Vorstendom Anhalt-Bernburg
| Anhalt-Bernburg | |||||
| Onderdeel van het Heilige Roomse Rijk Onderdeel van de rijnbond Onderdeel van de Duitse Bond |
|||||
|
|||||
|
|
|||||
| Algemene gegevens | |||||
| Hoofdstad | Bernburg | ||||
| Religie(s) | Protestants | ||||
| Regering | |||||
| Regeringsvorm | Monarchie | ||||
| Dynastie | Ascaniërs | ||||
| Staatshoofd | Vorst/hertog | ||||
Het vorstendom Anhalt-Bernburg was een vorstendom en later hertogdom in de huidige Duitse deelstaat Saksen-Anhalt dat bestond van 1252 tot 1468 en van 1603 tot 1863.
Inhoud |
Geschiedenis [bewerken]
De oude Bernburgse linie (1252-1468) [bewerken]
Anhalt-Bernburg ontstond in 1252 bij de verdeling van Anhalt onder de zoons van Hendrik I (1212-1252), waarbij Bernhard I (1252-1287) Bernburg en Ballenstedt ontving. Toen de gelijktijdig ontstane linie Anhalt-Aschersleben in 1315 uitstierf, kwam dit land toe aan Bernhards zoon Bernhard II (1286-1318). Omdat ook zijn broer Albrecht, bisschop van Halberstadt, hier aanspraak op maakte, kwam het tot een vete die decennia duurde en het bisdom de facto Bernburgs bezit maakte. Met Bernhard VI (1420-1468), die in 1439 nog vergeefs had geprobeerd Aschersleben te heroveren, stierf de oude Bernburgse linie in 1468 uit.
Onder andere staten [bewerken]
Na Bernhards dood verviel het vorstendom aan Anhalt-Zerbst en in 1498 aan Anhalt-Köthen. Omdat vorst Wolfgang (1500-1562) door het invoeren van de Reformatie de toorn van de keizer had gewekt, werden Bernburg en Köthen na de Slag bij Mühlberg in 1547 bezet, maar later teruggekocht. Na zijn kinderloze dood kwamen Bernburg en Köthen toe aan Bernhard VII (1565-1570) en Joachim II Ernst (1561-1586), die nu geheel Anhalt regeerden.
De jonge Bernburgse linie (1603-1863) [bewerken]
De zoons van Joachim Ernst, die sinds zijn dood in 1586 gemeenschappelijk regeerden, deelden Anhalt op 17 juni 1603 opnieuw op:
- Johan George I kreeg Dessau
- Christiaan I kreeg Bernburg (uitgestorven in 1863)
- August kreeg geen vorstendom, maar kreeg in 1611 als bezit Plötzkau binnen Anhalt-Bernburg (uitgestorven in 1847)
- Rudolf kreeg Zerbst (uitgestorven in 1793)
- Lodwijk kreeg Köthen (uitgestorven in 1665)
In 1604 werd de abdij Gernrode de facto ingelijfd bij het vorstendom Anhalt-Bernburg. In 1611 stond de vorst het domein Plötzkau aan zijn broer August. Dit gebeurde onder de voorwaarde dat als August of zijn nakomelingen in het bezit van een vorstendom zouden komen zij Plötzkau moesten teruggeven aan het huis Anhalt-Bernburg. De soevereiniteit over Plötzkau bleef aan de vorsten van Anhelt-Bermburg.
Hij werd opgevolgd door zijn zoons Christiaan II (1630-1656) en Frederik (1635-1670). In 1635 deelden de broers het vorstendom:
- Christiaan II kreeg Bernburg (uitgestorven 1863)
- Frederik kreeg de ambten Harzgerode en Güntersberge)
In 1665 kreeg Anhalt-Harzgerode na het uitsterven van Anhalt-Köthen ook de beschikking over Plötzkau. De tak stierf al uit met de zoon van Frederik, Willem (1670-1609). Vervolgens vond een hereniging van het vorstendom plaats.
Christiaans opvolger Victor Amadeus (1656-1718) voerde in 1677 de primogenituur in, maar na zijn dood ontstond er tussen zijn zoons Karel Frederik en Lebrecht een geschil over Harzgerode. Na bemiddeling door Oostenrijk kreeg Karel Frederik als oudste zoon Harzgerode toegewezen en Lebrecht als schadeloosstelling een som van 18.000 taler, Hoym en enige andere gebieden als vorstendom Anhalt-Bernburg-Hoym (later Anhalt-Bernburg-Schaumburg-Hoym), dat onder de soevereiniteit van Anhalt-Bernburg viel.
