Anhalt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Anhalt is een historische regio in Midden-Duitsland. Het ligt in de Oost-Duitse deelstaat Saksen-Anhalt. Anhalt strekt zich uit van de oostelijke Harz tot de Elbe. De belangrijkste steden in het gebied zijn Dessau, Bernburg, Köthen en Zerbst. Anhalt heeft een eigen protestantse Kerk, de Evangelische Landskerk van Anhalt, waarmee het gebied zich op religieus gebied onderscheid van de rest van Saksen-Anhalt.

Anhalt ontstond in de 13e eeuw als vorstendom binnen het Heilige Roomse Rijk. Anhalt werd regelmatig opgedeeld onder de leden van de heersende dynastie. In 1863 werd het land weer verenigd en kreeg het de status van hertogdom. Tijdens de Novemberrevolutie moest de hertog aftreden en werd Anhalt een vrijstaat. In 1945 werd het samengevoegd met de Pruisische provincie Saksen tot de deelstaat Saksen-Anhalt.

Inhoud

Etymologie[bewerken]

De naam Anhalt is afgeleid van het Kasteel Anhalt, dat in het oosten van de Harz op een heuvel boven het riviertje de Selke ligt. Over de oorsprong van de naam Anhalt zijn verschillende theorieën. Mogelijk verwijst de naam naar een bouwwerk zonder hout (ane holt) of naar de ligging van op een heuvel (an halde).[1]

Geschiedenis[bewerken]

Ontstaan van het vorstendom Anhalt[bewerken]

De geschiedenis van Anhalt is nauw verweven met de dynastie der Ascaniërs. Leden van dit geslacht speelden een belangrijke rol als markgraaf bij de verdediging van de oostgrenzen van het Heilige Roomse Rijk. Na de val van Hendrik de Leeuw in 1180 verwierf Bernhard III ook de hertogelijke waardigheid van Saksen. Na zijn dood in 1212 volgde zijn zoon Albrecht hem op als hertog van Saksen, terwijl Hendrik I de grafelijke goederen Aschersleben en Anhalt erfde. Opmerkelijk is dat de graaf van Anhalt al spoedig de titel van vorst voerde omdat alleen hertogen en markgraven tot de rijksvorsten werden gerekend.

De deelvorstendommen van 1251 tot 1546[bewerken]

Na de dood van Hendrik I in 1251 of 1252 deelden zijn zonen het gebied:

  • Hendrik II kreeg Aschersleben (uitgestorven 1315)
  • Bernhard I kreeg Bernburg (uitgestorven 1468)
  • Siegfried I kreeg Zerbst.

Na het uitsterven van Anhalt-Aschersleben in 1315 viel dit gebied aan het prinsbisdom Halberstadt, waardoor het voor een deel verloren ging voor de dynastie. In 1322 kwam een restant aan Anhalt-Bernburg.

Na de dood van Jan I van Anhalt-Zerbst rond 1382 deelden zijn zoons in 1396 het gebied:

  • Siegmund I kreeg het gebied op de rechter oever van de Elbe met Zerbst
  • Albrecht IV kreeg het gebied op de linker oever van de Elbe met Köthen (uitgestorven 1500)

In 1422 sterven de hertogen van Saksen-Wittenberg uit het Ascanische Huis uit. Het lukt de vorsten van Anhalt niet hun aanspraken hard te maken. Het enige wat rest is de aanname van de titels en de wapens van Brandenburg/Saksen, Bernburg en Ascanien.

Na het uitsterven van Anhalt-Bernburg in 1468 werd het gebied bij Anhalt-Zerbst gevoegd.

In 1474 werd na de dood van Georg I van Anhalt-Zerbst weer gedeeld:

  • Waldemar VI kreeg Köthen (de oudere linie Köthen, uitgestorven 1566)
  • Ernst kreeg Dessau (de oudere linie Dessau)

Bij de vorming van de kreitsen werd Anhalt ingedeeld bij de Opper-Saksische Kreits In 1526 werd de reformatie ingevoerd in Anhalt-Köthen en in 1534 in Anhalt-Dessau.

De deelvorstendommen van 1546 tot 1570[bewerken]

De zonen van de in 1516 overleden Ernst delen het gebied opnieuw in 1544/46:

  • Johan II kreeg Zerbst
  • Georg III kreeg Plötzkau (uitgestorven 1553)
  • Joachim kreeg Dessau (uitgestorven 1561)
Wapen 1475-1566; 1,4: Ascanië, 2,3: Bernburg; h: Anhalt (a= Brandenburg, b=Saksen)
Wapen 1566-1667; 1: Bäringen, 2: Ballenstädt, 3: Ascanië, 4: Waldersee; h: Anhalt; 6: Warnsdorf; 7: Mühlingen; 8: Regalien; 9: Bernburg

De drie zonen van Johann II regeren na zijn dood in 1551 eerst gemeenschappelijk. In 1561 sterft Karel zonder opvolgers, waarna in 1565 weer wordt gedeeld. De jongste broer Bernhard VII krijgt Dessau. Na de dood van Bernhard VII in 1570 zijn eindelijk alle landen weer in één hand herenigd.

In 1566 werd het wapen uitgebreid van 3 naar 9 velden door toevoeging van de wapens van de heerlijkheid Ballenstädt, het graafschap Waldersee, het graafschap Warmsdorf, het graafschap Mühlingen, de heerlijkheid Bernburg en de Regalien).

