Andreas van den Bogaerde van Terbrugge
Andreas Johannes Ludovicus baron van den Bogaerde van Terbrugge (Gent, 7 juli 1787 - Heeswijk, 12 januari 1855) was gouverneur van Noord-Brabant.
Baron (1834) Andreas Van den Bogaerde stamde uit een oude Brugse familie, die in de achttiende eeuw geadeld werd. Hij was de zoon van Andries Van den Bogaerde (1754-1834), burgemeester van Waasmunster en van Maria van Laerebeke de ter Brugge (1765-1845). Hij was de kleinzoon van Andries Van den Bogaerde (1726-1799), schepen en tresorier van het Brugse Vrije en van Angelique Rotsaert de Hertaing (1731-1803). Andreas was achtereenvolgens getrouwd met Eugenie Papeians de Morchoven dit van der Strepen (1795-1843) en met Thérèse Piers. Uit het eerste huwelijk had hij zes kinderen.
[bewerken] Levensloop en loopbaan
Vanaf het begin van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden werd Andreas, in tegenstelling tot zijn vader, een aanhanger van Oranje en werd hij onmiddellijk in de Ridderschap opgenomen. Zijn vader werd pas in maart 1830 in de adelstand bevestigd, met een baronstitel die op Andreas overging. Andreas volgde zijn vader op als burgemeester van Waasmunster en werd arrondissementscommissaris van Sint-Niklaas en van Gent. Hij werd geen burgemeester van Gent zoals per vergissing wordt vermeld in het Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde.
Begin 1830 (en niet in 1820 zoals in het voormelde woordenboek staat) benoemde koning Willem I hem tot gouverneur van Noord-Brabant, welke post hij tot 1842 bekleedde. Andreas bleef immers Oranje trouw ook na de Belgische Revolutie en was één van de weinige Zuid-Nederlanders die zijn ambt in het Noorden na 1830 kon bewaren. In 1840 werd hij ingedeeld in de Ridderschap van Noord-Brabant waarvan hij de voorzitter werd. Hij werd ook Staatsraad in Buitengewone Dienst en Kamerheer van de koning.
Hij kocht het middeleeuwse slot Kasteel Heeswijk en sleet daar en in het kasteel van Dinther zijn jaren als emeritus in werkzame rust.
Heeswijk werd door hem en zijn erfgenamen aanzienlijk uitgebreid en er werd een zeer belangrijke collectie kunstwerken en antiquiteiten in ondergebracht. Tot het begin van de jaren 1990 was het poortgebouw van het imposante kasteel bewoond door afstammelingen. Thans is het kasteel eigendom van de Stichting Slot Heeswijk en werd het aanzienlijk gerenoveerd om voor hedendaags gebruik te dienen.
[bewerken] Publicaties
- Het district van St. Nicolaas, voorheen Land van Waas, beschouwd met betrekking tot deszelfs Natuur-, Staat- en Geschiedkunde, gevolgd door eene bijzondere beschrijving van elke stad, dorp of gemeente in hetzelfde gelegen (3 dln., St. Nicolaas, 1825).
- Proef op de aanmoediging en uitbreiding der linnenweverijen, in Oost-Vlaanderen, gevolgd van de tienjarige optelling van al de op de markten van Oost-Vlaanderen verkochte lijnwaden (Gent);
- Vlugtig overzigt der geschiedenis van België en die van Polen, toegepast op de tegenwoordige gebeurtenissen tot 1 Jan. 1831 ('s-Hertogenbosch, 1831);
- Proeve over de belangrijkheid van den handel, de scheepvaart en de nijverheid in de gewesten die van 1813-'30 uitmaakten het koningrijk der Nederlanden ('s-Gravenhage, 1845, oorspr. in het Frans uitgegeven).
- Voorts werden de redevoeringen uitgegeven waarmee hij de zomervergaderingen van de Provinciale Staten van Noord-Brabant opende.
[bewerken] Literatuur
- Artikel uit het Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde van F. Jos. van den Branden en J.G. Frederiks, 1888-1891.
- R. W. A. M. CLEVERENS, Kasteel Heeswijk en geslachten Van den Bogaerde van Terbrugge en De Looz-Corswarem, 1991.
- Esther BECX, Kasteel Heeswijk, Heeswijk, 2000.
- Andries VAN DEN ABEELE, Andries van de Bogaerde (1726-1799): politiek, botanica en grootgrondbezit in Brugge en omgeving tijdens de 18de eeuw, in: Handelingen van het Genootschap voor geschiedenis te Brugge,2002, blz. 80-124.
| Voorganger: A.F.G. burggraaf van der Fosse |
Gouverneur van Noord-Brabant 1830-1842 |
Opvolger: A.J.L. Borret |