Anthony Stafford Beer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Anthony Stafford Beer (Londen, Groot-Brittannië, 25 september 1926- 23 augustus 2002) was psycholoog en is bekend geworden door zijn werk aan de ontwikkeling van de cybernetica en als de grondlegger van het viable system model.

Algemeen[bewerken]

Anthony Stafford Beer is geboren op 25 september 1926 in Londen. Hij studeert aan de Universiteit van Londen af in filosofie en psychologie.

Na zijn twee studies te hebben afgerond gaat Beer het leger in tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij begint als artillerist, klimt op naar hoofd van de afdeling inlichtingen in India om vervolgens in te worden aangesteld als hoofd personeelsselectie.

Als Beer uit het leger komt wordt hij verantwoordelijk voor de Operations Research group binnen een staalfabrikant. Binnen deze functie ontwikkelt hij diverse cybernetische modellen. Volgend op deze functie is de functie van hoofd operational research and cybernetics, waarin hij verantwoordelijk is voor het oplossen van problemen op diverse gebieden. Onderzoek in neurocybernetica en mathematische modellen levert het Viable System Model op, een model om organisaties te ontwerpen. Zijn bijdragen aan de wetenschappen leveren Stafford Beer vele onderscheidingen en eredoctoraten op.

Wetenschappelijke bijdrage[bewerken]

Stafford Beer past in de traditie van de systeemtheorie, onder andere vertegenwoordigd door W.Ross Ashby en Ludwig von Bertalanffy. Van Ashby leert hij dat elk organisme (en daaronder rekent Beer ook organisaties) moeten kunnen omgaan met complexiteit in hun omgeving (gemeten in variëteit) door daar voldoende interne variëteit tegenover te stellen (Ashby’s Law of requisite variety). Beer borduurt voort op de bevindingen van Ashby en ontwikkelt zijn Viable System Model.

Het Viable System Model wordt onder andere uitgewerkt in Beers boek The Brain of the Firm. Hierin stelt Beer allereerst vast dat organisatie moeten omgaan met complexiteit om levensvatbaar te blijven. Omgaan met complexiteit kan op een drietal manieren. Allereerst stelt Beer dat niet alle omgevingsfactoren relevant zijn voor de organisatie. Via het stellen van relevante doelen kan bepaald worden wat wel en wat niet van belang is. Als tweede stelt Beer dat organisaties kunnen omgaan met de complexiteitsparadox door een tweetal strategieën, te weten dempen (het wegnemen van verstoringen) en het versterken (uitbreiden van regelmogelijkheden). Ten derde stelt Beer dat organisaties als de systemen die zij zijn worden gekenmerkt door recursie. Dit houdt in dat binnen een systeem meerdere subsystemen kunnen bestaan die elk dezelfde relevante eigenschappen hebben als het overkoepelende systeem waarin deze subsystemen zich bevinden. Doordat deze subsystemen ook de mogelijkheid hebben om te dempen of te versterken valt er regeldruk weg voor de hoger gelegen systemen.

Ten slotte geeft Beer een vijftal functies in zijn Viable System Model aan waar elk levensvatbaar systeem aan moet voldoen wil het levensvatbaar blijven.

Literatuur[bewerken]

  • 1959, Cybernetics and Management, In het Nederlands: Cybernetica en management, Agon Elsevier Amsterdam, 1968.
  • 1966, Decision and Control: The Meaning of Operational Research and Management Cybernetics
  • 1968, Management Science: The Business Use of Operational Research
  • 1972, Brain of the firm
  • 1974, Designing Freedom
  • 1975, Platform for Change
  • 1977, Transit (poëzie)
  • 1979, The Heart of the Enterprize
  • 1985, Diagnosing the System for Organizations
  • 1986, Pebbles to Computer
  • 1994, Beyond Dispute: The Invention of Team Syntegrity
  • 1994, How Many Grapes Went Into The Wine: Stafford Beer on the Art and Science of Holistic Management