Andrea Palladio

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Andrea Palladio
Illustratie uit I quattro libri dell'architettura

Andrea di Pietro della Gondola (Palladio) (Padua, 30 november 1508Vicenza, 19 augustus 1580) was een Italiaanse architect. - De naam Palladio werd hem gegeven door zijn eerste opdrachtgever Gian Giorgio Trissino, als verwijzing naar Pallas Athene de Griekse godin van de Wijsheid.

Leven en werk[bewerken]

De loopbaan van de Italiaanse steenhouwer Andrea di Pietro della Gondola nam een andere wending door het contact met de Noord-Italiaanse humanist Gian Giorgio Trissino (1478 – 1550). Zijn invloed ging veel verder dan enkel het humaniseren van di Pietro della Gondola’s naam tot Palladio, hij introduceerde hem in de klassieke oudheid door het lezen van Vitruvius en te reizen naar enkele klassieke steden, zoals Rome.

Uit Trissino’s geschriften haalde Palladio een gedachte die terugkeerde in zijn later werk namelijk ‘architecture is an art concerning the habitation of men, that provides a basis for utility and pleasure’. Door Trissino’s kritiek op het verlies van de kennis van de oudheid, de verkeerde interpretaties van Vitruvius en De Re Aedificatoria van Alberti nam hij een kritische houding aan ten aanzien van Vitruvius en Alberti.

Via Trissino leerde Palladio Alvise Cornaro (1484 – 1566) kennen, die rond 1555 zijn Trattato dell'Architettura schreef, een werk gericht naar de leek, over de bouw en renovatie van woonhuizen. Cornaro las Vitruvius zeer kritisch en distantieerde zich van de architectuurtheorie van zijn tijd, hij vond het gemak (commodità) van een gebouw belangrijker dan de esthetische waarde ervan. De rechtstreekse invloed van Cornaro op Palladio’s latere gedachtevorming is niet te miskennen: voor Palladio gold het woonhuis als prototype van alle gebouwen. Het was dan ook geen wonder dat het tweede boek van Palladio’s hand, I quattro libri dell'architettura, volledig over het ontwerp van woonhuizen gaat. Rond 1550, de periode dat Trissino stierf, kwam Palladio in contact met de Venetiaanse humanist Daniele Barbaro (1513 – 1570). In zijn gezelschap bracht Palladio in 1554 zijn laatste bezoek aan Rome. Als gevolg hiervan schrijft Paladio L’antichità di Roma,een gidsboek over zijn studie van het antieke Rome, waarin de tekeningen gebaseerd waren op eigen exacte metingen.

Barbaro was in 1547 reeds begonnen aan een Vitruviusvertaling met daarbij zijn uitvoerige commentaar en ideeën zoals ‘architectuur is geen letterlijke imitatie van de natuur maar een adaptatie van zijn voornaamste principes’. Palladio combineerde het illustreren van de edities van 1556 en 1567 met het schrijven van zijn invloedrijke I quattro libri dell'architettura, het laatste architectuurtraktaat uit de renaissance.

Na zijn verblijven in Rome wist Palladio de renaissance-idealen van zijn voorgangers zoals Leon Battista Alberti (1404 - 1472) en Donato Bramante (1444 - 1514) te assimileren in een reeks uitzonderlijke villa’s in Venetië. Daar was sinds de zestiende eeuw de optimistische handelssfeer verminderd. De rijkere Venetianen zochten veiligere investeringsmogelijkheden zoals de drooggelegde vruchtbare landbouwgebieden ten noorden van Venetië. Palladio stond echter voor de uitdaging om een villa te ontwikkelen die fungeerde als een landbouwmachine en een representatie van de sociale status van de eigenaar was.

Palladio greep hier zijn kans om zijn villa suburbana extreem te rationaliseren aan de hand van een ontwerpsysteem waarin zijn grondplannen een symmetrische, strakke opbouw bezaten.

In 1994 zijn een aantal van Palladio's villa's samen met de stad Vicenza opgenomen in de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Deze lijst is in 1996 uitgebreid met de Palladiaanse villa's in Veneto, waardoor een groot deel van zijn werk als belangrijk cultureel erfgoed wordt gezien.

Belangrijkste thema's[bewerken]

De antieken[bewerken]

Palladio bleef zoeken naar een validatie van de relatie tussen de klassieke oudheid en zijn eigen architectuur door bijvoorbeeld het terugkijken naar de antieken te rechtvaardigen met het feit dat de Romeinen ver vooruit waren op hun opvolgers. Hij plaatste zijn eigen architectuur op gelijke hoogte aan deze van de antieken, het was geen revival noch imitatie van de antieke gebouwen, maar wel een voortzetting of vervolg ervan.

