lager dan vrouwtjes van eenzelfde leeftijd. Net als andere reptielen is er naast de dimorfie echter ook een groot verschil tussen de gemiddelde lichaamslengte en de maximale lichaamslengte, omdat reptielen zoals slangen hun gehele leven blijven doorgroeien. De grootste exemplaren worden echter nooit langer dan acht meter.[6]
Omdat de slang veel dikker wordt dan de netpython is het zonder meer de grootste slang ter wereld; een volwassen anaconda van ongeveer zes meter kan ongeveer 200 kilo zwaar worden, maar langere exemplaren kunnen nog veel zwaarder worden. De omtrek van een groot vrouwtje kan meer dan 100 centimeter bedragen.[7] Over de afmetingen van de anaconda zijn veel fabels bekend, zie ook onder in de cultuur. De enige slang die de anaconda benadert met dergelijke afmetingen en gewicht is de Centraal-Afrikaanse rotspython (Python sebae) die ook zeer groot kan worden, en door het forser gebouwde lichaam ook veel zwaarder wordt dan een slang van een gelijkende lengte.
De schubben van de huid zijn glad en niet gekield, het gehele lichaam is voorzien van schubben uitgezonderd de cloaca.[5] De schubben aan de bovenzijde van het lichaam zijn de dorsale schubben en zijn gegroepeerd in vele naast elkaar gelegen schubbenrijen in de lengterichting. De schubben aan de buikzijde zijn de ventrale schubben en deze bestaan uit een enkele rij zeer brede buikschubben, net als bij andere slangen.
De cloaca heeft twee zogenaamde 'sporen', dit zijn restanten van de achterpoten die gebruikt worden tijdens de paring. De cloaca dient zowel als geslachts- als uitscheidingsorgaan, de cloaca markeert tevens het einde van het lichaam en het begin van de staart. De staart heeft schubbenrijen aan zowel de boven- als onderzijde.
[bewerken] Voedsel
De anaconda is een carnivoor die jaagt op andere dieren. De jongere slangen hebben door hun geringe lichaamslengte kleinere prooien op het menu staan dan de volwassen exemplaren. Ze leven van kleinere gewervelden zoals vogels, vissen en kikkers, van de boomkikker Cruziohyla craspedopus is bekend dat deze op het menu staat van de anaconda.
Volwassen anaconda's eten grotere prooien en ondanks het feit dat ouderen exemplaren in het water leven, bepalen vissen slechts een klein deel van het menu.[1] De anaconda leeft voornamelijk van vogels zoals watervogels, reptielen als schildpadden, andere slangen en krokodilachtigen en met name van zoogdieren die langs het water leven. Onder andere van de capibara (Hydrochaeris hydrochaeris) en de laaglandtapir (Tapirus terrestris) is beschreven dat ze worden gegeten. Ook pekari's en kleine herten staan op het menu van de slang.
Van oudere vrouwelijke anaconda's is bekend dat ze niet terugdeinzen om de kleinere mannetjes op te eten. Er zijn verschillende waarnemingen bekend waarbij bevruchte vrouwtjes een mannetje verslonden. Deze vorm van kannibalisme waarbij een vrouwtje een mannetje opeet komt ook voor bij andere dieren zoals bijvoorbeeld bidsprinkhanen. Bij deze insecten dient het mannetje als voedsel voor het vrouwtje na de paring voor de ontwikkeling van de embryo's. Net als bij bidsprinkhanen dient dit gedrag waarschijnlijk om een voedselreserve aan te leggen voor de ontwikkeling van de embryo's tot kleine slangen die direct zelfstandig kunnen leven.[7] Er is zelfs een theorie dat vrouwtjes die op zoek zijn naar een maaltje de geurstoffen van andere vrouwtjes volgen om zo mannetjes te verschalken. Vrouwtjes die mannetjes zoeken om mee te paren gebruiken hiervoor lokstoffen die de mannetjes aantrekken.[7]
Als het prooidier dood is moet deze in één keer worden doorgeslikt aangezien de slang een prooi niet in stukken kan scheuren. De anaconda moet hiertoe de kopzijde bepalen en deze als eerste inslikken. Prooidieren hebben meestal haren, stekels of veren en komen vast te zitten in de keel als ze tegen de richting van de bedevering of beharing in worden doorgeslikt, waarbij de slang de prooi weer moet uitbraken. Na een grote maaltijd kan een anaconda maandenlang zonder eten. De slang zal dan regelmatig een zonnebad nemen na het verschalken van een dergelijke prooi, door de zonnewarmte stijgt de lichaamstemperatuur en dit bevordert de spijsvertering aanzienlijk.
