Andries Hendrik Willem Scheuer
Andries Hendrik Willem Scheuer (Padang, 23 oktober 1844 - Bandoeng, 14 oktober 1915) was een Nederlands generaal-majoor, onder meer officier in de Militaire Willems-Orde.
[bewerken] Loopbaan
Scheuer vertrok op 20-jarige leeftijd naar Indië, nadat hij het jaar daarvoor te Kampen, bij het Koloniaal Werfdepot, dienst had genomen als soldaat. Hij verwierf in de rang van eerste luitenant bij Koninklijk Besluit van 2 januari 1879 nummer 36 de Militaire Willems-Orde vierde klasse voor zijn verrichtingen te Atjeh in 1874. Bij Koninklijk Besluit van 13 juni 1879 nummer 18 verkreeg hij de Eresabel voor zijn werkzaamheden te Atjeh in 1878.
De 20ste Maart 1883 nam van uit Anagaloëng een colonne ter sterkte van 100 bajonetten deel aan de operaties in de XXII Moekims, en was aan die kleine troep speciaal opgedragen om zich van kampong Temboh meester te maken, die door de vijand versterkt en ten noorden van Tjot Basatoel gelegen was. De aanvoerder van die kleine macht was Scheuer (toen in de rang van kapitein). Na een hevig vuurgevecht en een stormaanval met de bajonet, waarbij de Europese fuselier Kribbe onder een juichend Oranje boven! het eerst in de sterkte sprong, werd kampong Temboh onder een luid hoezee! en een schetterend Wilhelmus genomen. Onder de eersten die bij de aanval door de kogels van de vijand gewond werden waren Scheuer, die een schampschot aan de arm ontving en luitenant Drijber, die een vrij zware hoofdwond verkreeg, maar net als Scheuer zijn troep bleef aanvoeren. Onder de vijf minderen, die gelijktijdig geblesseerd werden, was ook de Europeesche fuselier M. Frankowack, die zeer zwaar gewond neerstortte en kermend in de tirailleurlinie bleef liggen. Omdat de zwaar gewonde soldaat geholpen moest worden, en dit wegens het overstelpende vijandelijke vuur in de tirailleurlinie niet mogelijk was terwijl hij zich zelf niet naar de ambulance kon begeven, ging Scheuer, commandant der colonne, naar hem toe, gelastte die soldaat, die weigerde zich door zijn kapitein te laten dragen om hem te gehoorzamen, nam, hoewel zelf gewond, de geblesseerde hulpbehoevende makker op de rug en droeg hem onder een hagelbui van kogels buiten de vuurlinie, waar hij hem aan de inmiddels toegeschoten dragers overgaf.
Tijdens de Lombok-expeditie stond Scheuer in de rang van luitenant-kolonel aan het hoofd van de rechter colonne, die Tjakra Negara binnendrong, en die te midden van de bloedige strijd en het hevige vuur der vijandelijke repeteergeweren, altijd kalm en bedaard bleef als was hij op een wandeling. Hij neuriede of floot dan steeds de melodie van het volksdeuntje alles kost een dubbeltje. Voor zijn verrichtingen aldaar werd hij bij Koninklijk Besluit van 9 april 1895 benoemd tot officier in de Militaire Willems-Orde. Scheuer ging in 1903 eervol met ontslag uit het Indische leger, met de titulaire rang van generaal-majoor, woonde vervolgens tien jaar in Den Haag en keerde toen terug naar zijn geboorteland, waar hij op 14 oktober 1915 te Bandoeng overleed. Naast de eerder genoemde onderscheidingen had Scheuer nog de gouden kroon voor twee Eervolle Vermeldingen.
| Portaal KNIL |
Bronnen, noten en/of referenties
|