Ancus Martius

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ancus Martius
Ancus-Martius.jpg
Koning van Rome
Periode 641-616 v.Chr. (?)
Voorganger Tullus Hostilius
Opvolger Lucius Tarquinius Priscus

Ancus Martius (r. 640 v.Chr. - 616 v.Chr.) was de legendarische vierde koning van Rome. Hij was de zoon van Martius (wiens vader, ook Martius genaamd, een goede vriend was geweest met Numa Pompilius) en Pompilia (dochter van Numa Pompilius). Volgens de historicus Festus had Martius de voornaam Ancus van zijn kromme arm.

Opvolging[bewerken]

Na de dood van de vorige koning, Tullus Hostilius, benoemde de Romeinse Senaat een interrex, die op zijn beurt een volksvergadering organiseerde die de nieuwe koning verkoos.

Riten[bewerken]

Volgens Titus Livius was zijn eerste daad als koning de Pontifex Maximus op te dragen de tekst met betrekking tot de uitvoering van publieke ceremonies van de religie uit de commentaren van Numa Pompilius te kopiëren opdat ze aan het publiek getoond konden worden, zodat de religieuze riten niet langer verwaarloosd zouden worden of onjuist zouden worden uitgevoerd.

Oorlog tegen de Latijnen[bewerken]

Hij voerde succesvol oorlog tegen de Latijnen en een aantal van hen hadden zich gevestigd op de Aventijn.

Volgens Livius werd de oorlog begonnen door de Latijnen, die verwachtten dat Ancus het vrome streven naar vrede zou hebben geërfd van zijn grootvader, Numa Pompilius. De Latijnen maakten aanvankelijk een inval op Romeins grondgebied. Toen een Romeinse ambassade een vergoeding wilde voor de schade, gaven de Latijnen een minachtend antwoord. Dus verklaarde Ancus de oorlog aan de Latijnen. De oorlogsverklaring is opmerkelijk want, volgens Livius, was het de eerste keer dat de Romeinen oorlog hadden verklaard aan de hand van de riten van de fetiales, een soort van priesters.

Ancus Martius marcheerde uit Rome met een nieuw geheven leger en nam stormenderhand de Latijnse stad Politorium (gelegen nabij de stad Lanuvium) in. De inwoners werden uit de stad gezet om zich te vestigen op de Aventijn in Rome als nieuwe burgers, hierbij volgden ze de Romeinse tradities van oorlogen met de Sabijnen en Albanen. Toen de andere Latijnen vervolgens de lege stad Politorium bezetten, veroverde Ancus de stad opnieuw en vernielde hem. De Latijnse dorpen Tellenae en Ficana werden ook geplunderd en vernield.

De oorlog was dan gericht op de Latijnse stad Medullia. De stad had een sterk garnizoen en was ook goed versterkt. Verschillende opdrachten vonden plaats buiten de stad en de Romeinen waren uiteindelijk overwinnend. Ancus keerde terug naar Rome met veel buit. Meer Latijnen werden naar Rome gebracht als burgers en werden gevestigd aan de voet van de Aventijn in de buurt van de Palatijn, bij de tempel van Murcia.

Uitbreidingen[bewerken]

Ancus Martius nam de Janiculum op in de stad, verdedigde het met een muur en verbond het met de stad met een houten brug over de Tiber, de Pons Sublicius. Aan de landzijde van de stad bouwde hij de Fossa Quiritium, een verdedigingsgracht. Hij bouwde ook de eerste gevangenis van Rome, de Mamertijnse gevangenis.

Hij breidde het Romeinse grondgebied uit naar de zee, door het oprichten van de haven van Ostia, waarbij hij een zoutfabriek oprichtte rond de haven en hij veroverde Silva Maesia, een bebost gebied langs de kust ten noorden van de Tiber, van de Veii. Hij breidde de tempel van Jupiter Feretrius uit om deze territoriale successen te weerspiegelen.

Volgens een reconstructie van de Fasti Triumphales vierde Ancus Martius ten minste één triomftocht over de Sabijnen en Veii.

Nalatenschap[bewerken]

Ancus Martius werd opgevolgd door Lucius Tarquinius Priscus, die vermoord werd door de zonen van Ancus Martius.

De patricische Marcius Rex-familie stamde af van deze koning en bleven vooraanstaand tijdens de republiek en het keizerrijk.