Anton Rubinstein
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Anton Gregorjevitsj Rubinstein (Russisch: Антон Григорьевич Рубинштейн; Anton Grigorjevitsj Roebinsjtejn; Vichvatinets (thans Moldavië), 28 november 1829 – Peterhof, bij Sint-Petersburg, 20 november 1894) was een Russisch pianist en componist.
[bewerk] Biografie
Rubinstein was als pianist een van de grootste virtuozen van de negentiende eeuw en de enige serieuze rivaal van Franz Liszt. Daarnaast was hij de stichter van het Konservatorija im. N.V.Rimskogo-Korsakova van Sint-Petersburg (1862). Zijn jongere broer Nikolaj was eveneens pianist en componist en stichter van een conservatorium, namelijk het Moskou Conservatorium P. I. Tsjaikovski in Moskou.
Het gezin van de Rubinsteins, een Joods gezin, verhuisde vanuit het zuidelijke Podolië naar Moskou toen Anton vijf jaar was. Toen hij acht jaar was kreeg hij zijn eerste pianolessen, van Alexander Villoing. Als componist kreeg Rubinstein zijn scholing samen met zijn broer Nikolaj tussen 1844 en 1847 in Berlijn bij Siegfried Dehn. In 1848 vestigde hij zich in Sint-Petersburg, in die tijd de hoofdstad van Rusland.
Rubinstein schreef in een romantische, westers georiënteerde stijl. Hij hield daarmee afstand van de leden van het Machtige Hoopje, die een eigen Russische stijl nastreefden. De muziek van Anton Rubinstein, ondergewaardeerd gedurende een groot deel van de 20e eeuw, is opnieuw in de belangstelling gekomen dankzij een opleving van de romantische muziek in de laatste jaren. Hij componeerde vier pianoconcerten. Van zijn negentien opera's werd De demon (première 25 januari 1875 in het keizerlijk theater van St-Petersburg) het meest bewonderd. Zijn bekendste werk is de Melodie in F opus 3, nr.1 voor piano. Hans von Bülow noemde hem "de Michelangelo van de muziek".