[bewerken] Jacht
De anaconda is voornamelijk overdag actief maar wordt ook wel 's nachts kruipend aangetroffen. De anaconda heeft twee manieren om te jagen, die enigszins samenhangen met het gewicht van de slang. De juvenielen zijn als ze net uit het ei kruipen al meer dan een halve meter tot een meter lang, maar ze zijn nog dun en licht. Ze hebben wat heldere kleuren dan de volwassen exemplaren zodat ze beter gecamoufleerd zijn in de takken van planten. Ze jagen het liefst van enige hoogte op een tak of struik. Een langslopende prooi wordt van boven benaderd waarna de anaconda zich op het slachtoffer stort en het lichaam eromheen kronkelt. Jonge anaconda's begeven zich niet in het water omdat ze hier kwetsbaar zijn voor roofdieren.
Oudere dieren die een lichaamslengte hebben van meer dan enkele meters, en dan vooral de forsere vrouwtjes, zijn te zwaar om zicht in takken te bewegen en worden terrestrisch; ze nemen een landbewonende levenswijze aan. Nog grotere exemplaren kunnen het erg zware lichaam van meer dan 150 kilo zelfs niet meer over land slepen en zijn aangewezen op het water voor de voortbeweging, ze zwemmen door het lichaam in sinusachtige lussen te bewegen. De anaconda ligt tijdens de jacht half onder de waterspiegel en een prooi wordt van onderen gegrepen. Een oudere anaconda jaagt voornamelijk in het water in een hinderlaag en wacht tot het prooidier nadert. Het lichaam van de slang is hierop aangepast; de lichaamspatronen camoufleren de slang en de ogen staan aan de bovenzijde van de kop zodat de slang alleen de ogen boven water uit kan steken terwijl de rest van het lichaam is ondergedoken.
Het olijfgroene, gevlekte lichaam is goed gecamoufleerd in het water en de slang maakt dan ook meestal gebruik van een hinderlaag om de prooi buit te maken. Als een prooidier langskomt, bijvoorbeeld om te drinken, slaat de slang razendsnel toe. De anaconda wikkelt het gespierde lichaam om de buitgemaakte prooi waarbij deze door meerdere lichaamskronkels wordt omsloten. De anaconda is niet giftig en wurgt zijn prooi, iedere keer als deze uitademt trekt de slang zijn lichaamskronkels iets strakker aan. De prooi sterft uiteindelijk door verstikking of door verdrinking als de anaconda zijn buit onder water weet te sleuren.
[bewerken] Vijanden
De volwassen slang heeft geen natuurlijke vijanden meer en heeft alleen te lijden van parasieten zoals wormen, teken en mijten. De jonge anaconda's zijn al relatief groot bij hun geboorte maar zijn kwetsbaar voor grote vissen, roofvogels, andere slangen, zoogdieren en krokodilachtigen.
De anaconda kent naast vijanden die op de slang jagen ook voedselconcurrenten die hetzelfde voedsel als de anaconda buitmaken en zo de slang beconcurreren. De boshond (Speothos venaticus) en de jaguar (Panthera onca) bijvoorbeeld zijn rovende zoogdieren die onder andere de capibara op het menu hebben staan.[8] De reuzentoekan (Ramphastos toco) eet net als de anaconda verschillende soorten kikkers.
De belangrijkste vijand van de anaconda is de mens, de op verschillende manieren een negatieve invloed heeft. De slang wordt gedood uit voorzorg omdat mensen bang zijn voor de anaconda. Ook wordt door landbouwactiviteiten het leefgebied vernietigd en worden prooidieren zeldzamer door overbejaging door mensen.
[bewerken] Voortplanting
In de droge tijd zoeken de mannetjes de vrouwtjes op voor de voortplanting. De vrouwtjes lokken de mannetjes met geurstoffen die vaak meerdere mannetjes aantrekken. Bij vrijwel alle andere reptielen breekt een hevig gevecht uit als meerdere mannetjes elkaar tegenkomen maar mannelijke anaconda's tolereren elkaar, en negeren zelfs andere mannetjes die tegelijkertijd proberen te paren. Bij de meeste reptielen breekt er een gevecht uit als de mannetjes proberen te paren met een vrouwtje. De mannelijke anaconda's negeren elkaar echter volledig en kunnen een vrouwtje geheel bedekken doordat vele mannetjes zich om haar heen kronkelen. Het geheel wordt een paringsbal genoemd, er zijn wel eens 12 mannetjes omstrengeld rond een enkel vrouwtje aangetroffen.[5]
De zwangere vrouwtjes zonnebaden vaak om zo de lichaamstemperatuur te verhogen en de ontwikkeling van de embryo's te versnellen. De anaconda is levendbarend wat betekent dat de jongen levend ter wereld komen en er geen eieren worden afgezet. De draagtijd is lang en kan zes tot ruim negen maanden bedragen.[7] Veel levendbarende reptielen brengen een klein aantal nakomelingen vort, maar de anaconda is hierop een uitzondering. De slang kan per keer 20 tot 30 jongen baren maar dit kan oplopen tot 80, het aantal nakomelingen is afhankelijk van de grootte van het vrouwtje en tevens haar voedselreserves.[1]
