Antoinette van Bourbon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Portret van Antoinette van Bourbon door Léonard Limosin

Antoinette de Bourbon (Ham, 25 december 1493 - Kasteel Le Grand Jardin in Joinville, 22 januari 1583), soms ook Antoinette de Bourbon-Vendôme genoemd, was door haar huwelijk met Claude van Lotharingen vanaf 1528 de eerste hertogin van Guise. Daardoor heeft zij de bijnaam "Mère des Guises" (moeder van de Guises) gekregen.

Afkomst[bewerken]

Antoinette stamt uit de Franse adellijke familie van Bourbon en was het op één na jongste kind van Frans van Bourbon-Vendôme, hertog van Vendôme en Maria van Luxemburg. Via Robert van Clermont gaat haar stamboom terug tot Lodewijk IX, en zo is zij een verre verwante van de Franse koning. Zij is anderzijds ook de grootmoeder van de Schotse koningin Maria Stuart. Door haar huwelijk met Claude van Lotharingen werden de familiale banden met het Franse koningshuis verzekerd. Het paar zijn de stamouders van het huis van Guise, dat later één van de machtigste adellijke families zou worden. Leden van deze familie hadden tijdens de Hugenotenoorlogen grote invloed in de Heilige Liga.

Kinderen[bewerken]

Het paar had twaalf kinderen:

Invloed[bewerken]

Antoinette was een eigenzinnige en energieke persoon. Haar sterke persoonlijkheid vormde de karakters van vele familieleden die onder haar toezicht en opvoeding opgroeiden. Men beschreef haar als een uitzonderlijke vrouw met droge humor. Zij had een beslissende invloed op de religieuze opvattingen van haar kinderen, kleinkinderen en echtgenoot. Tot de beschermelingen die onder haar hoede opgroeiden behoorden onder andere Maria Stuart, Catharina van Kleef en Karel van Lotharingen, hertog van Elbeuf, een der opvallendste tegenstanders van de protestantse koning Hendrik IV van Frankrijk.

Familieleden vroegen haar vaak om raad of lieten haar bemiddelen bij conflicten. Zo werd haar door de partijen gevraagd de strijd om het graafschap Beaufort te beslechten.

Devies[bewerken]

" Foy montre, espérance monte, charité surmonte " ( Het Geloof wijst de weg, de Hoop overstijgt die, maar Barmhartigheid gaat boven alles )

Levensloop[bewerken]

Van haar kindertijd is weinig bekend. Op tweejarige leeftijd verloor ze haar vader en wed haar broer Charles familiehoofd. Haar moeder Marie gaf haar een katholieke opvoeding. In 1513 begeleidde zij Claude van Frankrijk naar haar verloofde , de latere koning Frans I, in het Parijse Hotel des Tournelles. Daar ontmoette zij de twee jaar jongere Claude van Lotharingen die bij het gevolg van Frans I hoorde. Korte tijd later, op voorspraak van Frans I, werd haar hand gevraagd aan haar broer, die instemde. Dit was voor zijn zuster een voordelige verbintenis, want ondanks haar adellijke afkomst was zij niet rijk en had geen grote bruidsschat te verwachten. Het huwelijkscontract werd op 9 juni 1513 ondertekend. Enkele dagn later werd het huwelijk voltrokken in de Parijse kerk Saint-Paul. Het huwelijksfeest werd in het Hotel d'Etampes (later Hotel Mazarin genaamd) gehouden. Haar eerste huwelijksjaar verbleef Antoinette in het kasteel van Bar-le-Duc, dat ze vanaf augustus 1515 alleen beheerde. Haar man begeleidde immers de koning op zijn Italiaanse Veldtocht. Daar ook werden haar eerste twee kinderen (Marie en François) geboren. Toen haar schoonmoeder Filippa van Egmont zich in december 1519 in een klooster terugtrok, werd verhuisd naar Joinville. Het kasteel Le Grand Jardin tot dan residentie van Filippa, werd door Antoinette beheerd, zij had er een hofhouding van meer dan 100 personen. In 1528 creëerde Frans I voor zijn jeugdvriend Claude de adellijke titel van Hertog van Guise en Pair van Frankrijk, waardoor Antoinette de titel van hertogin kreeg. Aangezien Claude talrijke functies en verplichtingen aan het koninklijk hof had, verbleef hij meestal in Parijs. Antoinette moest alleen instaan voor het beheer van de steeds groeiende eigendommen. Zij bleek een uitzonderlijk talent voor administratie en financiën te bezitten. In al haar dergelijke activiteiten was zij succesrijk en kon daardoor de macht en invloed van de Guise-familie versterken en uitbreiden.

Tijdens de Hugenotenoorlogen koos zij de zijde van haar zonen en steunde bijgevolg de katholieken, wat meteen ook betekende dat zij haar protestantse neven uit het Huis Bourbon als tegenstanders kreeg. In religieuze materie regeerde zij haar familie met ijzeren hand en streed met alle middelen tegen het calvinisme. Bij de hugenoten kreeg zij daardoor als bijnaam "la Mère des Tyrans et des ennemis de l'Evangile".

Door het overlijden van haar man, werd haar zoon François in 1550 hoofd van de familie. De administratieve kant bleef evenwel in handen van Antoinette. Ze trok zich in Joinville terug, en liet zich nog zelden in Parijs zien, omdat de losbandigheid aan het Hof haar tegen de borst stootte. In Joinville verbleef zij meestal in het Oratorium waar zij bad en religieuze geschriften bestudeerde. Daarnaast bemoeide zij zich met de opvoeding van haar talrijke kleinkinderen, waarvan velen onder haar hoede in Joinville opgroeiden. Daarnaast wijdde zij haar schoondochter Anna d'Este, met wie zij het blijkbaar goed kon vinden, in in het beheer van het familiebezit. Bij de moord op haar man in februari 1563, probeerde Anna d'Este de verantwoordelijkheid daarvoor in de schoenen van de protestantse Gaspard de Coligny te schuiven. Zij werd daarin krachtig door haar schoonmoeder gesteund.

Antoinette de Bourbon overleed door ziekte in de nacht van 22 op 23 januari 1583 en werd bij haar man en oudste zoon begraven. Met uitzondering van haar dochter Renée had zij al haar kinderen overleefd.