Antifoon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Antifonarium (1748)

Een antifoon of beurtzang (Oudgrieks: ἀντί-φωνος, Grieks: ἀντίφωνον) is een vers dat gezongen wordt als inleiding op en ter afsluiting van een psalm tijdens de mis en het getijdengebed. Het woord antifoon is samengesteld uit de Griekse woorden anti, tegen, en phonos, stem.

Als de helften van een psalmvers of gehele verzen om en om worden uitgesproken of gezongen, noemt men dit antifonaal. In het Gregoriaans zingt een voorzanger de eerste woorden van de antifoon, waarna de andere zangers inzetten. Er zijn in de loop der eeuwen vele antifonen gecomponeerd. Een handschrift of muziekuitgave waarin antifonen zijn bijeengebracht, heet een antifonarium of antiphonale. Een zeer bekend werk is het Antifonarium Tsgrooten (16de eeuw) dat bewaard wordt in de Universiteitsbibliotheek van Gent.

Een speciaal soort antifonen zijn de Maria-antifonen. Deze antifonen vormen zelfstandige gezangen, los van de psalmodie. In het getijdengebed worden de completen besloten met één van de vijf antifonen, naargelang het kerkelijk jaar. De vijf Maria-antifonen zijn:

Tijdens de laatste week van de Advent worden in combinatie met het Magnificat de zeven zogeheten O-antifonen gezongen.

Ook hedendaagse componisten schrijven antifonen. De Nederlandse componist Gert Oost schreef antifonen voor het gehele psalter in de vertaling van Pieter Oussoren op basis van de Geneefse psalmmelodieën. Arvo Pärt maakte composities voor de O-antifonen. Kurt Bikkembergs schreef in opdracht van de Kurt Thomas Cursus in 2008 Antiphone voor gemengd koor. Ook de Belgische componist Ludo Claesen schreef in 2007 een adventscantate "Ero Cras" gebouwd op de zeven O-antifonen, voor gemengd koor, vrouwenkoor, strijkers, althobo, vibrafoon, orgel en recitant.

Bronnen, noten en/of referenties
Icoontje WikiWoordenboek Zoek antifoon op in het WikiWoordenboek.