Anna van Hannover

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Anna van Hannover, prinses van Oranje-Nassau door Bernardus Accama (1736)
Anna van Hannover, prinses van Oranje-Nassau door Bernardus Accama (1736)
Stamboom

Anna van Hannover (Herrenhausen, 2 november 1709 — Den Haag, 12 januari 1759) was het eerste kind van George II, de reden dat zij in Engeland 'Princess Royal' werd genoemd. Na de huwelijkssluiting in Londen met prins Willem IV van Oranje-Nassau reisde zij via Amsterdam per jacht naar Leeuwarden om haar nieuwe onderkomen te betrekken. Toen haar echtgenoot tot Erfstadhouder van de gehele Republiek werd benoemd, verhuisde de Oranjefamilie in 1748 naar Den Haag. Na de dood van haar man was Anna van 1751-1759 regentes voor haar enige zoon, Erfstadhouder prins Willem V.

De onderhandelingen voor haar huwelijk hadden zes jaar geduurd. De oorzaak hiervan lag grotendeels op het internationale politieke vlak. Na de dood van Koning-Stadhouder William/Willem III, tijdens het Tweede Stadhouderloze Tijdperk, waren Pruisische en ook Engelsen diplomaten en juristen druk doende om voor hun vorst aanspraak te maken op de titel 'Prins van Oranje', met de hierbij behorende emolumenten en bezittingen. Toen prins Willem door de Pruisische koning uiteindelijk als Prins van Oranje erkend werd, steeg de waarde van zijn 'papieren' aanzienlijk op de adellijke huwelijksmarkt in Europa.

Staatsgezinde regenten vreesden dat het volledig in dynastieke rechten worden hersteld van de Friese stadhouder, en het sluiten van het huwelijk van hem met een telg van het machtige Engelse koningshuis, uiteindelijk ten koste zou gaan van hun eigen macht.

Anna, zelf geen uitgesproken schoonheid, was wel bereid om haar bruidegom ongezien te accepteren. De Engelse ambassadeur had haar ingefluisterd dat Willem niet zo lelijk bleek te zijn als waarover zij aanvankelijk had gehoord. Op 25 maart 1734 trouwde zij in in de Franse kapel van het paleis van St. James in Londen met de Nederlandse prins, waarbij het Anthem 'This is the day which the Lord hath made' (HWV 262) van componist G.F.Händel weerklonk. Tijdens een feestconcert, op 13 maart 1734 aan de vooravond van de huwelijkssluiting, of verloving zoals wij zouden zeggen, weerklonk Händel's muzikale cadeau aan het jonge echtpaar: de serenata Il Parnasso in festo (HWV 73). Anna had in Londen vele jaren muziekles gehad van Händel en is, naar Händel's eigen zeggen, zijn beste leerling geweest.

Vanaf haar vestiging in Nederland -aanvankelijk in Leeuwarden aan het stadhouderlijke hof in, later in de stadhouderlijke kwartieren aan het Haagse Binnenhof- ontplooide de prinses veel, in sommige perioden zelfs uitzonderlijk veel muzikale activiteiten. Volgens diplomatieke bronnen was de prinses gewend dat elke avond minstens twee uur muziek werd gemaakt door hofmusici. Gelegenheden waaraan zij overigens zelf aan deelnam o.a. als klaveciniste.

Prinses Anna beschikte over grote kunstzinnige talenten: zij zong en speelde niet alleen op klavecimbel, maar componeerde ook. Bovendien schreef ze prachtige brieven en beschikte over een groot schildertalent. Haar zelfportret bleef bewaard en hangt in het Koninklijk Huisarchief in Den Haag.

Anna was betrokken in een heftig conflict met haar broer, de latere koningGeorge III maar toen nog kroonprins, over haar steun vanuit Nederland aan Händel's opera-ondernemingen ('Academy's'). Niet lang na haar komst in de Nederland in 1734 ging zij terug naar Londen om drie keer G.F. Handels opera Il pastor fido (HWV 8a) te zien. De opvoering van Poro (HWV 28) werd afgelast, toen in Londen bekend werd dat zij een miskraam had gehad.[1] Met Pruisen's koning Frederik de Grote, die haar en haar echtgenoot in 1738 bezocht op zomerresidentie paleis Het Loo, onderhield zij een levendige correspondentie over muzikale onderwerpen.

Uit het gearrangeerde huwelijk van prins Willem en prinses Anna - waarin beide echtlieden elkaar warm en open bejegenden, getuige bewaard gebleven correspondentie - werden in 1743 een dochter Carolina en in 1748 een zoon Willem Batavus, de latere stadhouder Willem V, geboren. Anna gaf haar kinderen een muzikale opvoeding en liet ze inenten tegen de pokken, destijds een nieuwigheid.[2] Anna kon niet goed overweg met haar schoonmoeder Maria Louise van Hessen-Kassel en had zo haar twijfels bij de aanstelling van haar oom Lodewijk Ernst van Brunswijk. De prinses was scherpzinnig, doortastend en ook een harde werker. Zij overlegde met Daniel Raap, een van de Doelisten en nam zelfs politieke beslissingen voor haar man.

Bij de dood van Willem IV in 1751 was de opvolger Willem Batavus nog te jong, zodat Anna regentes werd met als titel gouvernante.

Anna van Hannover stierf in 's-Gravenhage op 12 januari 1759 en werd op grootse wijze begraven in de Nieuwe Kerk van Delft. Hertog Lodewijk Ernst van Brunswijk nam de opvoeding van stadhouder Willem V op zich tot zijn meerderjarigheid in 1766, met de bekende gevolgen.

[bewerk] Noten

  1. ^ Dean, W. (2006) Handels Operas 1726-1741, p. 134, 186.
  2. ^ Kranenburg-Vos, A.C. (1986) Het Loo. Bouw, bewoning en restauratie, p. 56-7.

[bewerk] Bronnen

  • V.P.M. Baker-Smith - A Life of Anne of Hanover (Leiden, 1995).
  • V.P.M. Baker-Smith - Royal Discord - The family of George II (London, 2008)
  • N.J. Bootsma - Prinses Anna van Hanover. In: 'Voor Rogier. Een bundel opstellen', pag. 127-146.
  • R. van Ditzhuyzen - Oranje-Nassau - een biografisch woordenboek, pag. 44-46.
  • R.G.King - The Riehman Family of Court Musicians and Composers (in: Tijdschrift van de Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis 44 [1994], pag. 36-50)
  • R.G.King - On Princess Anne's Patronage of the Second Academy (in: Newsletter of The American Handel Society XIV,2 [August 1999])
  • R.G.King - Ann of Hanover and Orange (1709-59) as patron and practitioner of the arts (in: Queenship in Britain 1660-1837, Royal patronage, court culture and dynastic politics (Manchester, 2002)
 
Persoonlijke instellingen