De vorsten Victor Frederik (1721-1765) en Frederik Albrecht (1765-1796) lieten zich veel aan het welzijn van hun land gelegen liggen. In 1756 werd de residenie verlegd naar Ballenstedt.
Onder Alexius Frederik Christiaan (1796-1834) werd Anhalt-Bernburg na het uitsterven van Anhalt-Zerbst (1793) vergroot. In 1797 werd Anhalt-Zerbst verdeeld, waarbij de ambten Coswig en Mühlingen (Großmühlingen) aan Anhalt-Bernburg kwamen.
Op 15 maart 1806 werd de vorst tot hertog verheven door de keizer van het Heilige Roomse Rijk. Kort daarna ging het Rijk ten onder, zodat dit één van de laatste verheffingen geweest is. In 1807 trad de hertog tot de Rijnbond toe. In 1812 stierf de linie Anhalt-Bernburg-Schaumburg-Hoym uit en kwamen de Anhaltse bezittingen daarvan weer aan Anhalt-Bernburg. Het hertogdom trad in 1815 toe tot de Duitse Bond. In 1821 werd een evangelische landskerk gevormd.
De geheime raad die met de geesteszieke hertog Alexander Karel (1834-1863) regeerde, achtte het in het revolutiejaar 1848 verstandig om tegemoet aan de liberale eisen van het volk. De hertog weigerde echter de nieuwe liberale grondwet in werking te doen treden. De landdag werd heengezonden en een nieuwe grondwet geïntroduceerd op 28 oktober 1850. Toen uitslag van de verkiezingen voor een nieuwe landdag de regering niet bevielen, werd deze ongeldig verklaard. Hierop kwam het in Bernburg tot onlusten. Ook in de jaren die volgden waren er meermaals conflicten met de landdag. Op 8 mei 1855 werd het bestuur overgedragen aan de hertogin.
Na Alexander Karels kinderloze dood in 1863 viel Anhalt-Bernburg krachtens de erfovereenkomst van 1665 toe aan Anhalt-Dessau-Köthen, dat van toen af aan Anhalt heette.
Gebied [bewerken]
Ambten:
- Ballenstedt, Hecklingen, Plötzkau, Hoym, Gernrode, Harzgerode, Bernburg;
- later ook Coswig en Mühlingen va
Geografisch:
- Oberer Landesteil= Kreis Ballenstedt (ambten Bernburg, Hoym, Gernrode, Harzgerode)
- Unteren Landesteil=
- gebied rond Bernburg
- ambt Mühlingen (Großmühlingen)
- ambt Koswig
Vorsten en hertogen [bewerken]
| regering | naam | geboren | overleden | familie |
|---|---|---|---|---|
| 1603-1630 | Christiaan I | 11-05-1568 | 17-04-1630 | zoon van Joachim Ernst |
| 1630-1656 | Christiaan II | 11-08-1599 | 22-09-1656 | zoon |
| 1656-1718 | Victor Amadeus | 06-10-1634 | 14-02-1718 | zoon |
| 1718-1721 | Karel Frederik | 13-07-1668 | 22-04-1721 | zoon |
| 1721-1765 | Victor Frederik | 20-09-1700 | 18-05-1765 | zoon |
| 1765-1796 | Frederik Albrecht | 15-08-1735 | 09-04-1796 | zoon |
| 1796-1834 | Alexius Frederik Christiaan | 12-06-1767 | 24-03-1834 | zoon |
| 1834-1863 | Alexander Karel | 02-03-1805 | 19-08-1863 | zoon |
Zie ook [bewerken]
| Duitse Bond (1815-1866) | |
|---|---|
|
Anhalt (1863-1866) · Anhalt-Bernburg (1815-1863) · Anhalt-Dessau-Köthen (1853-1863) · Hertogdom Anhalt-Dessau (1815-1853) · Anhalt-Köthen (1815-1853) · Baden · Beieren · Bremen · Brunswijk · Frankfurt · Hamburg · Hannover · Hessen-Darmstadt · Hessen-Homburg · Hessen-Kassel · Hohenzollern-Hechingen · Hohenzollern-Sigmaringen · Holstein · Lauenburg · Liechtenstein · Limburg · Lippe · Lübeck · Luxemburg · Mecklenburg-Schwerin · Mecklenburg-Strelitz · Nassau · Oldenburg · Oostenrijk · Pruisen · Reuss jongere linie · Reuss oudere linie · Saksen · Saksen-Altenburg · Saksen-Coburg en Gotha · Saksen-Meiningen · Saksen-Weimar-Eisenach · Schaumburg-Lipp · Schwarzburg-Rudolstadt · Schwarzburg-Sondershausen · Waldeck-Pyrmont · Württemberg |
|