Anomietheorie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het anomiemodel volgens Merton.

De anomietheorie of straintheorie stelt dat het de sociale structuur van de maatschappij is die deviant gedrag in de hand werkt als het doelen definieert zonder dat de middelen om die te bereiken toereikend zijn.

Durkheim[bewerken]

Eén van de oorzaken van afwijkend gedrag was volgens Durkheim de verandering in solidariteit naarmate de samenleving complexer wordt. Waar aanvankelijk sprake was van een mechanische solidariteit ging dit door het industrialisatieproces over in een organische solidariteit. Bij mechanische solidariteit is sprake van gelijkheid in een maatschappij met weinig sociale differentiatie waar dezelfde normen en waarden gevolgd worden en vanuit een collectief bewustzijn sprake is van een sterke sociale pressie tot conformisme. Organische solidariteit ontstaat juist bij toenemende sociale differentiatie, wat het geval is bij arbeidsverdeling en specialisatie. Door de onderlinge afhankelijkheid en het besef dat de verschillende functies elkaar aanvullen ontstaat een nieuwe solidariteit, waarbij de sociale pressie afneemt. De maatschappij wordt nu niet mechanisch, maar organisch bij elkaar gehouden. Bij een te snelle overgang kan echter de nieuwe ordening van functies, normen en waarden onvoldoende voltooid zijn, waardoor een bepaalde mate van anomie optreedt, een gemoedstoestand die gekenmerkt wordt door afwezigheid of afwijzen van standaarden of waarden.

Durkheim stelde dat deviantie een normaal verschijnsel was, nodig om de grenzen van de maatschappij aan te geven. Durkheim gaf nog een andere sociale functie: het versterken van de solidariteit tussen de anderen. Diegenen die niet van de norm afwijken, een norm die vaak wordt bepaald door de waarden van de middenklasse, voelen zich gesterkt in hun saamhorigheid. De gelederen sluiten zich tegen de zondebok, die zich in vele gedaanten kan voordoen, maar die steeds de 'ander' is. Tenslotte stimuleert deviantie volgens Durkheim sociale verandering.

Merton[bewerken]

Merton borduurde voort op het anomie-idee van Durkheim. Merton zette zich af tegen biologisch determinisme en het idee dat de sociale orde er slechts is om impulsen in bedwang te houden. Merton spreekt van een anomie als de meerderheid gelooft dat doelen voor iedereen haalbaar zijn, maar dit in werkelijkheid een mythe is. Er ontstaat een spanning of strain towards anomie tussen de doelstelling van de samenleving en de middelen om deze te realiseren, vandaar de namen anomietheorie en straintheorie. Hierop zijn volgens Merton verschillende mogelijkheden tot aanpassing: conformisme, innovatie, ritualisme, terugtrekking en rebellie. De sociale positie is van invloed op de keuze, waarbij de middenklasse vaker voor ritualisme zal kiezen, terwijl de onderste lagen eerder geneigd zijn tot innovatie, wat gewoonlijk wordt gezien als afwijkend gedrag of nonconformisme. Volgens Merton is hierbij niet noodzakelijk sprake van rationeel gedrag.

Daarmee stelt Merton dat criminaliteit en afwijkend gedrag sociale verschijnselen zijn, onder meer veroorzaakt door sociale ongelijkheid. De anomie tussen doel en middelen bepaalt de mate waarin dit gedrag voorkomt.

Literatuur[bewerken]