Als de jongen ter wereld komen zijn ze direct in staat om voor zichzelf te zorgen. De pasgeborenen hebben een lichaamslengte van 60 centimeter tot bijna een meter. De anaconda kent geen vorm van broedzorg en de juvenielen gaan zodra ze ter wereld komen hun eigen gang. De jonge anaconda's groeien snel, vooral de vrouwtjes. Mannetjes worden al na twee tot drie jaar volwassen, bij de vrouwtjes duurt dit vier tot vijf jaar. Zodra de volwassenheid wordt bereikt groeit de slang steeds langzamer. De anaconda heeft een levensverwachting van ongeveer 20 jaar in het wild. Van in gevangenschap gehouden exemplaren is bekend dat een leeftijd tot 29 jaar kan worden bereikt.[5]
[bewerken] In de cultuur
De anaconda wordt door de indrukwekkende gestalte vaak gezien als een angstaanjagend monster dat het liefst mensen eet. De slang is daarom een geliefd onderwerp in verhalen en films. De Tarumãindianen denken bijvoorbeeld dat ze afstammen van de anaconda, van andere volkeren is bekend dat ze geloven dat de anaconda soms verandert in een boot met witte zeilen.[9]
In de moderne tijd duikt de anaconda prominent op in de film Anaconda (1997) met een vervolg in 2004; Anacondas: The Hunt for the Blood Orchid. De slang is in deze sequels middels CGItechnieken gecreëerd. De anaconda wordt ook wel gebruikt als metafoor voor een omklemming van een vijand; zoals het plan om de Amerikaanse Burgeroorlog te winnen van de Noordelijken om de Zuidelijken economisch te "wurgen". Deze maatregel werd in 1861 voorgesteld en werd aangeduid met de term anacondaplan.
Een bekend voorbeeld waarbij de anaconda aan het grote publiek werd getoond is de documentaire Jacaré uit 1942. Deze film was een reisverslag van een ontdekkingstocht van James Dannaldson, geregisseerd door Charles E. Ford. Vooral de aanval van een enorme anaconda in de film, die niet was geënsceneerd, maakte de film wereldberoemd. Veel mensen hadden nog nooit zo'n grote slang gezien.
[bewerken] Reuzenslangen
De lengte van de anaconda is vaak sterk overdreven of er is geen hard bewijs voor een claim. De algemene maximumlengte die in de literatuur wordt gegeven bedraagt 9 tot 9,6 meter.[1] In feite wordt de slang maximaal 8 meter lang.[6] Er zijn wel afgeworpen vervellingshuiden gevonden die langer waren maar de slangenhuid wordt uitgerekt bij het afstropen ervan.[9]
Dierenrecords worden alleen als zodanig geaccepteerd als het dier door verschillende biologen kan worden nagemeten, bijvoorbeeld museumexemplaren. Bij de anaconda is dit zeer lastig, omdat de slang moeilijk te vervoeren is in de moerassige leefomgeving onder tropische omstandigheden. Door de warmte vergaat het lichaam snel en het enorme lijf is moeilijk te conserveren.[7]
De meeste claims zijn van een enkele bron afkomstig en worden niet serieus genomen. De grootste anaconda die ooit zou zijn gemeten werd aangetroffen bij het in Zuid-Amerika welbekende Lamon-Dunn record. Deze geologische expeditie was in 1944 in Oost-Colombia voor metingen en onderzoek aan ecosystemen. De anaconda die hier werd gevonden zou een lengte van 11,43 meter hebben, de lichaamslengte zou met een landmeterlint zijn gemeten. Dit exemplaar is geschoten door Britse militairen maar werd later niet meer aangetroffen op de plaats waar men het enorme dier had achtergelaten.
Eveneens beroemd is de vermelding van de Britse kolonel Percy Fawcett die in 1907 een slang van 62 feet doodschoot, dit is omgerekend 18,9 meter. In plaats van bewondering te oogsten werd Fawcett echter zijn leven lang als leugenaar bestempeld.[9]
Ook veel andere exemplaren met een geschatte lengte van 15 meter of meer zijn wel 'beschreven' maar deze zijn nooit officieel gemeten maar waren gebaseerd op schattingen of verhalen van de lokale bevolking. De indianen die in het areaal van de slang leven, zien tunnelachtige openingen in de begroeiing met een doorsnede van twee meter echter ook aan voor holen van de anaconda.[7]
Vanwege de vele claims betreffende de lichaamslengte heeft de New York Zoological Society in 1910 een premie uitgeloofd van 5000 Amerikaanse dollar voor een exemplaar van meer dan 10 meter.[1] In die tijd was dit veel geld en tegenwoordig is de premie opgeschroefd naar $50.000 maar niemand heeft hier ooit aanspraak op gemaakt.
[bewerken] Bronvermelding
|