Annemarie Schwarzenbach

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Annemarie Schwarzenbach
Afbeelding gewenst
Algemene informatie
Volledige naam Annemarie Schwarzenbach
Geboren 23 mei 1908
Overleden 15 november 1942
Land Zwitserland
Werk
Genre Reportage, roman, reisverhaal
Bekende werken Lorenz Saladin. Ein Leben für die Berge
Eine Frau zu sehen
Das glückliche Tal
Uitgeverij Lenos Verlag
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Annemarie Schwarzenbach (Zürich, 23 mei 1908 - Sils im Engadin, 15 november 1942) was een Zwitserse schrijfster, journaliste en fotografe.

Biografie[bewerken]

Vroege jaren[bewerken]

Zij was een telg uit een rijke, aristocratische familie van industriëlen in Zürich. Haar vader was de textielmagnaat Alfred Schwarzenbach. Haar moeder, de fotografe Renée Schwarzenbach-Wille,[1] was een dochter van generaal Ulrich Wille en gravin Clara Von Bismarck uit een vooraanstaand Duits adellijk geslacht.[2] Annemarie groeide op in Horgen, op het familielandgoed Bocken. Al vroeg begon zij zich te kleden en te gedragen als een jongen, een gewoonte die zij haar hele leven heeft behouden. Haar eerste journalistieke en literaire publicaties ontstonden terwijl zij nog studeerde, eerst in Zürich, later in Parijs. Op 23-jarige leeftijd promoveerde zij op een dissertatie gewijd aan de geschiedenis van Oberengadin.[3] Kort daarna verscheen haar eerste roman Freunde um Bernhard.

Jaren dertig[bewerken]

Omstreeks 1931 verbleef zij in Berlijn en raakte daar nauw bevriend met de auteurs Klaus Mann en Erika Mann, zoon en dochter van Thomas Mann. Met Erika had ze een kortstondige verhouding. Zij woonde in Charlottenburg, leidde een bohemien leven, reed in snelle auto's, hield van dansen, stortte zich in het Berlijnse nachtleven en was het middelpunt van een "Mädchenkreis". Veel mannen en vrouwen werden gefascineerd en aangetrokken door haar androgyne verschijning. Samen met Klaus Mann begon zij te experimenteren met morfine, wat leidde tot een levenslange verslaving. Zij werd ook politiek bewust en keerde zich sterk tegen het fascisme dat in die tijd in Duitsland in opkomst was.

Daardoor kreeg zij een steeds slechtere verstandhouding met haar familie, die toch al een afkeer had van haar lesbianisme en haar 'mannelijke' gedragingen. Haar grootvader Ulrich Wille had zich als opperbevelhebber van het neutrale Zwitserse leger tijdens de Eerste Wereldoorlog zeer Duitsgezind getoond. Diverse familieleden, onder wie haar moeder Renée, sympathiseerden met het Schweizer Front, dat streefde naar aansluiting van Zwitserland bij nazi-Duitsland.[4] Annemarie Scharzenbach zelf telde onder haar vrienden vele Joden en Duitse ballingen en bleef haar leven lang fel antifascistich.

In de jaren na de nazi-machtsovername in 1933 kon zij haar levensstijl in Berlijn niet voortzetten. Zij raakte depressief en in 1934 deed zij haar eerste zelfmoordpoging. Vanaf juli van dat jaar tot aan haar dood in 1942 huurde zij in Sils in Engadin het buitenhuis Jäger, om zich in alle rust te kunnen terugtrekken. Ook maakte zij vaak fietstochten in de omgeving. Toch vond zij niet de innerlijke rust die zij zocht. Waarschijnlijk mede om aan de druk van haar Hitler-gezinde familie te ontsnappen ging zij rusteloos op reis, vaak samen met Klaus Mann of de Duits-Joodse fotografe Marianne Breslauer, die door haar gefascineerd was en later over haar schreef: "Ze was geen man en geen vrouw, maar een engel, een aartsengel".[5] Zo bezocht zij Italië, Scandinavië, Spanje, Iran en Rusland, waar zij met Klaus Mann deelnam aan het eerste schrijverscongres van de Sovjet-Unie in Moskou. In 1935 reisde ze opnieuw naar Iran en trad daar in het huwelijk met de Franse diplomaat Claude Clarac. Omdat zij beiden homoseksueel waren, was dit te beschouwen als een gelegenheidshuwelijk. Eerder had zij de biseksuele Klaus Mann gevraagd met haar te trouwen, maar daarop was hij niet ingegaan.

