Ante Pavelić
Ante Pavelić (Bradina bij Konjic, 14 juli 1889 - Madrid, 28 december 1959) was een Kroatisch leider, de oprichter van de fascistische Ustašabeweging.
Inhoud |
[bewerken] Een jong politicus
Ante Pavelić was van 1921 tot 1929 de enige afgevaardigde in de Skupština, het Joegoslavische parlement voor de Kroatische Partij van het Recht. Deze partij keerde zich fel tegen de Joegoslavische staat en streefde naar een onafhankelijk Kroatië. De partij was echter ook gekant tegen Kroatische Boerenpartij - de belangrijkste Kroatische partij in het parlement - die zij te links vond.
[bewerken] Moord op de koning
In 1929, nadat koning Alexander I van Joegoslavië de grondwet buiten werking had gesteld en als alleenheerser optrad, vluchtte Pavelić naar het buitenland. Vervolgens richtte hij de Ustašabeweging (Opstandbeweging) op. Vanuit Groot-Brittannië beraamde hij samen met de Bulgaars-Macedonische nationalist en terrorist Ivan Mihailov een aanslag op koning Alexander. Deze werd in 1934 gepleegd door Mihailovs chauffeur, tijdens een staatsbezoek van de koning aan Frankrijk. De koning overleed ter plekke, en ook de Franse minister van Buitenlandse Zaken Louis Barthou kwam om het leven. Spoedig kwam men erachter dat de Ustaša en de Macedonische IMRO achter de aanslag zaten. Pavelić werd door Frankrijk bij verstek ter dood veroordeeld. Pavelić, die in Italië leefde, werd door dat land (Mussolini) echter niet uitgeleverd.
[bewerken] Schrikbewind
In Kroatië brak de Tweede Wereldoorlog in april 1941 uit. Na de Duitse inval in Joegoslavië keerde Pavelić naar Kroatië terug. Kroatië werd de Onafhankelijke Staat Kroatië (NDH) onder de Italiaanse hertog "Tomislav II" (die 'zijn' land echter geen enkele keer bezocht). Pavelić werd Poglavnik (dat wil zeggen leider, Führer) van de nieuwe staat. De Ustaša voerden een repressief bewind gericht op het realiseren van een homogene natiestaat, waarvan de Joden, zigeuners (Roma en Sinti), andere minderheden, linkse opposanten, maar vooral Serviërs het slachtoffer werden.
De Ustaša wilden - volgens Servische historici - een derde van de Serviërs uitroeien, een derde assimileren (wat inhield dat zij tot het katholicisme bekeerd moesten worden en gekroatiseerd) en een derde naar hun eigen land (dat wil zeggen Nedic-Servië) deporteren. Veel Serviërs, Joden en Roma kwamen terecht in de Kroatische internerings- en concentratiekampen, op de eerste plaats het beruchte Jasenovac. Niet onbelangrijk voor Pavelić en de legitimiteit van zijn onafhankelijk Kroatië was de audiëntie die hem verleend werd door paus Pius XII. Het Vaticaan erkende de staat Kroatië echter niet. De aartsbisschop van Zagreb, Alojzije (Aloysius) Stepinać, heeft zich openlijk tegen de misdaden van het Pavelić-regime uitgesproken; bovendien zette Stepinać zich achter de schermen in voor joodse en Servische slachtoffers van de staatsterreur. Schattingen van het aantal slachtoffers lopen uiteen van 200.000 tot 800.000 op een bevolking van enkele miljoenen inwoners. Aangemerkt dient te worden, dat deze aantallen uit Servische en Joegoslavische bronnen komen.
[bewerken] Ondergang
In de tweede helft van 1944 deserteerden soldaten van het Kroatische Reguliere Leger en liepen veelal over naar Tito's partizanen, die nu praktisch geheel Kroatië in handen hadden. Alleen Zagreb, de hoofdstad van de NDH was dankzij de aanwezigheid van de Wehrmacht nog in handen van de Ustaša. In april 1945 vond er een grootscheepse evacuatie van Ustaša-leiders uit Zagreb plaats, onder hen ook Pavelić. Het dagelijkse bestuur van de NDH in Zagreb liet hij over aan Mile Budak, de Doglavnik (plaatsvervanger). Op 7 mei 1945 capituleerde de Wehrmacht in Zagreb en werd de stad door de partizanen bevrijd.
[bewerken] Vlucht
Inmiddels vluchtten duizenden Kroatische civielen de Oostenrijkse grens over, op de voet gevolgd door het Eerste Partizanenleger. Ze werden na hun aankomst in Bleiburg Oostenrijk door de Britten terug de grens over gestuurd, zodat deze in handen kwamen van de partizanen. Velen werden daarop vermoord. Geregeld worden er nog massagraven met Kroatische vrouwen en kinderen gevonden. Er wordt jaarlijks een bijeenkomst gehouden in Bleiburg ter nagedachtenis van deze gruwelijke oorlogsmisdaad. Pavelić en praktisch de hele Ustaša-top wist naar Italië te ontkomen. Na een verblijf van twee jaar, aanvankelijk in het Klooster van San Girolamo (een centrum van Kroatische activiteit) in Rome, vestigde Pavelić zich in Argentinië.
[bewerken] Staatsschat
Of Pavelić en de Ustaša door het Vaticaan geholpen zijn tijdens hun vlucht naar Argentinië wordt nog altijd omstreden. Ook de deels verdwenen staatsschat van Kroatië speelt daarin een belangrijke rol. Volgens velen werd deze schat, die voor een groot deel uit goud bestond en mede afkomstig was van de slachtoffers van het regime van Pavelić, onder meer gebruikt voor de financiering van gewelddadige activiteiten van de naoorlogse Ustaša.
In Argentinië richtte Pavelić een 'Kroatische Regering in Ballingschap' op. De voorlopige regering gaf haar steun aan de Ustaša-rebellen die nog steeds actief waren in Kroatië (tot 1947). Een neo-Ustaša-beweging pleegde nog tot in de jaren tachtig van tijd tot tijd moordaanslagen op Joegoslavische doelen.
[bewerken] Levenseinde
Pavelić was in Argentinië veiligheidsadviseur van de Argentijnse president Juan Perón. Na een mislukte aanslag op zijn leven, op 9 april 1957, besloot hij om naar het Franquistische Spanje te verhuizen.
Hij overleed aan complicaties van zijn schotwonden op 28 december 1959 in een Madrileens ziekenhuis. In Kroatië wordt hij nog door sommigen als een held vereerd.
| Zie de categorie Ante Pavelić van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |