Antonia minor

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Antonia Augusta
Augusta
De zogenaamde “Juno Ludovisi”, in feite een portret van Antonia minor(1e eeuw n.Chr., Museo Nazionale Romano, inv. 8631).[1]
De zogenaamde “Juno Ludovisi”, in feite een portret van Antonia minor
(1e eeuw n.Chr., Museo Nazionale Romano, inv. 8631).[1]
Geboortedatum 36 v.Chr.
Sterfdatum 1 mei 37 na Chr.
Tijdvak Julisch-Claudische dynastie
Naam bij geboorte Antonia minor
Kortweg Galla Placidia
Persoonlijke gegevens
Dochter van Marcus Antonius
Octavia
Moeder van Germanicus
Claudius
Livilla
Gehuwd met Nero Claudius Drusus
Schoonmoeder van Agrippina de Oudere
Schoonzuster van Tiberius
Grootmoeder van Caligula
Agrippina de Jongere
Britannicus
Overgrootmoeder van Nero
Nicht van Augustus
Livia
Lijst van keizers van Rome
Portaal  Portaalicoon   Romeinse Rijk

Antonia (PIR2 A 885) (31 januari 36 v.Chr., Rome[2]1 mei 37 na Chr., Rome[3], ook bekend als Antonia minor of Antonia de Jongere, was een van de meest prominente vrouwen van de Julisch-Claudische dynastie en werd geloofd voor haar eerbaarheid en schoonheid. Antonia was op 31 januari 36 v.Chr.[4] geboren als dochter van Marcus Antonius en Octavia Thurina minor. Tegen het einde van haar leven werd haar de titel Augusta toegekend door haar kleinzoon, keizer Gaius ("Caligula"), zodat ze voortaan Antonia Augusta werd genoemd.

Leven[bewerken]

Geboorte en jeugd[bewerken]

Antonia minor werd op 31 januari 36 v.Chr. geboren in Rome, waarnaar haar moeder met haar kroost was teruggekeerd dat jaar.[2] Antonia zou nooit haar vader, Marcus Antonius, leren kennen, want deze scheidde van haar moeder in 32 v.Chr. en pleegde uiteindelijk zelfmoord in 30 v.Chr. Ze werd door haar moeder, haar oom en tante, Livia Drusilla, opgevoed. Als erfgename van haar vader Marcus Antonius was Antonia een schatrijke vrouw. Ze mocht na diens dood bij gratie van haar oom Augustus samen met haar zus Antonia maior gebruik maken van diens landgoed in Rome.[5] Ze bezat daarnaast nog bezittingen in Italia, Griekenland en Egypte. Als rijke en invloedrijke vrouw ontving ze veel personen, die Rome bezochten. Onder haar vrienden bevonden zich de rijke joodse vrijgelatene Tiberius Drusus Alexander en Lucius Vitellius[6], consul en vader van de latere princeps Aulus Vitellius.

Huwelijk met Drusus[bewerken]

In 16 v.Chr. huwde ze Nero Claudius Drusus, een generaal en consul. Drusus was de stiefzoon van haar oom Augustus, de jongste zoon van Livia Drusilla en broer van Tiberius, de latere princeps. Door haar huwelijk werd zij opgenomen in het midden van de Julisch-Claudische dynastie en ze baarde Drusus verscheidene kinderen, van wie er slechts drie de volwassenheid bereikten: Germanicus Iulius Caesar (die als generaal furore maakte), Livilla (echtgenote van Drusus minor) en Tiberius Claudius Drusus (die zelf princeps zou worden).[7] Over haar zoon Tiberius Claudius Drusus, wiens ziekelijk uiterlijk onder andere Augustus zorgen baarde, zei ze dat hij "geen eindproduct van de Natuur, maar slechts een ruwe schets" was[8] en Augustus vroeg aan Livia Drusilla, zijn echtgenote, om Antonia te raadplegen of men met Claudius wel kon buitenkomen.[9] Haar zoon Germanicus liet haar verscheidene kleinkinderen na, waarvan de bekendste waarschijnlijk de latere princeps Caligula en Agrippina minor, de moeder van Nero, waren. Drusus stierf in juni 9 v.Chr. in Germania, ten gevolge van complicaties bij de wonden die hij had opgelopen toen hij van zijn paard was gevallen.[10] Na zijn dood zou ze, hoewel haar oom daarop aandrong, niet hertrouwen.[11]

De weduwe Antonia[bewerken]