In de jaren 1933-35 was zij ook de voornaamste financier van het literair tijdschrift voor emigrantenliteratuur Die Sammlung, dat onder redactie van Klaus Mann verscheen bij Querido Verlag, de Duitstalige imprint van Em. Querido's Uitgeverij in Amsterdam.[6] Het blad moest na twee jaar door politieke meningsverschillen en het afhaken van de meeste abonnees worden opgeheven.

In 1937 was zij opnieuw in Moskou om onderzoek te doen naar de dood van de Zwitserse bergbeklimmer Lorenz Saladin, die een jaar eerder in Kirgizië was verongelukt. De neerslag hiervan verscheen onder de titel Lorenz Saladin: Ein Leben für die Berge. Het werd haar meest succesvolle boek.

In 1937 en 1938 maakte zij fotoreportages over de opkomst van het fascisme in Europa, vooral in Oostenrijk en Tsjecho-Slowakije. Ook kwam ze voor het eerst in de Verenigde Staten, zowel aan de oostkust als in het diepe zuiden, waar ze het leven van het arme bevolkingsdeel vastlegde. Ondertussen had zich haar drugsgebruik tot een ernstige verslaving ontwikkeld. In 1939 bracht zij geruime tijd door in een ontwenningskliniek. Zij schreef toen het boek Tod in Persien dat pas in 1998 is uitgegeven, maar waarvan in 1940 een aangepaste versie verscheen onder de titel Das glückliche Tal.

Met de Zwitserse schrijfster en ethnologe Ella Maillart reed ze in juni 1939 in een kleine auto via Turkije en Iran naar Afghanistan. Toen in september de Tweede Wereldoorlog uitbrak, waren ze in Kabul. Zij werd daar ziek en Ella Maillart liet haar noodgedwongen in de steek, omdat ze niet opgewassen was tegen Schwarzenbachs neiging tot zelfdestructie. Maillart heeft dit in 1947 geboekstaafd onder de titel The cruel way.[7] Dit boek werd in 2001 verfilmd onder de titel Die Reise nach Kafiristan / The Journey to Kafiristan.[8]

Laatste jaren[bewerken]

Waterval bij Sils im Engadin, het gebied waar Annemarie Schwarzenbach bij een fietstocht verongelukte.

Na haar herstel trok Schwarzenbach opnieuw naar de VS met de barones Margot von Opel-Löwenstein, echtgenote van de in de auto-industrie rijk geworden Fritz von Opel. Zij vestigde zich, net als Klaus en Erika Mann, in New York. Daar leerde ze Carson McCullers kennen, wier debuutroman The Heart is a Lonely Hunter zij in diverse recensies gunstig besprak en die in 1941 Reflections in a Golden Eye aan haar opdroeg. McCullers hevige verliefdheid kon zij niet beantwoorden, maar de beide schrijfsters bleven wel bevriend en onderhielden een vaste briefwisseling.[9] Schwarzenbach moest zich ook in de VS meermalen psychiatrisch laten behandelen wegens haar morfineverslaving en zware depressies. In haar conflictueuze liefdesaffaire met Margot von Opel had zij zelfs fysiek geweld gebruikt en zij deed opnieuw enkele zelfmoordpogingen.

Het rusteloos reizen ging door. Zij verliet de VS in 1942 en maakte een reis naar Belgisch-Kongo. In mei 1942 was Schwarzenbach in Lissabon, waar zij een kortstondige vriendschap had met de Duitse journaliste Margret Boveri. Een maand later keerde zij terug naar Zwitserland. De bekende Duits-Joodse actrice Therese Giehse, die voor de nazi's was uitgeweken, verbleef die zomer bij haar. Voor een Zwitserse krant accepteerde Schwarzenbach een correspondentschap in Lissabon, maar het liep anders.

Op 7 september 1942 maakte zij tijdens een van haar fietstochten in Engadin een ernstige val. Haar schedelfractuur werd door een verkeerde diagnose niet goed behandeld: men zag haar hersenletsel aan voor schizofrenie, zodat zij terecht kwam in een psychiatrische kliniek, waar haar elektroshocks en insuline-injecties werden toegediend. Hierdoor verzwakte haar toestand zo, dat zij niet meer te redden was. Tijdens haar ziekbed in het huis Jäger liet haar moeder niemand toe, ook niet haar echtgenoot Claude Clarac, die onmiddellijk was toegesneld. Na haar dood op 15 november 1942 verbrandde haar moeder Renée haar dagboeken en correspondentie. Haar manuscripten en foto's werden gered en berusten in het Schweizerisches Literaturarchiv in Bern.

