Antoine Meillet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Paul Jules Antoine Meillet (Moulins (Allier), 11 november 1866, Châteaumeillant (Cher), 21 september 1936) was een Frans taalkundige die het gehele gebied van de vergelijkende indo-europese taalwetenschap bestreek.

Biografie[bewerken]

Meillet studeerde bij de beroemdste der toenmalige Franse taalkundigen. Hij begon in 1885 aan de Sorbonne en liep college bij de classici Louis Havet en Otto Riemann, de romanisten Arsène Darmesteter et Gaston Paris, bij Henri d'Arbois de Jubainville leerde hij Oud-Iers/Keltisch, bij Auguste Carrière Armeens, bij de Oriëntalisten James Darmesteter, Abel Bergaigne en Victor Henry Avestisch en Sanskriet. Het diepst beïnvloed is hij door Michel Bréal (op het Collège de France) en vooral Ferdinand de Saussure (op de École pratique des hautes études). Voor Meillet was de Saussure de specialist op het gebied van de vergelijkende Indo-Europses taalkunde, de auteur van de Mémoire sur le système primitif des voyelles dans les langues indo-européennes en van de colleges die hij van hem te Parijs gevolgd heeft.[1].

En 1890 reisde Meillet af naar de Kaukasus[2] om het moderne Armeens te bestuderen, en ook om ter plekke handschriften van Oudarmeense teksten te onderzoeken. Een aantal jaren tevoren was vastgesteld dat het Armeens een onafhankelijke tak binnen de Indo-Europese taalfamilie vormde[3], wat haar waarde voor de reconstructie van het Indo-Europees vergrootte. De taal was nog niet volledig bestudeerd en beschreven, en Meillet heeft veel bijgedragen aan de studie ervan[4]. In 1902 maakte Meillet een tweede studie-reis met hetzelfde doel.

In 1891 werd Meillet agrégé de Grammaire, en meteen daarop werd hij Maître de Conférences; de Saussure verliet Parijs en Meillet nam een deel van zijn taken over. Van 1904-1906 doceerde hij Armeens aan de École des Langues Orientales Vivantes, en in 1906 werd hij benoemd aan het Collège de France, als opvolger van Michel Bréal.[5]

Van 1894 tot 1897 werkte Meillet aan zijn twee proefschriften: een over een grammaticaal onderwerp uit het oud-Slavisch, de andere over de indo-europese wortel men[6]

In 1912/3 publiceerde Meillet samen met Sylvain Lévi hun ontcijfering van teksten geschreven in Tochaars B. Deze teksten waren aangetroffen op documenten in Chinees Turkestan, waar deze indo-europese taal in het eerste millenium na Chr. gesproken werd. [7].

Naast dit soort pioniersarbeid heeft Meillet vooral boeken gepubliceerd die heldere, maar diepgravende syntheses boden van een bepaalde taal. Hierbij poogde hij altijd te laten zien dat talen sociale fenomenen zijn, die zich ontwikkelen in reactie op sociale veranderingen. Zijn ideaal was dat alle talen op een vergelijkbare manier in kaart gebracht werden, zodat ze beter geklassificeerd konden worden.

Meillet was ook organisatorisch actief. In 1921 werd hij directeur van het Institut d’Études slaves, in welke hoedanigheid hij samen met André Mazon de Revue des Études slaves uitgaf (het officiële orgaan van dit instituut). In 1925 werd hij secretaris van de Société de Linguistique de Paris; en het was zijn initiatief om te komen tot de internationale conferenties van taalkundigen. De eerste hiervan werd gehouden in Den Haag, in 1928, en was georganiseerd door de Nijmeegse hoogleraar Mgr. J. Schrijnen en collega's.[8]. Verder ging Meillet allerlei samenwerkingsverbanden aan met andere auteurs; het bekendste voorbeeld hiervan is zijn samen met Alfred Ernout gepubliceerde etymologisch woordenboek van het Latijn.

