Anticonceptie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
De pil

Anticonceptie is een verzamelnaam voor technieken voor het voorkomen van zwangerschap na geslachtsgemeenschap. Men probeert te voorkomen dat de zaadcel en de eicel bij elkaar kunnen komen of dat het embryo zich kan innestelen in de baarmoeder.

Geschiedenis[bewerken]

Anticonceptiemiddelen werden op het einde van de 19e eeuw en in het begin van de 20e eeuw gepropageerd door neomalthusianisten zoals Jan Rutgers en Aletta Jacobs (cfr. de oprichting van de Nieuw-Malthusiaanse Bond in Nederland in 1882). Met het oog op de rasverbetering pleitte Rutgers ook voor vrijwillige en zo nodig opgelegde contraceptie of een baringsverbod voor de verpauperde bevolking.

Met de uitvinding van de pil nam het gebruik van anticonceptiemiddelen in de jaren 1960 een hoge vlucht in het Westen. In Nederland was de pil echter tot 1969 alleen 'op medische indicatie' beschikbaar. Tot dat jaar was ook de openlijke verkoop van andere voorbehoedmiddelen nog officieel verboden.[1]

Methoden van anticonceptie[bewerken]

Hormonale anticonceptie[bewerken]

Hormonale anticonceptie werkt door middel van hormonen die de ovulatie blokkeren en/of de innesteling van een embryo in de baarmoeder belemmeren.

Hormonale methoden zijn:

  • de pil, de orale anticonceptiepil.
  • de prikpil, een injectie die zo'n 12 weken tegen zwangerschap beschermt.
  • anticonceptiepleister (Evra®), deze pleister bevat in feite dezelfde stoffen als de pil. De pleister wordt 3 weken gedragen, waarna een pleisterloze week volgt.
  • implantaat (Implanon®), dit is een lucifergroot implantaat dat door de arts in de bovenarm wordt gebracht en 3 jaar tegen zwangerschap beschermt. Na verwijdering herstelt de menstruatiecyclus binnen 1 tot 2 weken.
  • vaginale anticonceptiering (Nuvaring®), dit is een flexibele ring van kunststof die gedurende 3 weken in de vagina wordt gedragen, waarna een stopweek volgt.
  • hormoonhoudend spiraaltje (Mirena®), dit spiraaltje wordt net als een gewoon koperhoudend spiraaltje door de arts in de baarmoeder gebracht, waarna het de vrouw 5 jaar tegen zwangerschap beschermt. Verder zorgt het voor atrofie van het baarmoederslijmvlies waardoor de meerderheid van de vrouwen na ongeveer 6 maanden (nagenoeg) geen menstruatie meer heeft. Bij ongeveer 75% van de vrouwen blijft een ovulatie cyclus van de eierstokken aanwezig.
  • de morning-afterpil bevat een hormoon en zorgt ervoor dat de embryo niet kan innestelen in het baarmoederslijmvlies. De morning-afterpil kan, zoals de naam al zegt, niet als preventief anticonceptiemiddel worden gebruikt.

Niet-hormonale anticonceptie[bewerken]