Zelf heeft zij haar psychische problemen altijd toegeschreven aan de druk die haar conservatieve, met de nazi's heulende familie op haar uitoefende, terwijl zij zelf de nazi's haatte. Ondanks die problemen was zij bijzonder productief. Hoewel zij slechts 34 jaar oud werd, heeft zij - naast haar boeken - tussen 1933 en 1942 ongeveer 170 artikelen en 50 fotoreportages gepubliceerd.

Postuum[bewerken]

De bemoeienissen van literatuurwetenschappers met Annemarie Schwarzenbach hebben zich lange tijd vooral geconcentreerd op de biografische aspecten: haar turbulente leven, haar vele reizen, haar liefdesaffaires, de problemen met haar familie en haar magnetische persoonlijkheid. De laatste jaren is het accent verlegd naar haar literaire teksten, om zo te komen tot een scherpere beschouwing van haar gevarieerde oeuvre. Sinds omstreeks 1990 zijn vele van haar werken herdrukt of voor het eerst uitgegeven. Ter gelegenheid van haar honderdste geboortedag werd in oktober 2008 in Sils een vierdaags congres georganiseerd. Tot de thema's behoorden - naast een positiebepaling in de literatuur van haar tijd - ook Schwarzenbachs nagelaten ongepubliceerde werk uit haar laatste levensjaren, alsook haar fotografisch oeuvre.[10]

Trivia[bewerken]

Werkenlijst[bewerken]

De ISBNs verwijzen naar de meest recente (her)drukken, die meestal zijn verschenen bij Lenos Verlag, Basel.

Tijdens haar leven verschenen
  • Beiträge zur Geschichte des Oberengadins im Mittelalter und zu Beginn der Neuzeit (Dissertatie). Schweizer Studien zur Geschichtswissenschaft. Bd. 16, H.3. Leemann, Zürich / Leipzig, 1931.
  • Das Buch von der Schweiz. Ost und Süd (met Hans Rudolf Schmid). Was nicht im Baedeker steht, Bd. XV. Piper Verlag, München, 1932.
  • Das Buch von der Schweiz. Nord und West (met Hans Rudolf Schmid). Was nicht im Baedeker steht, Bd. XVI. Piper Verlag, München, 1933.
  • Freunde um Bernhard. Amalthea-Verlag, Wien, 1933. ISBN 3 85787 648 4
  • Lyrische Novelle. Rowohlt Verlag, Berlin, 1933. ISBN 3 85787 614 X
  • Winter in Vorderasien (reisdagboek). Rascher, Zürich, 1934. ISBN 3 85787 668 9
  • Lorenz Saladin. Ein Leben für die Berge. Voorwoord door Sven Hedin. Hallwag, Bern / Stuttgart, 1938. ISBN 3 85787 385 X
  • Das glückliche Tal. Morgarten, Zürich, 1940. ISBN 3 7193 0982 7
Postuum verschenen
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Alexis Schwarzenbach: Bilder mit Legenden von Renée Schwarzenbach-Wille, Scheidegger & Spiess, Zürich, 2001. ISBN 3 85881 169 6
  2. Annemaries grootmoeder Clara Von Bismarck was de dochter van de Pruisische luitenant-generaal Friedrich Wilhelm von Bismarck, in de verte verwant aan de Duitse rijkskanselier Otto von Bismarck.
  3. Annemarie Schwarzenbach: Beiträge zur Geschichte des Oberengadins im Mittelalter und zu Beginn der Neuzeit. Dissertatie Universiteit van Zürich, 1931. Herdruk Manz, Zürich, 2007.
  4. Alexis Schwarzenbach: Die Geborene. Renée Schwarzenbach-Wille und ihre Familie. Scheidegger & Spiess, Zürich, 2004. ISBN 3 85881 161 0
  5. Marianne Feilchenfeldt Breslauer: Bilder meines Lebens: Erinnerungen. Nimbus, Wädenswil, 2001 / 2009. ISBN 978 3 907142 03 5
  6. Die Sammlung, Literarische Monatschrift unter dem Patronat von André Gide, Aldous Huxley, Heinrich Mann, herausgegeben von Klaus Mann. Querido Verlag, Amsterdam, 24 nummers verschenen van september 1933 tot augustus 1935.
  7. Ella Maillart: The cruel way. Heinemann, London, 1947. In het Duits vertaald als Auf abenteuerlicher Fahrt durch Iran und Afghanistan. Lenos, Basel, 1948, herdruk 2001. Ook verschenen als Flüchtige Idylle, 1988 / 1995 en als Der bittere Weg - Mit Annemarie Schwarzenbach unterwegs nach Afghanistan, 2001. ISBN 3 85787 663 8
  8. Die Reise nach Kafiristan, 2001. Regie, scenario en productie: Donatello en Fosco Dubini, met Jeanette Hain in de rol van Annemarie Schwarzenbach en Nina Petri als Ella Maillart.
  9. Alexandra Lavizzari: Fast eine Liebe. Annemarie Schwarzenbach und Carson McCullers. Ebersbach, Berlin, 2008. ISBN 978 3 938740 55 2
  10. Mirella Carbone (red.): Annemarie Schwarzenbach. Werk, Wirkung, Kontext. Akten der Tagung in Sils / Engadin vom 16. bis 19. Oktober 2008. (met een Schwarzenbach-bibliografie 2005-2009) Institut für Kulturforschung Graubünden ikg. Aisthesis Verlag, Bielefeld, 2010. ISBN 978 3 89528 796 1

