Andries Pels (1655-1731)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Andries Pels (1655 - 1731) was een schatrijke bankier en assuradeur. Hij begon als iemand die zich had toegelegd op de goederenhandel, maar zich meer en meer concentreerde op de geld- en wisselhandel. Rond 1750 was de firma Andries Pels & Zonen het voornaamste bankiershuis in Europa.[1]

Na de dood van zijn vader Jan Lucas erfde Andries een woonhuis, Herengracht 438, en een aantal pakhuizen op de Keizersgracht (483-491), niet ver van de Leidsestraat. In 1703 kocht hij de buitenplaats Vredenhoff aan de rivier de Vecht, bekend vanwege een prachtig Rococo hek.[2] Ten tijde van de Spaanse Successieoorlog was hij belast met het overmaken van geld voor het onderhoud van de Engelse troepen. In 1707 stichtte hij de Firma Andries Pels & Zonen. In 1709 bezat hij ook zes pakhuizen in het tegenwoordige Entrepotdok. In de jaren van John Law heeft Pels veel geld verdiend met de handel in Frans goud- en zilvergeld, zodat hij door zijn nazaten de bankier van Frankrijk werd genoemd. Van zijn neef Paul van der Veen erfde hij in 1731 een aantal plantages in Suriname. In 1742 was Anita Bouwens, zijn weduwe, de rijkste vrouw in Amsterdam. Zij stierf in 1749.

Pels had vijf kinderen die een volwassen leeftijd behaalden. De drie dochters Anna Maria, Catherina, Johanna Sara waren getrouwd resp. met Jan Jeronimus Boreel, Mr Willem Munter en Jan Bernd Bicker sr. Zijn zoon Jean Lucas is twee keer getrouwd, maar stierf kinderloos.[3] Pieter, de andere zoon, stierf ongehuwd.

In 1773 is de firma geliquideerd, een gevolg van speculatie in aandelen op de Britse Oost-Indische Compagnie.[4] Ook het handelshuis Clifford redde het niet.[5]

Varia[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  1. Dillen, J.G. van (1970) Van Rijkdom en Regenten, p. 456-7, 472-3.
  2. Buitenplaats Vredenhoff
  3. Zijn weduwe was Anna Elisabeth Geelvinck, de dochter van burgemeester Lieve Geelvinck. Het paar was vier weken eerder getrouwd.
  4. De East India Company werd op de been gehouden door de Tea-Act, binnen een halfjaar leidend tot de Boston Tea Party en een monopolie op de opiumhandel naar China.
  5. Brugmans, H. (1973) Geschiedenis van Amsterdam. Deel 4: Afgaand getij 1697/1795, p. 86.
  6. De Bosche zegels
  7. P.W. Klein (1965) De Trippen in de 17e eeuw. Een studie over het ondernemersgedrag op de Hollandse stapelmarkt.