Andrzej Wajda
Andrzej Wajda (Suwałki, Polen, 6 maart 1926) is een Poolse filmregisseur. Hij wordt beschouwd als de belangrijkste regisseur van de Poolse filmschool en een van de belangrijkste filmmakers uit het voormalige Oostblok.
Wajda is de zoon van een Poolse cavalerie-officier, die sneuvelde aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Op zestienjarige leeftijd werd Wajda lid van de Armia Krajowa, het nationalistische verzetsleger in Polen. Na de oorlog studeerde hij voor kunstschilder aan de academie van fijne kunsten in Krakau.
In 1950 besloot hij filmmaker te worden en volgde hij lessen aan de filmschool van Łódź, waar filmregisseur Aleksander Ford leraar was. Na in 1952 te zijn afgestudeerd gaat hij bij Ford aan het werk als zijn assistent bij de opnames van de film Piątka z ulicy Barskiej (De vijf van de Barkastraat, 1954). In 1955 maakte hij zijn filmdebuut met de anti-oorlogsfilm Pokolenie (Een generatie, 1955), waarin hij de gevolgen van de oorlog laat zien in de ontgoochelde Poolse jeugd. Samen met zijn twee volgende films, Kanał (Het riool, 1957) en Popiół i diament (As en diamant, 1958) vormde deze film een trilogie, waarin Wajda zich verzette tegen blind patriottisme en vraagtekens zette bij het verheerlijken van helden. In deze trilogie liet hij ook de verbittering en de desillusie zien van het nationalistische verzet, waarmee hij tegelijk verhulde kritiek leverde op het communistische regime. De eindscene van de film Kanał heeft een verhuld anti-Sovjet boodschap. Critici vonden daarentegen dat Wajda de rol van het linkse verzet in de trilogie groter maakte dan ze in werkelijkheid was geweest. De hoofdrol werd in alle drie de films gespeeld door de jonge acteur en antiheld Zbigniew Cybulski.
De Tweede Wereldoorlog zou het hoofdmotief zijn in veel van zijn films, maar hij werkte in een grote verscheidenheid aan films, waaronder romantische films, epossen en komedies. In Lotna (1959) beklaagt hij zich over de nutteloosheid van nobele tradities door een veldslag te laten zien tussen een overbodige Poolse cavaleriegroep en Duitse tanks. Ook in Popioły (As, 1965) en Krajobraz po bitwie (Landschap na de slag, 1970) zijn de zinloosheid van heldendom en de gevolgen van oorlog vaste thema's, maar deze films spelen zich af in een verder verleden. Wszystko na sprzedaż (Alles is te koop, 1969) wordt beschouwd als zijn meest persoonlijke film. De film is opgedragen aan Cybulski, de acteur die in zijn eerste films speelde en in 1967 op jonge leeftijd omkwam op het station van Wrocław toen hij tussen trein en perron viel toen hij rennend de trein probeerde te halen.
In de jaren zeventig, waarin de Poolse politiek in rumoerige tijden verkeerde, schaarde Wajda zich achter de Solidarność van Lech Wałęsa en tegenover het communistische regime met de films Człowiek z marmuru (De man van marmer, 1976), het vervolg Człowiek z żelaza (De man van ijzer, 1981), waarin Wałęsa zelf ook te zien is als zichzelf, en Bez znieczulenia (Zonder verdoving, 1978). In Człowiek z marmuru volgt hij een metselaar, in Bez znieczulenia een journalist. Na de massale stakingen in Polen werd Wajda uit zijn studio gezet en werd hij in 1983 gedwongen ontslag te nemen van het voorzitterschap van de filmmakersvereniging. Wajda vertrok naar Frankrijk, waar hij de film Danton opnam.
In 1989 keerde hij weer terug naar Polen, waar hij artistiek directeur werd van het Teatr Powszechny, het officiële theater van Warschau. Dat jaar werd hij tevens gekozen tot senator van zijn land. Hij zou dat beroep tot 1991 blijven. In 2000 kreeg Wajda een ere-Oscar voor zijn bijdragen aan de cinema, die hij doneerde aan de Jagiellonische Universiteit van Krakau. In 2006 kreeg hij de Gouden ere-Beer op het Filmfestival van Berlijn.
Wajda is getrouwd geweest met actrice Beata Tyszkiewicz. Tegenwoordig is hij getrouwd met actrice en kostuumontwerpster Krystyna Zachwatowicz.
[bewerken] Filmografie
[bewerken] Externe link
- (en)
Andrzej Wajda in de Internet Movie Database
| Meer mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Andrzej Wajda op Wikimedia Commons. |