  • onthouding, geen geslachtsgemeenschap hebben. Verder kan men ervoor kiezen weliswaar seksueel contact te hebben, maar geen vaginale geslachtsgemeenschap. Men dient hierbij wel zorgvuldig te voorkomen dat sperma niet alsnog bij deze methoden in de vagina komt.
  • coitus interruptus, voorkomen dat de zaadcellen in de vagina kunnen komen door de penis uit de vagina terug te trekken voor de zaadlozing. Deze techniek is bijzonder onbetrouwbaar als anticonceptiemiddel, doordat het voorvocht ook zaadcellen kan bevatten.
  • kalendermethode, onthouding gedurende de periode dat er een rijpe eicel aanwezig kan zijn bij de vrouw. Praktisch wil dit zeggen dat de geslachtsgemeenschap alleen plaatsvindt in de onvruchtbare periode van de vrouw. Vroeger werd dit gebaseerd op de datum van de laatste menstruatie, tegenwoordig wordt vaak de temperatuurmethode gebruikt om deze pervocode te bepalen. Bij een onregelmatige cyclus is de precieze periode van de eisprong onzeker en is deze methode onbetrouwbaar.
  • De sympto-thermale methode, om de geslachtsgemeenschap alleen in de onvruchtbare periode van de vrouw te laten plaatsvinden. De sympto-thermale methode heeft ongeveer dezelfde methodezekerheid als de pil. Bij de pil ligt het aantal zwangerschappen bij juist gebruik op ongeveer 3 per 1000 vrouwen per jaar [2]. De sympto-thermale methode leidt bij juist gebruik ook tot een ongewenste zwangerschap bij circa 3 op de 1000 vrouwen per jaar[3]. Wetenschappers hebben zo'n alomvattende methode ontwikkeld, die je kunt leren door een cursus en vervolgens zelf kunt toepassen. Je meet dan zelf het hormoonniveau in je lichaam, de temperatuur en een aantal andere zaken. Door de complexiteit van deze methode, volg je eerst een cursus. Je leert dan precies wanneer welke en hoe je diverse signalen van je lichaam moet meten. Deze methode heet NFP (Natural Family Planning). In de vruchtbare periode, wil je niet zwanger raken, moet je of geen seks hebben of met een condoom vrijen. Je moet verder gedisciplineerd zijn en trouw elke dag je metingen verrichten.
  • spermicide (zaaddodend middel in de vorm van pasta of schuimtablet) zorgt ervoor dat de zaadcellen niet overleven.
  • (koperhoudend) spiraaltje zorgt ervoor dat het embryo niet kan innestelen in het baarmoederslijmvlies.
  • condoom en vrouwencondoom zorgen ervoor dat de zaadcellen niet bij de eicel kunnen komen door een fysieke barrière. Alleen het condoom heeft daarbij het bijkomend voordeel dat deze de overdracht van seksueel overdraagbare aandoeningen (soa's) kan voorkomen.
  • pessarium, vaak in combinatie met een zaaddodende pasta, zorgt ook voor een fysieke barrière tussen zaadcellen en eicel.
  • Digitale apparaten: met behulp van een computergestuurd apparaatje kun je een aantal keer per maand diverse signalen van het lichaam meten en zien of je in je vruchtbare periode zit. Zo kun je het niveau van hormonen in je bloed meten (8x per maand met bijvoorbeeld Persona, circa 94% betrouwbaar) of de temperatuur van het lichaam heel nauwkeurig meten, die een heel klein beetje verandert tijdens de vruchtbare periode (2x per dag bijvoorbeeld met de Cyclotest 2 Plus, circa 97% betrouwbaar). De twee genoemde apparaten zijn de meest bekende, veelvuldig gebruikte en meest betrouwbare in omloop in en rondom Nederland. Deze apparaten geven aan wanneer je wel of niet vruchtbaar bent. Als je vruchtbaar bent, kun je of geen seks hebben, of met een condoom vrijen. Dat vergt dus van beide partners discipline. Omdat ze afzonderlijk niet zo betrouwbaar zijn als de pil (de pil is ca. 99% betrouwbaar bij correct gebruik), worden deze methoden alleen aangeraden als twee partners al langer met elkaar een relatie hebben en het niet erg zouden vinden om onverwacht toch zwanger te raken. Een methode die meerdere metingen combineert is betrouwbaarder.
  • Billingsmethode, het observeren van veranderingen in het slijm in de baarmoedermond.

Definitieve operatieve methoden[bewerken]

  • sterilisatie van de vrouw: afsluiting van de eileider met een clip of ring of dicht branden, waardoor er geen zaadcellen of eicellen meer door de eileider kunnen. Dit gebeurt meestal met een laparoscopie (kijkoperatie) in een dagbehandeling.
  • een nieuwere methode van sterilisatie van de vrouw is het plaatsen van een veertje (Essure®), een spiraalvormig gewonden draad, in de eileider tijdens een hysteroscopie. Daarbij moet met behulp van een echoscopie of röntgenfoto gecontroleerd worden of het veertje op de goede plek zit. Door het veertje zal de eileider in ongeveer zes maanden tijd dichtgroeien. Na deze zes maanden is de eileider afgesloten en beschermt deze behandeling dus tegen zwangerschap. Het voordeel ten opzichte van sterilisatie met een kijkoperatie is dat deze ingreep veel kleiner is en poliklinisch verricht kan worden.
  • sterilisatie van de man, vasectomie: afsluiting van de zaadleider, waardoor geen zaadcel meer door de zaadleider kan. Dit is een zeer kleine ingreep die poliklinisch verricht kan worden.

Deze operatieve methoden van sterilisatie zijn in principe definitief. Hersteloperaties zijn wel mogelijk, maar geven lang niet altijd het gewenste resultaat. Hersteloperaties bij de man leiden in circa 30-75% van de gevallen tot een herstel van de vruchtbaarheid, afhankelijk ook van hoe lang geleden de sterilisatie verricht werd (hoe langer geleden, hoe minder kans op succes). Bij de vrouw is het succespercentage van de hersteloperatie na sterilisatie erg klein, afhankelijk van de methode die is toegepast. Dat wil zeggen dat men bij de beslissing voor een operatieve sterilisatie ervan uit mag gaan, dat er geen herstel van de vruchtbaarheid op zal treden. Men moet dus heel zeker weten, dat men geen kinderen meer zal willen in de toekomst.

