Anatole France (schrijver)
![]() |
||||
| Algemene informatie | ||||
| Geboren | Parijs, 16 april 1844 | |||
| Overleden | Tours, 12 oktober 1924 | |||
| Werk | ||||
| Periode | begin 20e eeuw | |||
| Genre(s) | Roman, Novelles | |||
| Bekende werken | Clio, 1900; L'île des pingouins, 1908; Les dieux ont soif, 1912 | |||
| Franstalige schrijvers | ||||
|
||||
Anatole France, pseudoniem van Jacques Anatole François Thibault (Parijs, 16 april 1844 – Tours, 12 oktober 1924) was een Franse schrijver. In 1921 won hij de Nobelprijs voor de Literatuur.
Inhoud |
[bewerken] Leven
Anatole France was de zoon van François-Noel Thibault, een boekhandelaar. Zijn vaders boekwinkel heette Librairie de France; van deze naam heeft Anatole France zijn pseudoniem afgeleid.
Anatole France studeerde aan het Collège Stanislaus. Na zijn afstuderen hielp hij zijn vader in de boekwinkel. Na enkele jaren werd hij lector bij Bacheline-Deflorenne en bij Lemerre, en in 1876 werd hij bibliothecaris bij de Franse senaat. In 1896 werd France verkozen tot lid van de Académie française. Voor zijn vorming als schrijver zijn vooral belangrijk geweest zijn ervaringen en herinneringen, zijn zinnelijke aard,zijn compassie voor de medemens, een sterke onafhankelijkheidszin en de theorieën van Darwin en Renan.Veel heeft hij te danken gehad aan Madame Arman de Caillavet, met wie hij een liaison had, die meer dan twintig jaar duurde. Niet alleen zijn succes in de wereld, maar ook zijn academische carrière. Hij had altijd iemand naast zich nodig, die hem tot werken aanzette.Hij werd een van de mascottes van de Derde Republieken werd door buitenlanders gezien als het volmaakte type van de gemiddelde Fransman.
Bij de toekenning van de Nobelprijs voor de literatuur in 1921 geeft de jury daar de volgende reden voor:
- "Als erkenning voor zijn briljante literaire verwezenlijkingen, die gekenmerkt zijn door nobele stijl, een diepgewortelde menselijke sympathie en een echt Gallisch temperament." In het jaar daarop werden zijn werken echter door de katholieke kerk op de Index gezet, omdat hij een vrijdenker was in de trant van Voltaire en een afkeer had van ascese. Het zich ontzeggen van plezier vond hij juist een grote zonde.Zijn ideeën hadden echter niet veel om het lijf en kwamen uit de tweede of derde hand en dat is vooral de reden, waarom hij in de vergetelheid is geraakt.
[bewerken] Werken
France heeft met het schrijven altijd veel moeite gehad. Hij weet fragmenten tot een mooi geheel samen te brengen, leent bij anderen en stukken, die meer geschikt zijn voor een bloemlezing rijgt hij aaneen tot een aardig geheel.In zijn La vie littéraire missen toonaangevende schrijvers en komen veel schrijvers van het tweede plan voor. Als literair criticus valt enerzijds zijn amateurisme op, anderzijds zijn uitgebreide kennis en zijn elegante taalgebruik.De roman Thaïs geeft zijn belangstelling voor de godsdienst weer, maar ook zijn totale onbegrip ervoor. Les dieux ont soif en La révolte des anges doen veel stof opwaaien, omdat hij zich als verdediger van Alfred Dreyfus opwerpt. L'histoire contemporaine bestaat uit kronieken, die hij tussen 1897 en 1901 heeft geschreven en die samen een antiklerikale roman vormen met boosaardige karikaturen en fijne vrouwenportretten.
