Anna Bijns

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Titelblad Refereinen, 1528
Latijnse uitgave Refereinen, 1529

Anna Bijns (Antwerpen, 1493 - 1575) was een Antwerps (Brabants) refreindichteres, en 'schoolmeesteres'. Zij bleef lesgeven tot ze 80 jaar oud was en verdedigde tijdens de reformatie de katholieke 'moederkerk' tegen wat zij als ketterse veranderingen beschouwde. Met name Maarten Luther zag zij als de baarlijke duivel. De bijzonder orthodox katholieke Bijns dichtte in de trant van de rederijkers maar mocht geen lid van dat genootschap worden omdat zij een vrouw was. Anna Bijns was de eerste auteur in de Nederlandse literatuur die haar grote succes vooral dankte aan de drukpers. Haar kenspreuk was: "Meer suers dan soets".

Leven en werk[bewerken]

Anna Bijns was de oudste dochter van Lijsbeth Voochs en Jan Bijns Lambertsz, een kleermaker, die gelet op zijn 'familienaam' zelf of via zijn (voor)vader(s) afkomstig was uit het Henegouwse stadje Binche,[1], destijds vermaard om zijn kant. Zij had nog een jongere zuster Margriete en een broer Maarten. Het gezin leefde en werkte samen in in de kleermakerswinkel "De Cleyne Wolvinne" aan de Grote Markt van Antwerpen. Het was haar vader die haar de liefde voor de woordkunst bijbracht. Er is van hem een 'referein' bekend en hij bewoog zich binnen rederijkerskringen. Mogelijk nam Anna zelfs anoniem deel aan onderlinge wedstrijden binnen de kamer.[2] Na de dood van haar vader en het huwelijk van haar zus opende Anna Bijns samen met haar broer Maarten een school in Antwerpen. Van 1536 tot 1573 was zij als katholieke ongehuwde vrouw "schoolmeesteres" in 'Het Roosterken', waar ze bleef lesgeven in catechese, lezen, schrijven en rekenen totdat ze tachtig jaar oud was.

Anna Bijns was een van de zeldzame vrouwen die deel uit mocht maken van de broederschap van onderwijsgevenden. De Franciscanen moedigden haar zelfs aan om haar werk, Chambres de Rhétoriques (Rederijkerskamers) te publiceren. Ze kreeg later ook erkenning van renaissance-humanisten, die haar loofden als een van de bestverkopende Nederlandse auteurs van de 16e eeuw.

Haar werk bestaat uit religieuze en moraliserende gedichten, polemische refreinen tegen Maarten Luther, liefdesgedichten en verschillende satires. In Nederland werd ze beschouwd als verdediger van de contrareformatie en werd ze vergeleken met Filips van Marnix van Sint-Aldegonde. Protestanten die hun eigen heil ter hand konden nemen door zelf de Bijbel te lezen en te interpreteren, bespotte ze zo:

"‘Schrifture wordt nu in de taveerne gelezen, / In d’een hand d’evangelie, in d’ander den pot’.

Zij was ook een notoir tegenstander van het huwelijk, waar ze geen goed woord voor over had. 'Wreed huwelijk!" Is de uitdrukking die Anna Bijns gebruikt om de handeling van het heilige huwelijk te beschrijven dat zo vurig vereerd werd door anderen. Ze spot openlijk met de volgens haar naïeve meisjes die zich zonder nadenken in een huwelijk storten, en noemt hen "sletten" en "zwervers". Destijds werden getrouwde vrouwen beschouwd als rolmodellen van de maatschappij. In Bijns' visie waren zij echter de belichaming van frivoliteit en domheid. Nog groter is haar afschuw voor de mannen in de samenleving, die in haar ogen niets anders doen dan drinken en onnodig misbruik maken van hun vrouwen.

"Och! dat pack des houwelycx is alte swaer;
sy wetent openbaer diet hebben gedragen.
Een vrouwe lydt menigen ancxt & vaer,
als een man, hier oft daer, gaet druck verjagen,
drincken & spelen, by nachten by dagen
- Fragment uit Anna Bijns' gedicht
"Het is goet vrouwe syn, veel beter heere" -

Rederijkerspoëzie[bewerken]

Haar werk vertoont vele trekken van de rederijkerspoëzie en tot die rederijkers wordt zij dan ook gerekend. Overigens werden de rederijkers gekenmerkt door een levendig gezelschapsleven, maar Anna Bijns heeft zich als vrouw nooit bij een rederijkerskamer mogen aansluiten. Lidmaatschap was uitsluitend voor mannen toegestaan.

