Andrew Carnegie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schilderij door B.J. Blommers aangeboden aan de Carnegie Stichting door Carnegies Nederlandse bewonderaars.

Andrew Carnegie (Dunfermline (Schotland), 25 november 1835 - Lenox (Massachusetts), 11 augustus 1919) was een Amerikaans staalmagnaat en filantroop van Schotse afkomst. Buiten Amerika is hij waarschijnlijk het bekendst vanwege zijn bijdrage aan de Carnegie Hall in New York en de bouw van het Haagse Vredespaleis.

Biografie[bewerken]

Andrew Carnegie emigreerde samen met zijn totaal berooide ouders in 1848 naar Pittsburgh, USA. Aldaar stelden zij vast dat de arbeidssituatie waarin de wevers verkeerden nauwelijks beter was dan thuis in Schotland. Andrews vader was een damastwever wiens handarbeid verdrongen werd door de opkomst van weefmachines. Andrew Carnegie begon als dertienjarig hulpje in een katoenspinnerij. Daarna vond hij werk bij de Ohio Telegraph Company en later bij de Pennsylvania Railroad. Hij eindigde als eigenaar van het grootste staalbedrijf van de wereld, de Carnegie Steel Company. Dit bedrijf verkocht hij in 1901 aan de bankier John Pierpont Morgan, die het onderbracht in U.S. Steel. Met de opbrengst werd Carnegie een van de rijkste mensen ter wereld.

Zijn rijkdommen wilde hij niet alleen aan zijn nabestaanden nalaten, maar nog tijdens zijn leven aan goede doelen besteden. Dat moest zó gebeuren dat de mensen die ervan profiteerden zichzelf ook echt verder konden ontwikkelen. Zo was de cirkel weer rond, want iedereen in Amerika wilde graag geloven dat er een 'selfmade man' in hem school, en Carnegie wilde de mensen de gelegenheid geven om het zélf te maken.

In 1902 richtte Carnegie het Carnegie Institution of Washington for Fundamental and Scientific Research op. Hij besteedde het overgrote deel van zijn enorme fortuin ook aan de bouw van 2500 openbare bibliotheken in twaalf Engelssprekende landen, waaronder Schotland, de Fiji-eilanden en de Seychellen. De stad waar de bibliotheek kwam moest de bouwgrond en de boeken schenken en daarbij moest het stadsbestuur instaan voor de werking ervan. Bij gebrek aan een familiewapen kwam er een ex-libris voorstellende opgaande zon in de boeken en de spreuk Let there be light.

Carnegie schonk in 1903 een bedrag van $1.500.000 voor de bouw van het Vredespaleis, dat tussen 1907 en 1913 in Den Haag werd gebouwd en waarin later ook het Internationaal Gerechtshof gevestigd zou worden.

Andrew en Margareth Carnegie woonden hun laatste levensjaren op kasteel Skibo in de Schotse Hooglanden.

Bibliografie[bewerken]

  • Alberto Manguel, The Library at Night. Uitg. Knopf, Canada, 2006 (Nederlandse vertaling: De bibliotheek bij nacht, 2007 - zie hoofdstuk IV: De bibliotheek als macht).