Antipodeneilanden
|
|
|
|
|
|
| Land | Nieuw-Zeeland |
| Eilandengroep | Antipodeneilanden |
| Locatie | Stille Oceaan |
|
|
|
| Oppervlakte | > 62 km² |
| Inwoners | onbewoond |
| Hoogste punt | 402 m |
| Landgebruik | natuurreservaat |
|
|
|
Locatie van de Antipodeneilanden |
|
De Antipodeneilanden zijn een groep van onherbergzame vulkanische eilanden ten zuiden van Nieuw-Zeeland, op 650 kilometer ten zuidwesten van Stewarteiland.
Beschrijving[bewerken]
De groep bestaat uit het hoofdeiland (Antipodes Island, 60 km²), Bollons Island (2 km²) ten noorden van het hoofdeiland en verschillende kleine eilandjes. Het hoogste punt is Mount Galloway (402 m), ook de meest recent actieve vulkaan van de groep.
De naam van de groep wordt verklaard doordat het de antipode van Groot-Brittannië zou zijn. De échte antipode van Groot-Brittannië ligt in de buurt van de eilanden. Omgekeerd ligt de antipode van de eilanden in de zee op een paar kilometer ten oosten van Cherbourg (Frankrijk).
Kaptein Henry Waterhouse van het Britse schip HMS Reliance was de eerste die de Antipodeneilanden in kaart bracht. Nadat een poging om vee op het eiland te laten grazen mislukte, werd er een depot met voorraden aangelegd voor schipbreukelingen. De elf overlevende bemanningsleden van het schip Spirit of Dawn, dat op de rotsen van het hoofdeiland liep in 1893, hielden zich drie maanden in leven door het eten van rauwe zeevogels, onwetend van het bestaan van het depot aan de andere kant van het eiland. De bemanning van de President Felix Faure, ten onder gegaan in Anchorage Bay aan de noordkant van het eiland in 1908, maakte wel gebruik van het depot. Het jacht Totorore was in 1999 het voorlopig laatste schip dat verging bij de eilanden, waarbij twee mensen de dood vonden.
Op de eilanden zijn verschillende vogelsoorten te vinden, waaronder enkele endemische, zoals een ondersoort van de Aucklandsnip (Coenocorypha aucklandica meinertzhagenae), de groene karakiri (Cyanoramphus unicolor), een soort papegaai, en de Antipodenalbatros (Diomedea antipodensis). Daarnaast bevindt de helft van de wereldpopulatie grote kuifpinguïns (Eudyptes sclateri) zich op de eilanden. De flora van de eilanden is gedetailleerd onderzocht en omvat enkele plantensoorten die bekendstaan als megaherbs.
De vondst van een vroege Polynesische aardewerkscherf op het hoofdeiland in 1896 duidt op eerdere bezoekers van het eiland. De scherf bevindt zich in het Te Papa Tongarewa-museum te Wellington.
De eilanden maken als onderdeel van de Nieuw-Zeelandse sub-antarctische eilanden deel uit van het werelderfgoed en werden door de commissie voor het Werelderfgoed van UNESCO in 1998 toegevoegd aan de werelderfgoedlijst.
Afbeeldingen[bewerken]
Bronnen[bewerken]
- (en) Wise's New Zealand Guide (4th ed.) (1969). Dunedin: H. Wise & Co. (N.Z.) Ltd.
- (en) "NGA-IWI-O-AOTEA". No. 59 (June 1967). Te Ao Hou - The Maori Magazine, pp. 43.
- (en) Smithsonian Institution Global Volcanism Program: Antipodes Islands
| Zie de categorie Antipodes Islands van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |