Anthonie van der Heim

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Anthonie van der Heim of Antonius van der Heim (Den Haag, 28 november 1693 - 's-Hertogenbosch, 16 juli 1746) was raadpensionaris van Holland tussen 1737 en 1746. Hij was betrokken bij de 'promotie', pogingen van prins Willem IV van Oranje-Nassau om tot generaal in het Staatse leger benoemd te worden.

Zijn oom was de prinsgezinde Anthonie Heinsius. Van 1709 tot 1711 studeerde hij rechten in Leiden. In 1727 volgde hij Simon van Slingelandt, die benoemd was tot raadpensionaris van Holland, op als thesaurier-generaal bij de Raad van State. In december 1736 werd een geheime overeenkomst gesloten tussen Johan Hendrik van Wassenaer-Obdam (Ridderschap), Lieve Geelvinck (Amsterdam) en François Teresteijn van Halewijn (Dordrecht), waarbij werd afgesproken dat Van der Heim de nieuwe raadpensionaris zou worden.

Een belangrijke kwestie tijdens de ambtsperiode van raadpensionaris Van der Heim was het onvermogen van de regenten om de staatsfinanciën te hervormen en de fraude bij de belastinginning te verminderen. De invoering van een unieke en voor Europa zeer vooruitstrevende inkomstenbelasting tijdens de ambtsperiode van Van der Heim, namelijk de Personeele Quotisatie in Holland in 1742, bracht niet het gewenste resultaat. Ten gevolge van de tegenvallende opbrengsten en verzet werd deze belasting in 1749 weer opgeheven.

Van der Heim is door tijdgenoten beschreven als een besluiteloos en weinig krachtig figuur. De druk waaronder Van der Heim leefde ten gevolge van de grote tegenstellingen binnen de Republiek en tevens de politieke pressie, die door Frankrijk en Engeland op hem werden uitgeoefend en naarmate de Oostenrijkse Successieoorlog vorderde enkel maar toenam, begonnen langzamerhand zijn gezondheidstoestand te ondermijnen. Begin 1746 werden zijn hartklachten allengs ernstiger. Van der Heim kreeg toestemming van de Staten van Holland om in Spa te gaan kuren. Willem Buys zou hem gedurende zijn afwezigheid vervangen. Hij had die dag echter al een hartaanval gehad en totaal uitgeput overleed hij in 's-Hertogenbosch, onderweg naar Spa.

Hij woonde op het Lange Voorhout in Den Haag en bezat een buitenplaats in Rijswijk. Zijn enige zoon was Jacob van der Heim, gedurende de patriottentijd burgemeester van Rotterdam en secretaris van de Admiraliteit van Rotterdam.

Externe links [bewerken]