Het ongedeelde Anhalt (1570 tot 1603)[bewerken]

Na het uitsterven van de oudere linie Anhalt-Köthen in 1566 werden alle gebieden herenigd onder de tak Anhalt-Zerbst. Aanvankelijk was er nog een gemeenschappelijk bestuur van de broers Joachim Ernst en Bernhard VII tot dood van de laatste in 1570 ontstond er een onverdeeld vorstendom . In 1572 kwam er een Lands- en Kerkorde tot stand. Na de dood van Joachim Ernst in 1586 werd hij opgevolgd door zijn zes zonen, die tot 1603 gemeenschappelijk regeerden. In 1601 overleed Johan Ernst, waarna de overige vijf broers het vorstendom in 1603 verdeelden, waarbij vier deelvorstdommen ontstonden.

De deling van 1603[bewerken]

In 1603 kwam de volgende verdeling tot stand:

  • Johan Georg I kreeg Dessau
  • Christiaan I kreeg Bernburg (uitgestorven in 1863)
  • August kreeg geen vorstendom, maar kreeg in 1611 als bezit Plötzkau binnen Anhalt-Bernburg (uitgestorven in 1847)
  • Rudolf kreeg Zerbst (uitgestorven in 1793)
  • Lodwijk kreeg Köthen (uitgestorven in 1665)

Großalsleben (dat oorspronkelijk bij de abdij Gernrode hoorde) en Großmühlingen (dat oorspronkelijk bij het graafschap Barby hoorde), werden senioriaatsgoed. Großmühlingen werd al spoedig daarna bij Anhalt-Zerbst gevoegd en Großalsleben werd in 1666 bij Anhalt-Dessau gevoegd. In 1635 en 1669 werd het Senioriatsrezeß gesloten tussen de verschillende takken. Naar buiten zou als 1 vorstendom worden opgetreden, waarbij de oudste vorst de meerderheidsbesluiten moest uitvoeren. Onder deze regeling vielen ook de zetel in de Reichsfürstenrat van de Rijksdag en de zetel van de rijksabdij Gernrode.

Toen in 1689 de hertogen van Saksen-Lauenburg uitstierven, die ook tot het Askanische Huis behoorden, maakten de vorsten van Anhalt aanspraak op de successie. De enige winst was echter de uitbreiding van het wapen van de vorsten van 9 naar 12 velden: hertogdom Saksen, palstgraafschap Saksen en hertogdom Engern.

De deelvorstendommen tot de hereniging in 1863[bewerken]

In het begin van de 17e eeuw kwamen ze sterk onder Pruisische invloed. Na het uitsterven van Anhalt-Köthen in 1665 viel het vorstendom aan de niet-regerende tak Anhalt-Plötzkau. Anhalt-Zerbst werd na een gemeenschappelijk bestuur van 1793 tot 1797 onder de drie overgebleven staten verdeeld. Anhalt-Bernburg werd nog tijdens het Heilige Roomse Rijk in 1806 tot hertogdom verheven. De twee andere vorsten kregen deze titel bij hun toetreding in 1807 tot de Rijnbond. In 1815 werden ze lid van de Duitse Bond en in 1828 van de Zollverein.

De Köthense linie stierf met Hendrik in 1847 uit, waarna zijn land aan Leopold IV Frederik van Anhalt-Dessau in personele unie kwam. In 1853 werden de twee hertogdommen verenigd tot de nieuwe staat Anhalt-Dessau-Köthen. Na de dood van Alexander Karel van Anhalt-Bernburg in 1863 werden de twee landen direct herenigd onder de naam hertogdom Anhalt.

Hertogdom Anhalt en vrijstaat Anhalt[bewerken]

Op 21 juni 1866 trad Anhalt uit de Duitse Bond om aan Pruisische zijde tegen de Duitse Bond te strijden en vervolgens toe te treden tot Noord-Duitse Bond. In 1867/68 was er een politieke crisis over het bezit van de domeinen. Sinds 1871 was het hertogdom deel van het Duitse Keizerrijk. Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog overleed op 13 september 1918 hertog Eduard. Prins Aribert werd regent voor minderjarige neef Joachim Ernst, maar reeds op 12 november deed de regent tijdens de Novemberrevolutie afstand van de troon en werd Anhalt een vrijstaat. Op 18 juli 1919 kwam de nieuwe grondwet tot stand. Na het einde van de Weimarer republiek in 1933 werd het opgenomen in het Derde Rijk, waar het samen met Brunswijk werd bestuurd door een rijksstadhouder. Op 8 januari 1940 werd de vrijstaat opgeheven. Na de ineenstorting van het Derde Rijk kwam het binnen de Russische bezettingszone te liggen, sinds 9 juli 1945 als deel van de provincie Saksen-Anhalt. Deze provincie ontstond uit Pruisische provincie Saksen en de voormalige vrijstaat Anhalt. Uit deze provincie ontstond op 21 juli 1947 het Land Saksen-Anhalt. In 1949 ging het land Saksen-Anhalt deel uit maken van de Duitse Democratische Republiek. In 1952 werden de landen binnen de DDR opgeheven.

Zie ook[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. (de) M. Prasse (2013): Kurze illustrierte Geschichte des Landes Anhalt, eerste druk, Herrenhaus-Kultur-Verlag. Dresden, blz. 20.