Antithymocytenglobuline

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Antithymocytenglobuline
Databanken
ATC-code L04AA03 L04AA04
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Antithymocytenglobuline (afgekort ATG, Antilymfocytenglobuline (ALG) bij konijneneiwitten) is een medicijn dat paardeneiwitten bevat en patiënten met aplastische anemie kan behandelen. Bij deze ziekte worden de lichaamseigen stamcellen in het beenmerg vernietigd door de zogenaamde T-lymfocyten, specifieke cellen van het menselijk immuunsysteem. ATG is een medicijn van een gezuiverd diereneiwit, in dit geval van paarden of konijnen.

Productie[bewerken]

ATG wordt gemaakt door eerst bloed af te nemen bij de mens en dit vervolgens te zuiveren. De gezuiverde lymfocyten worden geïnjecteerd bij een dier, meestal een paard of een konijn. Dit proces kan vergeleken worden met een vaccinatie. Wanneer een persoon een vaccinatie krijgt word dit door het lichaam herkent als vreemd of onbekend. Het immuunsysteem begint antistoffen en proteïnen te produceren om zich tegen deze vreemde stof te verdedigen. Het lichaam probeert dan de vreemde stof te vernietigen. Het paard herkent deze menselijke lymfocyten dan ook als vreemd en zal antistoffen gaan aanmaken tegen de cellen. Deze antistoffen worden uit het paardenbloed gehaald. Vervolgens worden ze geïsoleerd en bewerkt.

Toepassing[bewerken]

Nadat de antistoffen geïsoleerd en bewerkt zijn worden ze in de menselijke bloedbaan gebracht. Dit wordt gedaan met een speciaal infuus. De bedoeling is dat het langzaam in het lichaam terecht komt. Het duurt ongeveer 4 tot 6 uur en dit 6 dagen lang. Dit is om de bijwerkingen te verminderen. Hiervoor moet men 10 dagen tot 3 weken in het ziekenhuis liggen. Men moet voor de behandeling geheel infectievrij zijn omdat de afweer naar nul word gebracht. Na de behandeling krijgt de patiënt, indien nodig, nog 6 maanden bestraalde bloedproducten. De antistoffen vernietigen de menselijke T-lymfocyten. Omdat deze cellen deel zijn van het immuunsysteem zal een deel van de afweer vernietigd worden door de ATG. De patiënt zal voor enige tijd geïsoleerd moeten liggen. ATG wordt vaak gecombineerd met cyclosporine, die als tablet wordt ingenomen. De cyclosporine kapselt vervolgens nieuwe T-lymfocyten in, zodat het gedrag van de oude cellen niet wordt gekopieerd. De behandeling met cyclosporine duurt enkele maanden. De behandeling met cyclosporine heeft wel enkele risico's en bijwerkingen. Bijwerkingen zijn onder andere een hoge bloeddruk, tandvleeszwelling en een gestoorde nierfunctie. Het risico is dat de patiënt, voornamelijk in het begin, een verhoogde kans heeft op infecties. Er zijn veel bijwerkingen van ATG. De meest serieuze maar ook meest zeldzame bijwerking is een anafylactische schok. Dit is een overgevoelige reactie van het immuunsysteem. De meeste mensen ontwikkelen geen anafylaxis maar hebben vaak last van minder erge reacties zoals: griep, rillingen, huiduitslag en koorts. Wanneer de ATG stopt gaan de bijwerkingen ook weg.