Overal verspreid in Europa zaten leerlingen van hem. In Nederland bijvoorbeeld de classicus Frederik Muller Jzn[9] en de filosoof H.J.Pos[10]. Bekende Franse leerlingen van hem waren Émile Benveniste (zijn opvolger in 1927 aan de Ecole Pratique des Hautes Etudes) en Joseph Vendryes.

In 1932 werd Meillet getroffen door een hemiplegie. Meillet heeft altijd bijzonder regelmatig en gedisciplineerd geleefd; sinds zijn tijd aan de Sorbonne stond hij elke dag om 5 uur op. Maar volgens J. Schrijnen werd zijn fyzieke afmatting veroorzaakt door het rusteloos doorkruisen van Amerika, Scandinavië en de Balkanstaten op het laatst van zijn leven.[11]

Publicaties in boekvorm[bewerken]

Bronnen[bewerken]

Zie ook hier voor de tekst van enkele van Meillets artikelen.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. En dus niet de Saussure van de Cours de Linguistique générale (die postuum verscheen), en zijn colleges te Genève reproduceerde). In een herdenkingsartikel schreef Meillet: Pour ma part, il n'est guère de page que j'ai publiée sans avoir un remords de m'en attribuer seul le mérite: la pensée de F. de Saussure était si riche, que j'en suis resté tout pénétré. Je n'oserais, dans ce que j'ai écrit, faire le départ de ce que je lui dois.
  2. Hij is in Tbilisi geweest, en daarna in Edzjmiatsin, waar de bibliotheken waren die oude handschriften bezaten.
  3. Dit was gebeurd door Heinrich Hübschmann in 1877, in een artikel het Zeitschrift für Vergleichende Sprachwissenschaft (23, 1877, pp. 5-49): Ueber die stellung des armenischen im kreise der indogermanischen sprachen. Voordien werd het Armeens gezien als deel uitmakend van de Iraanse tak van de Indo-Europese talen.
  4. Een korte inleiding tot de taal is zijn Altarmenisches Elementarbuch waarin de nadruk ligt op de syntaxis; zijn Esquisse d’une grammaire comparée de l'arménien classique bevat een historische fonologie en morfologie .
  5. Meillet bleef toen echter doceren aan de École Pratique des Hautes Etudes.
  6. Recherches sur l’emploi du génitif-accusatif en vieux slave en De indo-europaea radice -men- "mente agitare". Zie bij Publicaties in boekvorm. In die tijd was het aan de Sorbonne verplicht twee proefschriften te schrijven, waarvan er één in het Latijn geschreven moest zijn.
  7. Remarques sur les formes grammaticales de quelques textes en Tokharien B. I. Formes verbales; en: Remarques sur les formes grammaticales de quelques textes en Tokharien B. II. Formes nominales. Beide artikelen gepubliceerd in de Mémoires de la Société de Linguistique de Paris, 18/1, blz. 1-33 en 18/6, blz. 381-21.
  8. Toen ik hem in het voorjaar van 1927 te Parijs bezocht, ontvouwde hij me zijn plan en vroeg of wij dit in Nederland ten uitvoer zouden willen leggen. Zie Levensbericht van Meillet, geschreven door Schrijnen. Zie Bronnen.
  9. in 1909 heeft Muller bij Meillet college gevolgd. De eerste druk van zijn Latijnse syntaxis heeft Muller ook naar Meillet gestuurd met het verzoek om commentaar te geven, hetgeen Meillet inderdaad gedaan heeft.
  10. Pos studeerde van november 1923 tot april 1924 in Parijs. Zie Peter Derkx: H.J. Pos, 1898-1955: Objectief en partijdig, blz. 39. Behalve bij Meillet liep Pos ook college bij Joseph Vendryes.
  11. Zie Levensbericht van Meillet, geschreven door Schrijnen. Zie Bronnen.