André Maurois

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
André Mourois

André Maurois, geboren Emile Salomon Wilhelm Herzog, (Elbeuf, 26 juli 1885 - Neuilly-sur-Seine 9 oktober 1967) was een Frans schrijver en historicus.

Leven en werk[bewerken]

Maurois werd geboren als zoon van een industrieel uit de Elzas, die zich in Normandië vestigde omdat hij Fransman wilde blijven. Te Rouen volgde Maurois lessen bij de filosoof Emile Alain, die zijn levensbeschouwing blijvend zou beïnvloeden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende hij in het Franse leger, welke ervaringen hij op humoristische wijze vertaalde in zijn in romanvorm gegoten essay Les silences du colonel Bramble (1918, over zijn ervaringen als verbindingsofficier bij een Schotse divisie) alsook in Les discours du docteur O’Grady (1922).

Vanaf het einde van de Eerste Wereldoorlog legde Maurois zich volledig toe op het schrijven. Bekendheid verwierf hij met de romans Bernard Quesnay (1926) en Climats (1928), waarin hij op subtiele, methodische wijze en in een perfect-klassieke taal de gevoelens van zijn personages weet bloot te leggen. Zo ontleedt hij in Climats op minutieus-psychologische wijze de problemen van een echtpaar, met name de jaloezie en de daaruit volgende problemen, constaterend dat de werkelijke geliefde nooit degene is die men heeft gedroomd.

Naast fictie schreef Maurois ook veel hooggeprezen biografieën, onder andere van Shelley (1923), Disraeli (1927), Byron (1930), Toergenjev (1931), Proust (1949) en Balzac (1965). Zijn biografieën kenmerken zich door de sterk literaire inslag, waarbij hij niet schroomt om er ook zijn eigen gevoelens en gedachten in te leggen. De wetenschappelijke waarde van zijn biografieën wordt mede daardoor wel ooit in twijfel getrokken, maar daar was het, zo beweerde Maurois zelf, hem ook nooit om begonnen.

Het werk van Maurois kenmerkt zich in zijn algemeen door helderheid en levendigheid. Zijn filosofie is overal aanwezig maar wordt nooit zwaar, is eerder een levenskunst die het menselijk geluk beschouwt en die dat vooral vindt in de daad en in de maat. Zijn voorkeur gaat steeds uit naar personages, fictief of reëel, die meester zijn over hun eigen lot, waarbij evenwichtigheid een belangrijk kenmerk is.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende Maurois bij het Vrije Franse Leger.

Vanaf 1938 was Maurois lid van de Académie française.

Bibliografie (selectie)[bewerken]

Geschiedenis[bewerken]

  • Histoire de la France. 1947
  • Histoire d'Angleterre. 1937 (Ned. vert. Geschiedenis van Engeland. Amsterdam: L.J. Veen z.j. (Amstelboeken 36/37)
  • Histoire des Etats-Unis. 1943 (Ned. vert. Geschiedenis van de Verenigde Staten. Amsterdam: L.J. Veen z.j. (Amstelboeken 58/59)

Biografieën[bewerken]

  • La vie de Disraeli 1927 (nl : Benjamin Disraeli)
  • Byron 1930
  • Tourgueniev 1931
  • Édouard VII en son temps 1937 (nl: Eduard VII en zijn tijd)
  • A la recherche de Marcel Proust. 1949
  • Don Juan ou la vie de Byron 1930
  • Voltaire 1935 (nl : De levende gedachten van Voltaire belicht)
  • Lelia ou la vie de George Sand 1952
  • Olympio ou la vie de Victor Hugo. 1954
  • Louis XIV à Versailles 1955 (nl: Louis XIV, de zonnekoning en zijn hof te Versailles)
  • La Vie de sir Alexander Fleming 1959 (nl: Het leven van Alexander Fleming)
  • Le Monde de Marcel Proust 1960
  • Prométhée ou la vie de Balzac 1965

Romans[bewerken]

  • Ariel ou la vie de Shelley 1923 (nl: Ariël, het leven van Shelley)
  • Bernard Quesnay 1926
  • Climats. 1928 (nl: Lessen in echtelijk geluk)
  • Le cercle de famille 1932 (nl: De vicieuze cirkel)
  • Terre promise 1945
  • Voorwoord bij het fotoboek Femmes de Paris 1954 (nl: Vrouwen van Parijs) van de Nederlandse fotograaf Nico Jesse
  • Les Roses De Septembre 1956 (nl : De rozen van september)

Maurois schreef ook diverse korte verhalen welke in diverse Nederlandse bloemlezingen werden opgenomen.

Literatuur en bronnen[bewerken]

  • A. Bachrach e.a.: Encyclopedie van de wereldliteratuur, 1980, Bussum

Externe links[bewerken]