Overige secundaire literatuur

  • Bettina Augustin: Der unbekannte Zwilling. Annemarie Schwarzenbach im Spiegel der Fotografie. Brinkmann und Bose, Berlin, 2008, ISBN 978 3940048 03 5
  • Sofie Decock, Uta Schaffers (red.): Inside out. Textorientierte Erkundungen des Werks von Annemarie Schwarzenbach. Aisthesis, Bielefeld, 2008. ISBN 978 3 89528 697 1
  • Walter Fähnders, Sabine Rohlf: Annemarie Schwarzenbach. Analysen und Erstdrucke. Mit einer Schwarzenbach-Bibliographie. Aistheisis Verlag, Bielefeld, 2005. ISBN 3 89528 452 1
  • Areti Georgiadou: Annemarie Schwarzenbach. Das Leben zerfetzt sich mir in tausend Stücke. Campus Verlag, Frankfurt, 1995. ISBN 3 593 35350 4 / ISBN 3 423 30662 9
  • Dominique Grente & Nicole Müller: L'Ange inconsolable. Une biographie d'Annemarie Schwarzenbach. Lieu Commun, Paris, 1989.
    • In het Duits vertaald als: Der untröstliche Engel. Knesebeck, München, 1995. ISBN 3 926901 74 8
  • Charles Linsmayer: Annemarie Schwarzenbach. Ein Kapitel tragische Schweizer Literaturgeschichte. Huber, Frauenfeld, 2008, ISBN 978 3 7193 1486 6
  • Dominique Laure Miermont: Annemarie Schwarzenbach ou le mal d'Europe. Payout, Paris, 2004. ISBN 2 22889 874 0.
    • In het Duits vertaald als: Annemarie Schwarzenbach. Eine beflügelte Ungeduld. Ammann, Zürich 2008, ISBN 978 3 250 10520 6
  • Alexis Schwarzenbach: Auf der Schwelle des Fremden. Das Leben der Annemarie Schwarzenbach. Collection Rolf Heyne, München, 2008. ISBN 978 3 89910 368 7
  • Andreas Tobler: Annemarie Schwarzenbach 1908-1942. Eine Biographie. NZZ Libro, Zürich, verschijnt 2010. ISBN 3 03823 429 X / ISBN 978 3 03823 429 6
  • Kurt Wanner: Wo ich mich leichter fühle als anderswo. Annemarie Schwarzenbach und ihre Zeit in Graubünden. Verlag Bündner Monatsblatt, Chur, 1998. ISBN 3 905241 83 8.
  • Elvira Willems: Annemarie Schwarzenbach. Autorin, Reisende, Fotografin. Centaurus Verlag, 1999. ISBN 3 8255 0246 5

Dvd-documentaire

  • Carole Bonstein: Annemarie Schwarzenbach: Une Suisse rebelle. TSR / Arte, 2000.

Externe links