Analytische filosofie
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De analytische filosofie poogt door een exacte analyse van de woorden en van de zinnen waarin een probleem is uitgedrukt, tot een oplossing te komen. Hierin bedient men zich van de technieken uit de logica. De analytische filosofie, of beter: veel analytisch filosofen, gaan er van uit, dat veel filosofische problemen in hun geheel voortkomen uit taalmisverstanden en dat, wanneer deze misverstanden worden opgelost, de problemen als sneeuw voor de zon verdwijnen.
Bekende analytisch filosofen waren Bertrand Russell, Ludwig Wittgenstein, John Austin en Gottlob Frege. Tot de belangrijkste analytisch filosofische werken rekent men Wittgensteins Tractatus logico-philosophicus. Uit dit boek komt zijn veel geciteerde adagium "Wovon man nicht sprechen kann, darüber muss man schweigen" (vertaling: "Waar men niet over kan spreken, daar moet men over zwijgen"). De analytische filosofie stelt dat problemen die zich niet volgens de logica laten oplossen, onoplosbaar blijven, door onze menselijke beperkingen, waaronder de taal waar wij aan gebonden zijn.

