Anthologia Graeca

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Anthologia Graeca (Griekse Anthologie) is een bloemlezing van ruim 4.000 Griekse epigrammen.

Ontstaan[bewerken]

Het verzamelen van Griekse epigrammen begon al in de oudheid. De belangrijkste verzameling uit de tijd van het hellenisme was die van Meleager van Gadara (ca. 70 v.Chr.). Met zijn Stephanos ('Krans') maakte hij een bloemlezing van epigrammen vanaf de oudste tijd. Philippus van Thessalonike maakte ca. 40 n.Chr. een aanvulling tot zijn eigen tijd die hij eveneens Stephanos noemde. Hun bloemlezingen waren alfabetisch op schrijversnaam geordend. Halverwege de zesde eeuw maakte de Byzantijn Agathias een bloemlezing die naar onderwerp was ingedeeld. Deze drie verzamelingen gebruikte Constantinus Cephalas, de belangrijkste geestelijke (protopapas) aan het Byzantijnse hof, ca. 900 voor een enorme bloemlezing, die hij verder aanvulde met werk van afzonderlijke dichters. Hij heeft zijn verzameling grotendeels naar de stof ingedeeld, maar delen van zijn verzameling waren toch nog alfabetisch geordend.

Op de verzameling van Cephalas berusten de getuigen die voor ons bewaard zijn gebleven. In 1299 voltooide de monnik Maximus Planudes zijn bloemlezing in zeven boeken, de Anthologia Planudea. Het manuscript hiervan was lange tijd de enige bron voor epigrammen, totdat aan het eind van de zestiende eeuw in de Bibliotheca Palatina in Heidelberg een manuscript werd teruggevonden, de zogenaamde Anthologia Palatina, dat veel meer epigrammen bevatte. Dit handschrift is ca. 980 door vier schrijvers samengesteld. Het bevat ook scholia (aantekeningen in de kantlijn) en is door een corrector doorgenomen. Het bestaat uit 15 boeken met in totaal ca. 3.700 epigrammen. In het vierde boek staan de inleidingsgedichten van de verzamelingen van Meleager, Philippus en Agathias.

Moderne uitgaven van de epigrammen nemen doorgaans de Anthologia Palatina als basis waaraan een zestiende boek is toegevoegd met 388 epigrammen die wél in de Anthologia Planudea staan en niet in de Anthologia Palatina. De gezamenlijke uitgave van de twee anthologieën wordt doorgaans Anthologia Graeca genoemd.

Inhoud[bewerken]

De Griekse Anthologie bevat epigrammen van zo’n 300 dichters en omspant meer dan 1.200 jaar. Tot de oudste epigrammen behoren die van Simonides en Anacreon uit de zesde eeuw v.Chr.. Zeer veel epigrammen stammen uit de hellenistische tijd – waaronder epigrammen van de beroemde dichters Callimachus en Theocritus – maar er zijn ook 82 epigrammen van Paulus Silentiarius, een hoffunctionaris van keizer Justinianus I uit de zesde eeuw n.Chr..

Uit de hellenistische tijd worden tot de beste epigrammendichters in de verzameling gerekend: Asclepiades van Samos (actief ca. 320-290 v.Chr.), die liefdesepigrammen op vrouwen en knapen schreef, Anyte van Tegea (ca. 300 v.Chr.), die tot de weinige vrouwelijke dichters uit de oudheid behoort, Leonidas van Tarente (gestorven in 260 v.Chr.), die zich specialiseerde in gefingeerde wijepigrammen van eenvoudige boeren of jagers aan de goden, Antipater van Sidon (2de eeuw v.Chr.) en Meleager van Gadara (130-60 v.Chr.), die met zo’n 130 epigrammen over wijn en liefde in de Anthologie is vertegenwoordigd.

Enkele belangrijke dichters uit de Romeinse tijd zijn: Crinagoras van Mytilene, een dichter uit de eerste eeuw v.Chr. die tot de clientèle van Octavia, de zuster van Augustus behoorde, en de traditionele stof van het epigram uitbreidde naar het heel dagelijkse leven, Marcus Argentarius, van wie 37 epigrammen zijn opgenomen, Lucillius, een dichter uit de tijd van keizer Nero, van wie zo’n 130 spotepigrammen in de Anthologie zijn opgenomen, Strato van Sardis (begin 2de eeuw), van wie zo’n 100 pederastische epigrammen bewaard zijn, en Mesomedes van Kreta, die vrijgelatene van keizer Hadrianus was.

In de eerste vijftien boeken, de eigenlijke Anthologia Palatina dus, is de inhoud naar onderwerp geordend. Zo is boek 5 gewijd aan liefdesepigrammen, boek 6 aan epigrammen bij wijgeschenken, boek 7 aan grafepigrammen, boek 11 aan drink- en spotepigrammen, boek 12 aan epigrammen over pederastische liefde en boek 14 aan raadsels in de vorm van epigrammen.

Referenties[bewerken]

  • Albin Lesky, Geschichte der griechischen Literatur, 3de druk, München/ Bern: Francke 1971, 827-833
  • Ton Jansen, Charles Hupperts en Albert Rijksbaron, Stephanos. Een bloemlezing uit de Anthologia Graeca, Leeuwarden/ Mechelen: Eisma 1992

Literatuur[bewerken]

  • Alan Cameron, The Greek Anthology from Meleager to Planudes, Oxford: Oxford University Press 1993

Externe link[bewerken]