De villa[bewerken]

Uit de reizen naar Rome wist Palladio de Renaissance-idealen van zijn voorgangers Alberti en Bramante te assimileren in enkele prachtige villa's in Venetië. Deze waren innoverende nieuwe gebouwen en representeerden de sociale status van de eigenaar. Palladio heeft zijn gebouwen extreem gerationaliseerd. Zijn gebouwen bezaten een strakke, symmetrische opbouw. Hij gebruikte als eerste het klassieke tempelfronton in de gevel van een villa. De woonkamer had steeds een zicht op het omliggende landschap. De relatie van de villa met haar omgeving was enorm belangrijk. 'Een villa moet indien mogelijk op een heuvel gebouwd worden omdat dit mooi en gezond is, en gelegen zijn aan een bevaarbare rivier omdat dit handig is, transportkosten drukt en er mooi uitziet'.

Natuur[bewerken]

Een belangrijk begrip in de architectuurtheorie en –praktijk van Palladio is natuur. Net als Daniel Barbaro was hij ervan overtuigd dat architectuur een rationele adaptatie van de natuur is. Architectuur moest een eenvoud bevatten om ‘net als de natuur’ te zijn. Die eenvoud is duidelijk te zien in Palladio's ontwerpen, waar hij eenvoudige transformaties toepast op basisvormen. De overeenkomsten tussen kunst en natuur vermeldt Palladio in boek een, twee en drie van zijn I Quattro Libri dell'Architettura, waarin hij bijvoorbeeld kolommen met bomen vergelijkt en de pijlers van een brug met de poten van dieren.

Palladio en de Vitruviaanse traditie[bewerken]

Palladio interpreteerde Vitruvius op een zeer praktische manier, hij haalde uit zijn De Architectura regels die hij gebruikte om gevarieerde gebouwen te ontwerpen. Deze varatie was afhankelijk van de wensen van de opdrachtgever. Vitruvius was volgens Palladio van minder belang dan de antieke architectuur zelf. Het begrip commodità speelde een grote rol in de architectuur van Palladio, dit is te vergelijken met het begrip utilitas. Palladio focuste eerder op het tonen van de principes van goede architectuur, door het tonen van concrete gebouwen, dan op het uitwerken van een sluitende architectuurtheorie. Hij legt het belang niet bij het idee van een gebouw maar bij de perceptie ervan.

Palladio’s definitie van schoonheid haalde hij bij Leon Battista Alberti (1404 – 1472) uit zijn traktaat De Re Aedificatoria. Waar schoonheid 'als correspondentie van het geheel tot alle onderdelen, van de onderdelen tot elkaar en van de onderdelen tot het geheel’ wordt gedefinieerd. Een gebouw is een onafhankelijk, wel gedefinieerd lichaam. Palladio werkt in zijn traktaat een proportiesysteem uit gebaseerd op Alberti. Hij definieert zeven sets met harmonieuze proporties die meteen toepasbaar zijn bij het ontwerpen van kamers. Voor de hoogte van die kamers legt hij drie proportiesystemen uit die hun oorsprong vinden bij Pythagoras, namelijk het rekenkundig gemiddelde, meetkundig gemiddelde en het harmonisch gemiddelde.

Invloed op de architectuur[bewerken]

De invloed van Palladio op de latere architectuur is ver reikend, met hoogtepunten in de 17de en 18de eeuw. De zogenaamde Palladio-stijl of het Palladianisme genoot veel succes in Nederland, Duitsland en Frankrijk, maar kent zijn oorsprong in het 17de-eeuwse Engeland waar hij ontwikkeld werd door Inigo Jones. Deze neemt de belangrijkste eigenschappen van Palladio's architectuur en begrippen vanuit de Quattro Libri dell'Architettura over. Inigo Jones zijn architectuur bezit een classicistische eenvoud en harmonie. Bekende voorbeelden zijn Queen's House in Greenwich uit 1616 en de Banqueting Hall in het Palace of Whitehall uit 1622. Ook William Kent en Christopher Wren zijn niet te vergeten namen met respectievelijk de gebouwen Chiswick House en St Paul's Cathedral.

Ook in de Verenigde Staten kende het Palladianisme zijn navolging in de 18de eeuw in de persoon van Thomas Jefferson. Deze autodidact had een intense appreciatie voor het oude Rome. Zijn bekendste gebouwen zijn het Monticello en de universiteitscampus van Virginia.

Chronologische lijst van Palladio's werken[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

  • ACKERMAN, J., Palladio,Harmondsworth , 1977, p170.
  • BOUCHER, B., ‘Nature and the Antique in the Work of Andrea Palladio’, The Journal of the Society of Architectural Historians, Jaargang 59: Vol. 59, 2000, p 296-311.
  • BOYD-BRENT, J., Harmony and Proportion, 5-12-2009, [1]
  • KRUFT, H.W., A History of Architectural Theory from Vitruvius to the present, New York, 1994, p84-92.
  • PALLADIO, A., I Quattro Libri dell’Architettura, Venice, 1570.
  • REMKO, S.; VREEDENBURGH, E.,’Vers une autre architecture’, Zeezucht 7, Jaargang 8: 1994, p 6- 14.
  • RYBCZYNSKI, W., The Perfect House, Ney York,2002, p255.
  • TAVERNOR, R., Palladio and Palladianism, New York, 1991, p 77

Externe links[bewerken]