Betrouwbaarheid van de technieken[bewerken]

Deze technieken hebben allemaal een wisselende mate van betrouwbaarheid. Geen enkele techniek garandeert 100% het voorkomen van zwangerschap. Over het algemeen geldt dat de technieken die zaadcellen proberen tegen te houden minder betrouwbaar zijn dan technieken die tegen de eicel of de zygote actief zijn. De mate van betrouwbaarheid wordt uitgedrukt in de zgn. Pearl-Index.

Wetgeving en ethische aspecten[bewerken]

Het gebruik van de diverse anticonceptie-methoden heeft in Westerse landen sinds de jaren zestig een grote vlucht genomen. Veel echtparen en koppels gebruiken tot volle tevredenheid één of meerdere van deze methoden om zwangerschap te voorkomen wanneer deze niet gewenst is.

Er zijn echter ook mensen die vanuit hun persoonlijke overtuiging of geloof geen gebruik wensen te maken van (sommige) anticonceptie-methoden.

Met de Zedelijkheidswet van 1911 kwam er een later weer afgeschaft verbod op de propaganda, het ten toon spreiden en de verspreiding van voorbehoedmiddelen.

De rooms-katholieke Kerk is een voorstander van het zogenaamd verantwoord ouderschap, maar kant zij zich strikt tegen bepaalde "mechanische" (kunstmatige) vormen van anticonceptie (sterilisatie, condoomgebruik, anticonceptiepil, spiraaltje, morning-afterpil). Ook coitus interruptus kan in de ogen van de katholieke kerk geen genade vinden. Men ziet in de kunstmatige anticonceptie een voorbehoud in de liefde, die volgens de Kerk onvoorwaardelijk moet zijn, omdat anders de "huwelijkse daad", volgens haar leer, voortkomt uit het elkaar als pure lustobjecten zien van de partners en niet "uit volkomen liefde". Dit wordt afgewezen. De positie van de rooms-katholieke Kerk tegen kunstmatige anticonceptie vindt men als hoofdthema in de encyclieken Casti Connubii (1931) van Paus Pius XI (1922-1939) en in Humanae Vitae (1968) van Paus Paulus VI (1963-1978). In vroegere en latere encyclieken van bijvoorbeeld Paus Johannes-Paulus II (1978-2005) vindt men dezelfde afwijzing van en waarschuwing voor kunstmatige anticonceptie ook terug.

Soortgelijke overwegingen gelden ook in andere kerkgenootschappen, maar er zijn ook vrijzinniger kerkgenootschappen waar men geen enkel bezwaar heeft tegen anticonceptie.

Sommige mensen zien, soms op basis van religieuze overwegingen, ook een bevruchte eicel al als een volwaardige menselijke levensvorm, met alle recht op leven en levensbescherming. Zij verwerpen dan ook iedere vorm van anticonceptie:

  • die de mogelijkheid geeft dat een bevruchte eicel zich niet kan innestelen in de baarmoederwand omdat die door middel van hormonen of de aanwezigheid van een spiraaltje kunstmatig wordt gewijzigd. Zelfs de anticonceptiepil wordt hier soms als doder van een bevruchte eicel gezien, als ondanks de anticonceptie toch een eicel vrijkomt.
  • de morning-afterpil wordt in deze context als mogelijk levensdodend gezien en daarom ten strengste afgewezen.

Sommige christenen vinden alle vormen van anticonceptie ongeoorloofd, omdat de Bijbel de opdracht geeft aan de mens om zich te vermenigvuldigen en de aarde te bevolken. Deze groep christenen kiest bewust voor gezinnen met vele kinderen.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. L.Bonneux, B.M.Zaadstra en J.A.A.de Beer, Ned Tijdschr Geneeskd. 2008 5 juli;152(27), http://www.nidi.knaw.nl/en/output/2008/ntg-152-27-bonneux.pdf/ntg-152-27-bonneux.pdf
  2. Trussell J (2004)."Contraceptive failure in the United States". Contraception 70 (2): 89-96. PMID 15288211
  3. Studie van G. Freundl, M. Bremme, P. Frank-Herrmann, S. Baur, U. Sottong, Arch Gynecol Obstet (1993) 254:281-285, geciteerd op www.uni-duesseldorf.de/NFP/