Annel de Noré
Annel de Noré (Paramaribo, 15 december 1950) is een Surinaams schrijver; achter het pseudoniem schuilt Netty Simons. Zij is werkzaam in het onderwijs. In 2001 vestigde zij zich in Nederland.
Annel de Noré won met het typoscript van haar eerste roman, De Bruine Zeemeermin (2000), een prijsvraag uitgeschreven door de Nederlandse Ambassade te Caracas voor proza uit het Nederlandstalig Caraïbisch gebied. De indruk van de eigenzinnigheid van deze nieuwe literaire auteur vond bevestiging met de verschijning van De Norés eerste verhalenbundel Het kind met de grijze ogen (2004), vertellingen over dromen en gefrustreerde verwachtingen binnen soms schrijnend pijnlijke neergezette relaties. In 2007 verscheen de roman Stem uit duizenden.
[bewerken] De Bruine Zeemeermin
De roman De Bruine Zeemeermin – verschenen in 2000 bij uitgeverij In de Knipscheer - geeft de kroniek van een middenklassefamilie, een in de Surinaamse letteren nog weinig beschreven groep. De protagonisten zijn advocaat, psycholoog, leraar of maatschappelijk werker. Hun problemen zijn niet de ‘grote’ problemen uit de wereldliteratuur, geen moord en doodslag, onterving en bloedschande, maar juist de alledaagse: overspel en jaloezie, echtscheiding, liefde en vriendschap, de positie van stiefkinderen en buitenechtelijke kinderen. Afgezien van de proloog, worden de gebeurtenissen in het gehele boek afwisselend gefocaliseerd door drie vrouwen. Ingrid is de huisvrouw die verstrikt raakt in haar genegenheid voor en steeds sterker anticiperende afkeer van haar zuipende echtgenoot. In de tijd dat zij bij haar broer intrekt heeft zij een kortstondige affaire met een getrouwde man. In Majory wordt de dochter geschetst die met kinderblik het grote-mensen-gebeuren om zich heen verschrikt aanziet, die als ze 18 wordt, naar Holland vertrekt en zich daar in een zelfde ambivalentie tegenover mannen geplaatst ziet als haar moeder. Zij heeft de goede raad van haar tante Hortense, die als lesbische haar heil in Nederland zocht, ter harte genomen om toch onder alle omstandigheden haar onafhankelijkheid te bewaren. Geen van deze of de vele andere leden van de (in een stamboom overzichtelijk gemaakte) familie, wordt neergezet als de personificatie van een idee of karaktertendens. Eerder zijn zij bijna allemaal verstrikt in een ‘moeras van tegenstrijdige emoties’ (p. 119): ‘Van welke invalshoek ze het probleem ook benaderde, er was niet één schuldige of onschuldige. De slachtoffers werden schuldigen en de schuldigen werden slachtoffers en zo ging het door.’ (p. 146)
Bijzonder daarbij is dat kinderen en volwassenen psychologisch als volstrekt gelijkwaardig worden behandeld. De genuanceerde psychologie van de roman krijgt nog meer reliëf door de opvallende citaten die aan elk hoofdstuk voorafgaan. Die citaten, van onder meer Eldridge Cleaver, Mary Wollstonecraft, Germaine Greer en Choderlos de Laclos, geven als wegwijzers de richting aan naar een ondubbelzinnige opvatting over de gelijkwaardigheid der seksen. Het is hierom, en omdat De Bruine Zeemeermin een van de eerste boeken is waarin vrouwenmishandeling wordt gethematiseerd, dat gesproken kan worden van een feministische roman. Wat De Bruine Zeemeermin daarenboven belangrijk maakt, is de kracht van de stijl. Het boek is rijk aan metaforen die altijd zijn ontleend aan de Caraïbische werkelijkheid. De dialogen zitten vol leven, de beschrijvingskunst van de auteur brengt de verbeelding van de personen kinderen trefzeker in beeld. Annel de Noré schrijft misschien het meest natuurlijke Surinaams-Nederlands dat een auteur ooit hanteerde.
In verschillende opzichten betekent De Bruine Zeemeermin een nieuwe fase in de ontwikkeling van de Surinaamse roman. Het boek is een psychologische roman waarin de maatschappelijke verhoudingen op de achtergrond wel meeresoneren, maar zonder dat die, zoals bij Ferrier of Vianen, allesbepalend zijn. De historische tijd – 1963-1996 – is niet aangegrepen om de gang van de Surinaamse natie te verbeelden; het verhaal is de eenheids- en verdeeldheidsthematiek voorbij. Het etnische aspect wordt nauwelijks gethematiseerd. Af en toe wordt duidelijk dat ras, huidskleur, seksuele geaardheid en sociale klasse wel een rol spelen in de Surinaamse samenleving, maar dat gebeurt op een volstrekt onnadrukkelijke en niet-moraliserende wijze. Het verhaal opent met Peetje, in 1875 geboren als kind van geëmancipeerde slaven, die, vroeg wees geworden, als een matrone het middelpunt van de familie vormt. Zij wordt echter niet ten tonele gevoerd als de historische link met de slaventijd waaruit het fatum van overspel en bijvrouwen verklaard zou moeten worden, maar als de krachtige vrouw die met hard werken de familie een respectabel bestaansniveau heeft weten te geven: Op geen enkele bladzijde geeft het boek de indruk dat de auteur geworsteld heeft met een doelpubliek: zij schrijft de tekst die zij wil, zonder ter verduidelijking datgene wat gezegd is in andere woorden te herhalen.
[bewerken] Over Annel de Noré
- Michiel van Kempen, Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur. Breda: De Geus, 2003, deel II, pp. 1061-1063.