Antiklerikalisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Antiklerikalisme is de stroming die zich keert tegen de invloed of de machtspositie van de clerus (de geestelijkheid) op het vlak van het openbaar leven, het onderwijs of de politiek. Soms gaat het ook om een bepaald aspect van de handelwijze van katholieke priesters die afgekeurd wordt door de antiklerikalen.

Hoewel antiklerikalen doorgaans zelf niet religieus zijn, is antiklerikalisme niet noodzakelijk hetzelfde als antitheïsme. Antiklerikalen keren zich gewoonlijk tegen de maatschappelijke of politieke invloed van de Kerk, maar niet per se tegen de Kerk of het rooms-katholicisme zelf. Antiklerikalen worden meestal gevonden in liberale en socialistische kringen. In radicalere vormen kan antiklerikalisme in botsing komen met godsdienstvrijheid. Antiklerikalen zijn vaak ook aanhangers van het secularisme.

Antiklerikalisme in de geschiedenis[bewerken]

Antiklerikalisme is voornamelijk een Europees verschijnsel. In het Amerikaanse protestantisme was het afwezig of kwam het in veel geringere mate voor. De meeste westerse landen zijn tegenwoordig zozeer geseculariseerd, dat uitgesproken en openlijk antiklerikalisme er niet zo vaak meer voorkomt.

Frankrijk[bewerken]

"De klerikale actie op onze ongelukkige planeet“, antiklerikale illustratie uit de Franse krant La Calotte[1] (1908)

Veel leiders in de Franse Revolutie keerden zich tegen de macht van de Kerk. Kerkgoederen werden geconfisqueerd, en bisschoppen kwamen in overheidsdienst te staan. Het verste in het antiklerikalisme ging Maximilien de Robespierre, die de katholieke godsdienst poogde te vervangen door de deïstische cultus van het Opperwezen met geweld op te leggen.

Tijdens de reactie op de Franse Revolutie (Restauratie) keerde de invloed van de Kerk op het openbare leven weer terug. In 1905 werd dit opnieuw teruggedraaid en werd er een zeer sterke scheiding tussen Kerk en staat ingevoerd, vaak tegen de zin van het Franse volk die de Kerk verdedigde tegen confiscatie.

België[bewerken]

In België was de krant Het Laatste Nieuws, die in juni 1888 door Julius Hoste was opgericht, een spreekbuis van het radicaal antiklerikalisme.

Mexico[bewerken]

In 1856 liet Miguel Lerdo de Tejada met de Ley Lerdo alle kerkelijke goederen confisqueren. Een jaar later werd in de grondwet van 1857 de scheiding tussen Kerk en staat uitgeroepen. Conservatieven kwamen tegen al deze wetten in opstand, en een driejarige burgeroorlog brak uit, die gewonnen werd door de liberalen. Tijdens deze oorlog, in 1860, liet de liberale regering de vrijheid van godsdienst erkennen.

De grondwet van 1917 ging nog verder. Kloosterorden werden verboden, net zoals openbare geloofsbeleving buiten de Kerk en religieus onderwijs. Volgens artikel 130 is het verboden voor priesters om zich verkiesbaar te stellen voor een politiek ambt, en is steun van de Kerk aan politieke partijen verboden. Tegen deze grondwet kwamen in de jaren '20 de Cristero's in opstand. Velen van hen, voornamelijk de priesters, werden door regeringstroepen gedood. De grondwet van 1917 is nog steeds van kracht, maar niet alle antiklerikale artikelen worden nog nageleefd.

Spanje[bewerken]

De Tweede Spaanse Republiek nam vanaf haar vestiging in 1931 een sterk anti-klerikale houding aan. In grondwet en wetten werd de Katholieke Kerk teruggedrongen in de particuliere sfeer, waar zij tot dan toe het publieke domein had overheerst.

Onder de regering van het Volksfront werd het nog erger. Kerken, kloosters, priesters en religieuzen werden aangevallen zonder dat de overheid effectief ingreep. Zo werd de Spaanse Burgeroorlog niet alleen een strijd van rechts tegen links, van autoritair leiderschap tegen democratie, maar ook van katholiek klerikalisme tegen anti-klerikalisme.

Invloed van de vrijmetselarij[bewerken]

De vrijmetselarij wordt, in het bijzonder door de Katholieke Kerk, van oudsher gezien als de belangrijkste bron van antiklerikalisme.

Antiklerikalisme binnen de islam[bewerken]

Turkije[bewerken]

Na zijn machtsovername schafte Kemal Atatürk het 1300 jaar oude kalifaat, waarin wereldlijke en religieuze macht gecombineerd werden, af. Hij verving de islamitische kalender voor de gregoriaanse kalender en het Arabisch schrift voor het Latijns schrift.

Antiklerikalisme in het communisme[bewerken]

Albanië[bewerken]

De communistische dictator Enver Hoxha ging het verst in zijn antiklerikalisme door religie te verbieden. Hierdoor was het communistische Albanië het enige land in de geschiedenis waar religie volledig verboden was. Alle religieuze gebouwen werden geconfisqueerd en vervolgens vernietigd of omgebouwd. Religieuze voorwerpen en boeken waren verboden en ouders mochten hun kinderen geen religieuze namen geven.

Staatsatheïsme[bewerken]

Een radicale vorm van antiklerikalisme zoals deze die in Albanië voorkwam, wordt staatsatheïsme genoemd en werd in verwijderde vorm ook gevonden in de Sovjet-Unie en het Oostblok. Hier was religie weliswaar toegestaan, maar religieuze organisaties werden vaak wel vervolgd. Nog altijd bestaat in Vietnam, Noord-Korea en Laos een vorm van staatsatheïsme. In China wordt vooral de ondergrondse Katholieke Kerk nog altijd vervolgd en benadeeld ten voordele van de door het regime erkende Chinees-katholieke staatskerk.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties