Anemoi

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Op Toren van de winden in Athene zijn onder meer Boreas (links) en Skiron (rechts), de noordwestenwind, afgebeeld.

In de Griekse mythologie waren de Anemoi de geesten van de hevige stormwinden die een bepaalde wind werd toegeschreven. De vier belangrijkste waren Boreas (de noordenwind), Notos ( de zuidenwind), Euros (de oostenwind) en Zephyros (de westenwind). Daarnaast waren er nog vier minder belangrijke anemoi. Zij werden de de tussenwindrichtingen toegeschreven. De ene keer werden de Anemoi als gewone windstoten voorgesteld, de andere keer werden ze gepersonificieerd. Ze werden opgesloten in het drijvende eiland van Aeolus en werden alleen vrijgelaten op bevel van de goden om grote schade aan te richten.

Rol in de Odyssee[bewerken]

In de Odyssee van Homerus, geschreven rond 800 v.C. komt een mythe over de Anemoi voor.

Na vele avonturen komen Odysseus en zijn kameraden op het eiland van Aeolus aan. Odysseus beveelt zijn kameraden in de boot te blijven en gaat op verkenning.

Hij komt Aeolus tegen en vertelt wat er aan de hand is. Aeolus helpt hem door alle winden in een zak te vangen, behalve Boreas die hen naar huis zou blazen. Pas als hij thuis was, mocht Odysseus de zak weer openmaken. Odysseus keerde terug naar de boot. Hij en zijn kameraden gingen terug op weg. Ithaca kwam weer in zicht. Maar Oddyseus was in slaap gevallen. Zijn kameraden dachten dat hij goud meehad. Ze maakten de zak open en daardoor werden ze weer weggeblazen omdat de winden woest waren omdat ze waren opgesloten.

Bronnen, noten en/of referenties