Antonia voedde haar kinderen op te Rome met Tiberius als hun voogd. Haar zoon Germanicus, die bij zijn echtgenote Agrippina maior negen kinderen had waarvan er slechts zes de volwassen leeftijd bereikten (deze waren Nero Caesar, Drusus Caesar, Gaius Caesar (Caligula), Iulia Agrippina, Iulia Drusilla en Iulia Livilla), overleed in 20 n.Chr. in verdachte omstandigheden. Het gerucht deed de ronde dat hij was vergiftigd door Gnaius Calpurnius Piso en de senaat stelde een onderzoek in. Piso pleegde nog voordat het proces goed was begonnen zelfmoord, zodat de senaat besloot hem postuum te veroordelen. En in het officiële senatusconsultum werd haar naam opgenomen.[12] Mogelijk op bevel van Tiberius en Iulia Augusta, werd het Antonia verboden om naar zijn crematie te gaan.[13] Terwijl Germanicus' weduwe Agrippina ageerde tegen de praefectus praetorio Lucius Aelius Seianus en Tiberius zelf, hield Antonia zich op de achtergrond en zorgde ze ervoor dat haar kleinzoon Gaius uit de wind werd gezet. Toen Iulia Augusta in juni 29 overleed, droeg Antonia zorg voor Caligula, Iulia Agrippina, Iulia Drusilla, Iulia Livilla en later ook Claudia Antonia, haar jongere kleinkinderen.[14] Toen ze ontdekte dat Seianus een samenzwering tegen Tiberius op touw had gezet, wist ze deze laatste een bericht te sturen en deze was haar daarvoor zeer dankbaar.[15] Toen bovendien uitkwam dat Antonia's dochter Livilla was betrokken geweest in de dood van haar echtgenoot Drusus minor, zou Tiberius haar niet hebben willen veroordelen uit respect voor haar moeder, die zelf haar dochter als straf liet verhongeren.[16]

Antonia had haar kleinzoon Gaius voor een zekere dood behoed door hem jarenlang te beschermen tegen de funeste manipulaties van Lucius Aelius Seianus die vrijwel alle potentiële opvolgers van Tiberius uit de weg wist te ruimen. Alleen Gaius en Claudius (tezamen met de jonge Tiberius Gemellus) ontsnapten aan de dood (zie Tiberius). Claudius ontsnapte doordat hij door zijn ziekelijk uiterlijk ongeschikt voor het keizerschap werd geacht.

Gaius Caligula wordt princeps[bewerken]

Dupondius met beeldenaar van Antonia en het opschrift ANTONIA AVGUSTA (geslagen onder Claudius).

Nadat Gaius princeps was geworden, adviseerde Antonia hem gedurende zijn eerste maanden. Zij kreeg de titel Augusta toegekend (hoewel ze deze zou hebben geweigerd) en alles leek zeer goed te gaan.[17] Zij stierf echter op 1 mei 37.[3] Veel bronnen vermelden dat Gaius genoeg had van haar inmenging en haar vergiftigde, andere verhalen dat hij haar tot zelfmoord heeft gedreven. Ook wordt vermeld dat hij niet aanwezig was op haar begrafenis.[18]

Postume eerbewijzen[bewerken]

Nadat Caligula was vermoord, kwam diens oom Claudius (Antonia's zoon) aan de macht. Deze bepaalde dat alle besluiten van zijn voorganger ongeldig waren en daarom verleende hij zijn moeder opnieuw de titel van Augusta en liet haar beeltenis in een wagen voortrekken in het Circus Maximus.[19] Ze zou zelfs een eigen tempel hebben gekregen, wat zou kunnen wijzen op een vergoddelijking.[20]

Antonia in de beeldende kunsten[bewerken]

Antonia wist met haar schoonheid verschillende kunstenaars te inspireren en in het bijzonder beeldende kunstenaars die in het kader van de propaganda van de domus Augusta verscheidene beeldhouwwerken maakten.

De zuidprocessie van de Ara Pacis. Antonia is de vijfde of negende van links geteld (kinderen niet meegerekend).

Het oudste portret van haar vinden we terug op de zuidprocessie van de Ara Pacis.[21] De meeste geleerden identificeren haar met de dame die in gesprek is met de man achter haar (geïdentificeerd als Drusus minor) en een kind (Germanicus?) aan de hand houdt[22], maar in een recent artikel is de stelling geponeerd dat deze dame mogelijk Vipsania Agrippina was (de eerste echtgenote van Tiberius die als consul in de processie voor haar uitloopt) en Antonia minor moet worden geïdentificeerd met de gesluierde dame achter Drusus minor die haar hand op de schouder van het kind (Germanicus?) legt dat de mantel van Drusus minor vastgrijpt.[23] Welke van de twee dames Antonia ook mag zijn, het is duidelijk dat ze op de Ara Pacis in de eerste plaats als echtgenote van Drusus werd afgebeeld. Sommigen menen op basis van het portret van Antonia op de Ara Pacis (d.i. de dame in gesprek met Drusus) ook Antonia te kunnen identificeren met de dame met diadeem op de zogenaamde Ravenna reliëfs uit de tijd van Claudius.[24]

Voetnoten[bewerken]

