Antoon I van Lalaing
| Antoon | ||
| 1480 – 1540 | ||
| Graaf van Hoogstraten | ||
| Periode | 1518 – 1540 | |
| Voorganger | geen[1] | |
| Opvolger | Filips van Lalaing | |
| Stadhouder van Holland en Zeeland | ||
| Periode | 1522 – 1540 | |
| Voorganger | Hendrik III van Nassau-Breda | |
| Opvolger | René van Chalon | |
| Stadhouder van Utrecht | ||
| Periode | 1528 – 1540 | |
| Voorganger | geen[2] | |
| Opvolger | René van Chalon | |
| Vader | Joost van Lalaing | |
| Moeder | Bonne van Viefville | |
Antoon I van Lalaing (1480-1540), 1e graaf van Hoogstraten en van Culemborg was een Henegouwse edelman die verschillende functies vervulde in dienst van Filips de Schone en Karel V.
Antoon was een zoon van Joost van Lalaing en Bonne van Viefville en de jongere broer van Karel I van Lalaing. Hij huwde met Elisabeth van Culemborg in 1509, waardoor hij in het bezit kwam van de heerlijkheden Hoogstraten en Culemborg (beiden verheven tot graafschap in 1518 respectievelijk vóór 1555). Zijn huwelijk bleef echter kinderloos. Zijn gezin ontfermde zich een tijdlang over de onechte dochter van Karel V en van Johanna van der Gheynst, later bekend als Margaretha van Parma.
In 1501 was hij kamerheer aan het hof van Filips de Schone. Later, in 1510, was hij kamerheer van de jonge Karel van Luxemburg, de latere keizer Karel V. In datzelfde jaar werd hij ook lid van de Grote Raad van Mechelen. In 1516 werd hij verkozen tot ridder in de Orde van het Gulden Vlies. Vervolgens werd hij in 1522 aangesteld als stadhouder van Holland, Zeeland en West-Friesland, in 1528 kwam ook het Sticht Utrecht daarbij.
Antoon was naast bestuurder ook legeraanvoerder, hij speelde een belangrijke rol in de strijd van de Habsburgers tegen Karel van Gelre en bij de verovering van het Sticht. Daarnaast was hij een overtuigd katholiek: als bestuurder trad hij hard op tegen het opkomende protestantisme en ook gaf hij opdracht tot de bouw van de Sint-Catharinakerk in Hoogstraten.
De gezondheidsproblemen van Margaretha van Oostenrijk zorgden er voor dat Antoon in 1530 waarnemend landvoogd van de Nederlanden werd tot keizer Karel Maria van Hongarije in hetzelfde jaar tot definitieve opvolgster benoemde.
Bronnen, noten en/of referenties
|