De "refereinen" (gedichten) die zij schreef, vertonen groot meesterschap van de vorm. In het volgende fragment uit Dit sijn de miraculen die Luther doet vallen de kenmerken van rederijkerspoëzie waar te nemen:

Luther werct wondere, ic bens orcondere. (getuige)
Dat (wat) hier voortijts recht was, maekt hij nu crom;
Duecht heet hij sonde, ende ooc bijsondere (deugd noemt hij zonde)
Wijse geleerde mannen maect hij dom.

De gebruikte stijlfiguur is bedoeld om de pointe te onderstrepen: door de ironie (precies het omgekeerde zeggen van wat zij bedoelt) wordt het standpunt van de dichteres juist benadrukt, en dat standpunt luidt: Luthers opponenten zijn wel degelijk wijs en geleerd. Luther perverteert de waarheid. Ironie is een veelgebruikt instrument bij de Rederijkers.

Ook in de vorm treft men rederijkerselementen aan: het binnenrijm in de eerste regel: wondere — orcondere, en de woordspeling sonde — bijsondere in de derde. Ten slotte tonen de tegenstellingen voortijts — nu, recht — crom, wijse — dom grote, en nadrukkelijke, aandacht voor het woordspel.

Haar werken[bewerken]

  • Schoon ende suverlijc boecxken inhoudende veel constige refereinen (Antwerpen 1528).
  • Refereinen, A. Bogaers e.a. ed. (Rotterdam 1875).
  • Nieuwe refereinen, W.J.A. Jonckbloet e.a. ed. (Gent 1886).
  • Onuitgegeven gedichten'’, A. Soens, ed. Leuvensche Bijdragen 4 (1902) 199-368.
  • Schoon ende suverlijc boecxken, L. Roose ed. 2 delen (Leuven 1987) [facsimile editie].
  • t Is al vrouwenwerk. Refreinen, H. Pleij ed.(Amsterdam 1987).

Literaire prijs[bewerken]

Sinds 1985 wordt de Anna Bijns Prijs jaarlijks uitgereikt, afwisselend voor poëzie en proza, aan een vrouwelijke auteur.

Bronnen

Voetnoten

Literatuur

  • L. Roose, Anna Bijns, een rederijkster uit de hervormingstijd (Gent 1963).
  • H. Pleij, ‘'1512: Antwerpse maagd wint aanmoedigingsprijs op Brussels rederijkersfeest – De grootste rederijker is een vrouw, Anna Bijns’', in: M.A. Schenkeveld-Van der Dussen e.a. red., Nederlandse literatuur. Een geschiedenis (Groningen 1993) 126-130.
  • J. Oosterman, Literatuur in Antwerpen omstreeks 1493. De bakermat van Anna Bijns, Literatuur 13 (1996) 155-160.
  • H. Pleij, Jonckbloets romantische versie van Anna Bijns, in: K.D. Beekman e.a. ed., De as van de romantiek (Amsterdam 1999) 189-199.
  • J. Oosterman, Jenneken Verelst en Anna Bijns. Nieuws over handschrift Leiden, UB, BPL 1289 en zijn inhoud, Spiegel der Letteren 42 (2000) 49-57.
  • H. Pleij, Nieuws bij Anna Bijns, in: B. Besamusca e.a. red., Hoort wonder! Opstellen voor W.P. Gerritsen bij zijn emeritaat (Hilversum 2000) 121-126.
  • H. Pleij, Anna Bijns als pamflettiste? Het refrein over de beide Maartens, Spiegel der Letteren 42 (2000) 187-225.
  • H. Pleij, Anna Bijns, van Antwerpen. Amsterdam 2011.
  • J. Kessler, Princesse der rederijkers. Het oeuvre van Anna Bijns: argumentatieanalyse – structuuranalyse – beeldvorming. PDF-document Diss. RU Nijmegen 2012.
Wikibooks Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: Anna Bijns.