  1. Recentelijk is deze identificatie echter in vraag gesteld en heeft men gesuggereerd dat het om Livia zou gaan (S.E. Wood, Goddess or Woman? Whom or what does Bryn Mawr's copy of the "Juno Ludovisi" portray?, in Bryn Mawr College Alumnae Bulletin 4 (1999), pp. 9-12.).
  2. a b CIL VI 2028 (pp. 864, 3261) = CIL VI 32344 = AE 1983, 95 = CFA 12 = ILS 5032. Vgl. Plut., Ant. 35.5, Cass. Dio, LXVIII 54.4. N. Kokkinos, Antonia Augusta. Portrait of a Great Roman Lady, Londen, 1992, p. 6.
  3. a b AE 1917/1918, 122 = CIL XIV 4535 = Inscr. It. XIII 1, 191, ll. 20-21: K. Mais / Antonia diem suum obit. Vgl. Suet., Cal. 23.2-3, Cass. Dio, LIX 3.6.
  4. E.M. Smallwood (ed.), Documents Illustrating the Principates of Gaius, Claudius and Nero, Cambridge, 1967, nr. 3, rr. 5-7; Plut., Ant. 35.1.
  5. Cass. Dio, LI 15.7.
  6. Tac., Ann. XI 3.1.
  7. Plut., Ant. 87.3; Suet., Cal. 1.1, Claud. 1.6, 3.2; Flav. Jos., Ant. Jud. XVIII 164.
  8. Suet., Cl. 3.2.
  9. Suet., Cl. 4.4.
  10. Suet., Cl. 1.3; Cass. Dio, LV 1.4-2.1.
  11. Val. Max., IV 3 § 3; Flav. Jos., Ant. Jud. XVIII 180.
  12. Tac., Ann. III 18.3.
  13. Tac., Ann. III 3.2-3. (maar dit is in tegenspraak met haar vermelding in het senatusconsultum)
  14. Suet., Cal. 10.1, 24.1; Cass. Dio, LX 2.5.
  15. Cass. Dio, LVIII 9-11, LXV 14.1-2; Flav. Jos., Ant. Jud. XVIII 181-182. Een tijdje geleden is dit tegengesproken door John Nicols (J. Nicols, Antonia and Sejanus, in Historia 24 (1975), pp. 48-58.) die elke betrokkenheid van Antonia bij Seianus' val afwijst, maar dit wordt in de recente Antonia-biografie van Nikos Kokkinos (N. Kokkinos, Antonia Augusta. Portrait of a Great Roman Lady, Londen, 1992, p. 42 (zie ook voetnoot 26).) overtuigend weerlegt.
  16. Cass. Dio, LVIII 11.7.
  17. E.M. Smallwood (ed.), Documents Illustrating the Principates of Gaius, Claudius and Nero, Cambridge, 1967, nr. 3, rr. 5-7; Suet., Cal. 15.2, Claud. 11.2.; Cass. Dio, LIX 3.3-4.
  18. Suet., Cal. 23.2, 29.1.
  19. Suet., Claud. 11.1-2.
  20. Plinius, Nat. Hist. XXXV 36 § 16.
  21. S.E. Wood, Imperial Women: A Study in Public Images, 40 B.C.-A.D. 68, Leiden, 1999, p. 151. Vgl. N. Kokkinos, Antonia Augusta. Portrait of a Great Roman Lady, Londen, 1992, p. 113.
  22. S.E. Wood, Imperial Women: A Study in Public Images, 40 B.C.-A.D. 68, Leiden, 1999, p. 151 (voetnoten 29 en 30). Vgl. N. Kokkinos, Antonia Augusta. Portrait of a Great Roman Lady, Londen, 1992, p. 115.
  23. Jasper Burns, Vipsania on Roman Coins?, in The Celator 18 (2004), pp. 6-20.
  24. K.P. Erhart, A Portrait of Antonia Minor in the Fogg Art Museum and its Iconographical Tradition, in AJA 82 (1978), pp. 196-202. Vgl. N. Kokkinos, Antonia Augusta. Portrait of a Great Roman Lady, Londen, 1992, p. 113-115. (S.E. Wood, Imperial Women: A Study in Public Images, 40 B.C.-A.D. 68, Leiden, 1999, p. 151 (voetnoot 30)) meent echter in deze figuur van de Ravenna reliëfs Diva Augusta (d.i. Livia) te herkennen.

Antieke bronnen[bewerken]

Literaire bronnen[bewerken]

Inscripties[bewerken]

Munten[bewerken]

  • W. Kubitschek, Neue Münzen, in Numismatische Zeitschrift 14 (1921), p. 151, pl. 7.5 (onder Claudius).
  • H. Mattingly - e.a., Roman Imperial Coins in the British Museum, I, Londen, 1923, nrs. 79-81, pl. 24.1 (onder Tiberius); nrs. 41-43, pl. 28.6, nrs. 45-48, pl. 29.2 (onder Caligula); nrs. 116- a, pl. 35.8, nrs. 109-110, pl. 33.19, nr. 111, pl. 33.20, nrs. 112-113, pl. 33.21, nr. nr. 114, pl. 33.22 (onder Claudius).

Verder lezen[bewerken]