[bewerken] Bibliografie
Dichtbundels
Romans en novelles
- Jocaste et le chat maigre (1879) Ned. vert. Jocaste
- Le Crime de Sylvestre Bonnard (1881) Ned. vert. De misdaad van Sylvestre Bonnard
- Le livre de mon ami (1885) Ned. vert. Dit was mijn vriend
- Les Désirs de Jean Servien (1882)
- Nos enfants, scènes de la ville et des champs (1886)
- Balthazar (1889) Ned. vert. Balthasar
- Thaïs (1890) Ned. vert. Thaïs
- L'Étui de nacre (1892)
- La Rôtisserie de la reine Pédauque (1892)
- Les Opinions de Jérôme Coignard (1893)
- Le Lys rouge (1894) Ned. vert. De rode lelie
- Le Jardin d'Épicure (1895) Ned. vert. De tuin van Epicurus
- Le Puits de Sainte Claire (1895)
- L'Histoire contemporaine
- L'Orme du mail (1897), (L'Histoire contemporaine, I)
- Le Mannequin d'osier (1897), (L'Histoire contemporaine, II)
- L'Anneau d'améthyste (1899), (L'Histoire contemporaine, III)
- Monsieur Bergeret à Paris (1901), (L'Histoire contemporaine, IV)
- Clio (1900) Ned. vert. Clio
- Le Procurateur de Judée (1902)
- Histoires comiques (1903)
- Sur la pierre blanche (1905)
- L'Affaire Crainquebille (1901) Ned. vert. Crainquebille Het avontuur van een venter
- L'Île des Pingouins (1908, opgenomen in de Thinker's Library) Ned. vert. Het eiland der pinguins
- Les Contes de Jacques Tournebroche (1908)
- Les Sept Femmes de Barbe bleue et autres contes merveilleux (1909)
- Les dieux ont soif (1912) Ned. De goden zijn dorstig (1971), vert. Theo Kars
- La Révolte des anges (1914, opgenomen in de Thinker's Library) Ned. vert. De opstand der engelen
- Marguerite (1920)
- Le Comte Morin (1920)
Toneelstukken
- Au petit bonheur (1898)
- Crainquebille (1903)
- La comédie de celui qui épousa une femme muette (1908)
- Le Mannequin d'osier (1928)
Historische werken
- Vie de Jeanne d'Arc (1908) 2 delen. Ned. vert. Jeanne d'Arc
Overig
- Alfred de Vigny, étude (1869)
- Le Livre de mon ami (1885)
- Le Parnasse contemporain (enkele gedichten hiervan) (1871)
- Le château de Vaux-le-Vicomte (1888)
- Pierre Nozière (1899)
- Opinions sociales (1902)
- Le parti noir (1904)
- Vers les temps meilleurs (1906)
- Le Génie latin (1913)
- Sur la voie glorieuse (1915)
- Le Petit Pierre (1918)
- La Vie en fleur (1922)
- Trente ans de vie sociale; deel I, 1897-1904 (1949), en deel II, 1905-1908 (1953), van commentaar voorzien door Claude Aveline; deel III, 1909-1914 (1964) en deel IV, 1915-1924 (1973), van commentaar voorzien door Claude Aveline en Henriette Psichari; tweede editie (1971)
- La vie littéraire (1949) Ned. vert. Het literaire leven
[bewerken] Over Anatole France
- George Brandes, Anatole France, Berlijn, 1928
- Dushan Bresky, The art of Anatole France, Den Haag, 1969
- Theo Kars, De valse baard van Anatole France: Een niet-officiële biografie, Amsterdam, 1975
- Charles de Trooz, Anatole France, Hasselt, 1958
| Zie de categorie Anatole France van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
| Wikiquote heeft één of meer citaten gerelateerd aan Anatole France (schrijver). |
| Winnaars van de Nobelprijs voor de Literatuur |
|---|
|
1901: Prudhomme · 1902: Mommsen · 1903: Bjørnson · 1904: Mistral, Echegaray · 1905: Sienkiewicz · 1906: Carducci · 1907: Kipling · 1908: Eucken · 1909: Lagerlöf · 1910: Heyse · 1911: Maeterlinck · 1912: Hauptmann · 1913: Tagore · 1915: Rolland · 1916: Heidenstam · 1917: Gjellerup, Pontoppidan · 1919: Spitteler · 1920: Hamsun · 1921: France · 1922: Benavente · 1923: Yeats · 1924: Reymont · 1925: Shaw · 1926: Deledda · 1927: Bergson · 1928: Undset · 1929: Mann · 1930: Lewis · 1931: Karlfeldt · 1932: Galsworthy · 1933: Boenin · 1934: Pirandello · 1936: O'Neill · 1937: Gard · 1938: Buck · 1939: Sillanpää · 1944: Jensen · 1945: Mistral · 1946: Hesse · 1947: Gide · 1948: Eliot · 1949: Faulkner · 1950: Russell · 1951: Lagerkvist · 1952: Mauriac · 1953: Churchill · 1954: Hemingway · 1955: Laxness · 1956: Jiménez · 1957: Camus · 1958: Pasternak · 1959: Quasimodo · 1960: Perse · 1961: Andrić · 1962: Steinbeck · 1963: Seferis · 1964: Sartre · 1965: Sjolochov · 1966: Agnon, Sachs · 1967: Asturias · 1968: Kawabata · 1969: Beckett · 1970: Solzjenitsyn · 1971: Neruda · 1972: Böll · 1973: White · 1974: Johnson, Martinson · 1975: Montale · 1976: Bellow · 1977: Aleixandre · 1978: Singer · 1979: Elýtis · 1980: Miłosz · 1981: Canetti · 1982: García · 1983: Golding · 1984: Seifert · 1985: Simon · 1986: Soyinka · 1987: Brodsky · 1988: Mahfouz · 1989: Cela · 1990: Paz · 1991: Gordimer · 1992: Walcott · 1993: Morrison · 1994: Oë · 1995: Heaney · 1996: Szymborska · 1997: Fo · 1998: Saramago · 1999: Grass · 2000: Gao · 2001: Naipaul · 2002: Kertész · 2003: Coetzee · 2004: Jelinek · 2005: Pinter · 2006: Pamuk · 2007: Lessing · 2008: Le Clézio · 2009: Müller · 2010: Vargas Llosa · 2011: Tranströmer |
